Een advocaat in de Cariben

Opletten geblazen

Het is dinsdagochtend acht uur. Ik heb nog even tijd om de civiele rol en de instructies van mijn kantoorgenoten door te nemen onder het genot van een kop goede koffie, niet de oploskoffie die men op Sint Maarten gewoon is te drinken. Na vier jaar in de West heb ik me die lokale gewoonte nog niet eigen kunnen maken, tot grote verontwaardiging van de ‘echte’ Sint Maartenaren. Om kwart over acht pak ik de toga van de kapstok en loop ik, met de stapel processtukken die vandaag ingediend moeten worden onder mijn arm, via de Voorstraat (‘Frontstreet’) naar het Sint Maartense Courthouse. 

Dit imposante houten historische pand midden in het centrum van Philipsburg is een van de mooiste gerechtsgebouwen van ons Koninkrijk, zo niet het mooiste! Op het dak prijkt prominent een goudgele cederhouten ananas als symbool van de gastvrijheid van het land Sint Maarten en haar inwoners[1]. Het is een voorrecht om hier als advocaat te mogen procederen.

Ik loop de houten trap op, langs de griffie, waar in duidelijke taal een bordje hangt met ‘this is NOT the post office’ (die functie heeft het gebouw al lang niet meer). Desondanks komen er nog dagelijks horden cruiseship-toeristen binnenwandelen met de vraag of de griffie geen postzegels verkoopt. Voor de deur van de grote rechtszaal hebben zich al tal van mensen verzameld, waaronder een aantal collega’s die zich nog in hun toga’s hijsen en hun bef omknopen. 

De rolrechter voor civiele zaken in eerste aanleg houdt op Sint Maarten om de twee weken zitting. In appèlzaken vindt deze rolzitting één keer per maand plaats. De (veelal schriftelijke) conclusies moeten ten overstaan van de rolrechter worden genomen. Op Sint Maarten betekent dit in de praktijk dat men niet kan volstaan met het toezenden van de schriftelijke processtukken aan de rechter, een partij of hun advocaat wordt verwacht aanwezig te zijn ter rolzitting (ofwel vertegenwoordigd door een collega of kantoorgenoot die zijn zaak waarneemt) om een proceshandeling in een zaak te verrichten en zo nodig de vragen van de rolrechter te beantwoorden.

Het is iets over half negen, de deurwaarder kondigt de rolrechter aan en roept met luide stem ‘All Rise’! Iedereen in de zaal staat netjes op. De rolrechter neemt plaats achter de enorme stapels procesdossiers met boven hem het staatsieportret van de koning en opent de zitting. Zodra iedereen weer is gaan zitten, roept de deurwaarder met verve de zaken uit. Eerst zijn de vonnissen aan de beurt. Het dictum van ieder vonnis wordt in sneltreinvaart voorgelezen, dus het vereist wat oefening en snelle penbewegingen om de essentie van het vonnis te noteren om dit later in begrijpelijke taal te kunnen reproduceren aan je kantoorgenoten. Een kopie van het vonnis is namelijk pas een dag na de rolzitting beschikbaar en daar laat je de cliënt natuurlijk niet op wachten.

Vervolgens zijn de nieuwe zaken aan de beurt. Ik ben aan zet. In de eerste zaak stel ik mij als advocaat van de gedaagde partij en de rolrechter verleent mij vrije aanhouding voor het dienen van antwoord. Ik noteer de nieuwe roldatum en ga weer zitten. Achter mij hoor ik een snurkend geluid. Ik kijk om, de man achter mij is in diepe slaap. Zo te ruiken heeft hij gisteren iets te diep in het glaasje gekeken. 

De volgende zaak wordt uitgeroepen. De slapende man achter mij schrikt wakker van een por in zijn zij van de dame naast hem. Kennelijk procedeert hij in persoon. De rechter vraagt hem naar voren te komen. De advocaat van de eisende partij volgt.  De rechter vraagt de gedaagde: ‘Please explain sir, the bank states that you owe it an amount of USD 5,000. Is that correct?’ De gedaagde begint aan zijn uiteenzetting van de zaak, maar midden in zijn zo te horen nog wel even durende betoog, kapt de rechter hem af. Gedaagde wordt verzocht de zaak schriftelijk toe te lichten en krijgt daarvoor een uitstel van vier weken. Als laatste geeft de rechter hem nog mee dat het wellicht geen slecht idee is om naar een advocaat te stappen.

Tenslotte is het tijd voor de voortzettingen. Nu wordt het opletten geblazen. Het is niet ongebruikelijk dat doorgewinterde advocaten een slimmigheidje proberen uit te halen met een onoplettende of niet-geïnstrueerde collega. Zo ook in de volgende zaak die door de deurwaarder wordt uitgeroepen. Deze zaak staat voor conclusie van repliek met aantekening peremptoir 3. De advocaat van de eisende partij benadert de rechter en verklaart stellig: “‘Ik ben met de advocaat van de wederpartij uitstel overeen gekomen”. De advocaat van de wederpartij staat woest op en ontkent akkoord te zijn gegaan met verder uitstel, te meer omdat dit zou betekenen dat de zaak naar de parkeerrol zou worden verwezen. Ze roept: “ik verzoek een akte niet dienen!”. Eiser stottert nog: “daar hebben we gisteren nog over gebeld…”. Maar het mag hem niet baten, de rechter is onverbiddelijk, verder uitstel zou volgens hem een onredelijke vertraging van de procedure opleveren en verwijst de zaak naar de volgende rolzitting waar de gedaagde voor dupliek mag dienen. Wit weggetrokken loopt eiser terug naar zijn plaats zich bedenkend hoe hij dit aan zijn cliënt gaat uitleggen.

Na de rolzitting loop ik snel naar kantoor, want daar zitten mijn kantoorgenoten vol spanning te wachten op ‘hun’ vonnissen en de van de wederpartij ontvangen processtukken. Dit keer neem ik de Boardwalk langs het prachtige witte strand van Great Bay, dan heb ik in ieder geval vandaag het strand weer even gezien….



[1] Lees meer over de geschiedenis van de ananas in de weblog van Marjolein van Splunder: http://www.prinsananas.nl/wat-doet-een-ananas-op-het-dak-van-st-maartens-nationale-trots/#respond

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Webmeester

Webmeester

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures