De klager was verwikkeld in een arbeidsconflict met zijn werkgever, een stichting. De advocaat stond die stichting bij. In juni 2024 ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van de man per direct, zonder hem een transitievergoeding toe te kennen. Later volgde nog een contact- en locatieverbod, dat de man meermaals overtrad. Daarop liet de stichting beslag leggen op zijn loon.
Klachten
De voormalige werknemer was niet te spreken over de handelwijze van de advocaat van de stichting. Hij diende bij de deken maar liefst zeven klachten tegen hem in.
Zo verweet hij de advocaat onder meer een onware verklaring te hebben ingebracht, contact met het bestuur van de stichting te frustreren, zijn personeelsdossier niet te verstrekken en te weigeren een eerdere procedure te herroepen. Ook zou de advocaat misbruik hebben gemaakt van het loonbeslag, strafrechtelijk toezicht als dreigmiddel hebben gebruikt en zich schuldig hebben gemaakt aan een patroon van misbruik van procesrecht en schending van de waarheidsplicht.
Partijdig
De Raad van Discipline begint zijn beoordeling met een tamelijk fundamentele uitleg: een advocaat is partijdig. Geen gekke constatering; partijdigheid behoort tot de wettelijke kernwaarden van de advocatuur.
Een advocaat hoeft in beginsel alleen de belangen van zijn eigen cliënt te behartigen en krijgt daarbij veel vrijheid, legt de Raad aan klager uit. Die vrijheid kent uiteraard grenzen: een advocaat mag de wederpartij niet nodeloos of ontoelaatbaar schaden, zich niet onnodig kwetsend uitlaten en niet bewust onjuiste informatie verstrekken. Maar hij hoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel voor zijn cliënt opweegt tegen het nadeel voor de wederpartij.
Geland
Dat onderscheid lijkt bij klager niet helemaal te zijn geland, zo constateert de tuchtrechter. Zo vond hij dat de advocaat had moeten zorgen voor zijn personeelsdossier. Maar dat is volgens de voorzitter de verantwoordelijkheid van de werkgever, niet van diens advocaat.
Ook vond klager dat de advocaat een procedure had moeten herroepen of stukken had moeten rectificeren. Ook daar gaat de tuchtrechter niet in mee: de advocaat staat de stichting bij en behartigt “(alleen) de belangen van de stichting”. Als klager juridische actie wil ondernemen, moet hij dat zelf doen – eventueel met een eigen advocaat.
Eigen advocaat
Bij de laatste klacht zegt de voorzitter het uiteindelijk nog maar eens expliciet. “Klager lijkt niet te (willen) begrijpen dat de advocaat voor zijn wederpartij optreedt en daarom partijdig is.”
“Verweerder behartigt niet klagers belangen”, aldus de voorzitter. Voor wie wél iemand wil die voor zijn belangen opkomt, heeft de tuchtrechter een vrij eenvoudige oplossing: “Klager kan zelf een advocaat inschakelen die zijn belangen behartigt en die voor hem opkomt.”
Alle zeven klachten werden kennelijk ongegrond verklaard.
