NRC kwam gisteren met het nieuws dat voorzitter Marcel van Oosten (oud-rechter) en bestuurslid Alice Faber (voormalig raadsheer van de Ondernemingskamer) uit de Toetsingscommissie Hoge Transacties zijn gestapt. Deze commissie is in 2021 door het College van procureurs-generaal opgericht om toezicht te houden op schikkingen van meer dan 200.000 euro met rechtspersonen die van fraude worden verdacht. Deze commissie zou jaarlijks zo’n tien schikkingen toetsen maar dat waren er in de praktijk minder – vorig jaar zelfs geen één.
Hoge transacties
Dat had, volgens Van Oosten, te maken met de keuze van het OM om grote strafzaken tegen van fraude verdachte bedrijven niet af te doen met een transactie maar met een strafbeschikking. Daarmee wordt de THT omzeild. Strafbeschikkingen zijn van oorsprong bedoeld om veelvoorkomende en relatief lichte strafzaken (diefstal, eenvoudige mishandeling) te bestraffen, zonder tussenkomst van de rechter. De commissie zou zich buigen over ‘hoge transacties’: een ‘afdoening’ (vaak miljoenenboetes) binnen het strafrecht waarmee alle partijen hebben ingestemd. “Door te voldoen aan voorwaarden die door het OM zijn gesteld, vaak het betalen van een geldsom en het treffen van maatregelen, voorkomt een verdachte strafvervolging”, schrijft het OM op haar website.
Buitenspel
De opgestapte voorzitter stelt dat het OM sinds 2021 minstens 23 keer een strafbeschikking van 200.000 euro of meer heeft opgelegd aan bedrijven en andere rechtspersonen in zaken die voor een hoge transactie in aanmerking zouden kunnen komen – en die zijn commissie had moeten toetsen. Zo wordt die commissie min of meer buitenspel gezet. Strafbeschikkingen kunnen voor verdachte bedrijven aantrekkelijk zijn: hoewel het een strafvervolging betreft, komen deze nauwelijks in de publiciteit. Bij een hoge transactie publiceert het OM doorgaans, zo schrijft NRC, een uitgebreid feitenrelaas met de gedragingen van de betrokken onderneming en het toetsingsadvies van de commissie.
Voordelen
In een reactie op het NRC-artikel schrijft het OM dat een transactie bepaalde voordelen kan hebben. De verdachte rechtspersoon kan in het zakelijke verkeer blijven meedoen bij aanbestedingen of het verkrijgen van vergunningen. Er vindt geen formele schuldvaststelling plaats. Transacties zijn op z’n plaats bij bekennende verdachten en first offenders. Worden strafbare feiten niet erkend, bij recidive en wanneer de rechtspersoon geen preventieve maatregelen neemt, dan mag die rechtspersoon er niet te makkelijk vanaf komen. Dan is een (hoge) transactie minder aangewezen.
Strafbeschikking
Het OM geeft toe dat vaak wordt gekozen voor de strafbeschikking. Rechterlijke procedures duren lang en eindigen, bij een bewezenverklaring, met een boete. De strafbeschikking – ook een boete – is dan vaak een beter alternatief waarmee een zaak ook nog eens sneller kan worden afgedaan. Zo wordt ook verstopping van de strafrechtsketen voorkomen. “Met een hoge strafbeschikking wordt het OM minder en de rechtspraak helemaal niet belast. Het naar de rechter brengen van de zaken die nu met een hoge strafbeschikking worden afgedaan zou een enorme werkverzwaring voor het OM en de rechtspraak betekenen.”
Spagaat
Het OM zegt dat het bij hoge transacties in een spagaat zit: de toetsingscommissie wil meer informatie uit de strafzaak om adequaat te kunnen toetsen, maar daartegenover staat het recht van de verdachte om terughoudend om te gaan met het delen van strafvorderlijke informatie. Wel zegt het College van PG toe meer informatie uit de strafzaak te verstrekken over het bewijs in de strafzaak.
Transparantie
Het OM neemt de kritiek van de toetsingscommissie wel ter harte. “Omdat steeds vaker van de mogelijkheid van de hoge strafbeschikking gebruik wordt gemaakt”, aldus het OM, “wordt op dit moment gewerkt aan beleid waarin wordt beschreven wanneer dat op zijn plaats is en hoe de procedure dient te verlopen. Voor een deel zal dat beleid codificatie zijn van staande praktijk en in voorkomende gevallen ook – wanneer dit niet strijdt met de rechten van de verdachte – tevens het uitbrengen van een persbericht.” Ook bekijkt het OM of en hoe de transparantie over de praktijk kan worden vergroot en of en hoe in het kader van de procedure extra waarborgen kunnen worden ingebouwd. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft laten weten een toezichthoudend onderzoek te starten naar de wijze waarop het OM gebruikt maakt van de bevoegdheid hoge transacties en strafbeschikkingen op te leggen.
