Rechtbank Utrecht nooit bevoegd bij rechtsbijstand

Delen:

Beeld bij rechtbank utrechtIn een geschil tussen twee rechtbanken over rechtsbijstand heeft de Raad van State de knoop doorgehakt. De Raad oordeelt dat de rechtbank Midden-Nederland (Utrecht) in geen enkel geval bevoegd is kennis te nemen van besluiten op basis van de Wet op de Rechtsbijstand (Wrb).

Wel bevoegd zijn de rechtbank Amsterdam (voor het ressort Amsterdam), rechtbank Den Haag (voor het ressort Den Haag), Oost-Brabant (voor het ressort- ’s-Hertogenbosch), rechtbank Gelderland (voor het ressort Arnhem-Leeuwarden, als de aanvraag voor rechtsbijstand is ingediend door een rechtsbijstandsverlener in de arrondissementen Gelderland, Midden-Nederland of Overijssel) en rechtbank Leeuwarden (voor het ressort Arnhem-Leeuwarden, als de aanvraag voor rechtsbijstand is ingediend door een rechtsbijstandsverlener in het arrondissement Noord-Nederland.

Wetsgeschiedenis

Zowel rechtbank Den Haag als rechtbank Midden-Nederland claimden te mogen oordelen over het behandelen van een afgewezen rechtsbijstandsbezwaar van een inwoner van Berkel en Rodenrijs. Diens advocaat zetelt in Rotterdam.
Rechtbank Midden-Nederland voerde aan dat in de Wrb is vastgelegd dat de Raad voor Rechtsbijstand in Utrecht zetelt, en dat het bestreden besluit is afgegeven door deze raad in Utrecht, in het arrondissement Midden-Nederland dus. De Raad voor Rechtsbijstand is het daar mee eens.
Maar de Raad van State stelt vast dat Utrecht niet is genoemd in het Besluit vestigingsplaatsen. De Raad is in de wetsgeschiedenis gedoken en concludeert: “Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de wijziging van de Wrb per 1 juli 2010, in het bijzonder de toelichting op het bij Nota van wijziging aangepaste artikel 46 (oud), volgt dat de wetgever onder ogen heeft gezien dat de omstandigheid, dat de raad na de centralisatie zijn zetel te Utrecht heeft, ertoe zou leiden dat de rechtbank binnen het arrondissement Utrecht (thans: arrondissement Midden-Nederland) bij uitsluiting bevoegd is en hij dit niet wenselijk vond.”

Hoofdplaatsen

De Raad vervolgt: “Dat de zetel van de raad te Utrecht is en dat het kantoor van de raad aldaar besluiten op bezwaar op grond van de Wrb afgeeft, betekent niet dat Utrecht een wettelijke vestigingsplaats is. De wetgever heeft het wenselijk geacht dat de raad vestigingen bleef houden in de hoofdplaatsen van de vijf oude ressorten. Dit betekent dat de rechtbank Midden-Nederland in geen enkel geval bevoegd is kennis te nemen van beroepen tegen besluiten op grond van de Wrb. De vijf ressortsrechtbanken zijn bevoegd om kennis te nemen van deze beroepen.”

De zetel van de aanvragende advocaat bepaalt welke rechtbank bevoegd is.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven