Raadsheren maken korte metten met agenda voor de appelrechtspraak 2020

Delen:

Het was vijf voor twaalf op de beamer van de Irene Congreszaal in de Jaarbeurs Utrecht afgelopen vrijdag: de hoven staan onder druk en moeten gaan innoveren. Op de Hovendag, die slechts eenmaal per drie jaar plaatsvindt, werd ditmaal de agenda voor de appelrechtspraak 2020 gepresenteerd. Ton Groeneveld, raadsheer in de Hoge Raad en gespreksleider tijdens de dag, stelde dat “rechters die raadsheer worden, bij het betreden van een hof doorgaans het gevoel hebben minstens vijf jaar terug in de tijd te gaan”. Van dit conservatieve imago willen de hoven af.

Het opstellen van de agenda is twee jaar geleden van start gegaan, toen artikel 80a RO werd gepresenteerd; het nieuwe wetsartikel dat ervoor zorgt dat de Hoge Raad nu de bevoegdheid heeft om te selecteren aan de poort. Volgens Joep Verburg, voorzitter van de stuurgroep, kregen “de hoven tijdens die presentatie het gevoel dat zij misschien ook iets moesten doen”. Want wat die wetgeving van de hoven vraagt om te zorgen dat de Hoge Raad zijn nieuwe taak goed kon invullen, was nog niet goed doordacht, en deze vraag was tegelijkertijd een belangrijke inspiratiebron bij het nadenken over de positie die gerechtshoven binnen het systeem van de rechtspraak hebben.

Geselen

Gedurende de ochtend kwamen er panelleden aan het woord die waren uitgenodigd om de ‘agenda te geselen’. Aldus Groeneveld. De panelleden leken die taak graag op zich te nemen. Jeroen Recourt, Tweede Kamerlid voor de PvdA, stelde dat “het innoveren veel te laat plaatsvindt”. Maxim Februari, rechtsfilosoof, vond de agenda “heel voorzichtig geformuleerd” en kon de aanwezigen, “niets anders dan veel brutaliteit toewensen”. Fred Hammerstein, raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad en oud-voorzitter van de Commissie kernwaarden appelrechtspraak, deelde met de zaal dat hij “meer dan ooit vreest voor het voortbestaan van de appelrechtspraak”. Volgens Hammerstein komt dit door het gebrek aan tijdigheid. “Als de hoven niet tijdig kunnen zijn met hun arresten, zijn de hoven irrelevant.” Ook bij de deelsessie civiel ging de geseling door. Ruth de Bock, senior raadsheer  in het Gerechtshof Amsterdam, zei daar “zich te schamen voor de agenda die nu op tafel ligt”. De Bock is het geheel eens met Hammerstein wat betreft de noodzaak van tijdigheid. “Laten we negentig procent van de zaken gaan afhandelen binnen een jaar. Beginnen we daarmee dan komt de innovatie vanzelf.” Met een luid applaus werd deze stelling door de zaal onderschreven.

De justitiabele

De plannen om de hoven een ruimere bevoegdheid te geven om partijen terug te verwijzen naar de rechtbank staan volgens Hammerstein en de Bock de tijdigheid in de weg. “Sommige rechters horen geen getuigen om snel te kunnen scoren en dat moet stoppen”, roept een raadsheer uit de zaal. Toch lijken de meeste aanwezigen te vinden dat ‘de rechters een lesje leren’ niet over de rug van de justitiabele dient plaats te vinden. Ook op andere momenten blijken de raadsheren massaal voor de justitiabelen op te komen. Zij vinden dat de rechtzoekende niet voldoende centraal staat in de agenda voor de appelrechtspraak 2020. De raadsheren constateerden dat de vele geplande maatregelen niet gericht zijn op de hoven zelf maar juist op de partijen. Zoals de plannen omtrent het opschuiven van de appelgrens naar 5000 euro, het verlagen van de beroepstermijn naar zes weken en het afschaffen van het pleidooi. De zaal was over de meeste  maatregelen dan ook niet enthousiast. ‘Laten we beginnen bij onszelf’ leek het credo. Alleen de afschaffing van het pleidooi vond gedeeltelijke bijval.

Niet verzanden in vrijblijvendheid

Van de agenda, die volgens Leendert Verheij (president van het Gerechtshof Den Haag) , “een neerslag is van een overlegproces van twee jaar”, was aan het eind van de Hovendag bijna niets meer over. De initiatiefnemers moeten opnieuw aan de slag en zullen op 25 april de definitieve agenda aanbieden aan de besturen van de hoven, die daarna aan zet zijn.

Op de beamer mag het dan nog steeds vijf voor twaalf zijn, “van een sense of urgency om tot consensus te komen was weinig tijdens de bijeenkomst te merken” vond hoogleraar Onderwijs en Arbeidsmarkt Frans Leijnse (Open Universiteit), die 2010 voorzitter was van de commissie die de gerechten visiteerde . Hij hoopt dat de organisatie in gesprek zal gaan met de buitenwereld. “De meest innoverende ideeën komen tenslotte meestal van externe partijen.” Verheij deed tijdens de afsluiting ook nog een oproep tot actie: “Raadsheren, blijft u om zich heen kijken en vernieuwen waar u kunt. Laten we alstublieft niet verzanden in vrijblijvendheid.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven