De zaak begon met irritaties over een collega met wie de werkneemster een kamer deelde. Volgens Quote vermoedde zij dat de bewuste collega meerdere keren zijn lunch niet had betaald en zich bij chocolade-attenties rond de feestdagen meer dan één doosje had toegeëigend.
In april 2025 meldde zij haar zorgen bij HR. Een maand later verdween opnieuw een doosje paasbonbons. De collega gaf, geconfronteerd met de vermissing, toe dat hij het doosje had meegenomen. De vrouw meldde dat incident niet bij HR, maar waarschuwde hem per e-mail dat zij dat bij een volgend voorval wel zou doen.
Kerst
Rond kerst laaide het conflict opnieuw op. Dezelfde collega die eerder paasbonbons had meegenomen, was nu verantwoordelijk gemaakt voor het uitdelen van doosjes kerstchocolade. De werkneemster vertrouwde de zaak niet en keek in zijn ladeblok en tas. Daar trof zij meerdere doosjes chocolade aan.
Dit keer stapte zij wel naar haar leidinggevende. Daarna volgden gesprekken tussen de betrokkenen en hun leidinggevenden, maar volgens de werkneemster voelde zij zich daarbij eerder als veroorzaker van het conflict behandeld dan als degene die een probleem had aangekaart.
Ziek
In januari van dit jaar meldde zij zich ziek. De bedrijfsarts adviseerde dat werkgever en werknemer met elkaar in gesprek moesten.
De vrouw wilde zo’n gesprek echter alleen voeren in de vorm van mediation, omdat zij belang hechtte aan vertrouwelijkheid en een veilige setting. Stibbe stond wel open voor een onafhankelijke gespreksleider, maar wilde niet instemmen met formele mediation en de daarbij behorende geheimhouding.
Stibbe en de werkneemster kwamen er niet uit, waarop het kantoor in april de loonbetalingen aan de werkneemster stopzette. De vrouw stapte daarom naar de rechter.
Niet gerechtvaardigd
De Amsterdamse kantonrechter komt tot het oordeel dat die loonstop niet gerechtvaardigd was. De werkneemster weigerde volgens de rechter namelijk niet om mee te werken aan een gesprek, maar stelde als voorwaarde dat dit vertrouwelijk zou plaatsvinden.
Die wens was volgens de kantonrechter niet onbegrijpelijk. Daarbij woog mee dat ook de bedrijfsarts had geadviseerd om iemand met een mediation-achtergrond bij het gesprek te betrekken.
Betalen
Stibbe moet de werkneemster daarom alsnog een kleine 7.000 euro aan achterstallig loon, vakantiegeld en proceskosten betalen. Daar komen wettelijke rente en een wettelijke verhoging van maximaal 25 procent over het achterstallige loon bij. Wat begon met een verdwenen doosje paasbonbons, eindigt zo voor Stibbe in een verloren zaak bij de kantonrechter.
