Topkantoren over advocatentoezicht en hoe om te gaan met ‘foute’ cliënten

Hoe kan het toezicht op de advocatuur het beste worden geregeld? Hoe moeten advocaten omgaan met Russische cliënten? Dit – en meer – kwam aan de orde tijdens het rondetafelgesprek dat Mr. voor het nieuwe nummer organiseerde met leidinggevenden van zes advocatenkantoren. “Kantoren moeten hun eigen morele keuze maken.”

Delen:

MR2302_ART2-RondeTafel_2316_fotoGeertSnoeijer_OPENING
V.l.n.r.: Brechje van der Velden (Allen & Overy), Edward de Bock (Houthoff), Rutger Ploum (Ploum), Corinne Schot (Baker McKenzie), Willem Hoorneman (CMS) en Joost Linnemann (Kennedy Van der Laan) (foto: Geert Snoeijer)

Ze hebben één ding gemeen: ze geven leiding aan een middelgroot of groot advocatenkantoor. Maar eensgezind zijn ze niet over de onderwerpen die tijdens het rondetafelgesprek van Mr. aan bod komen. Neem het toezicht op de beroepsgroep. Minister Weerwind wil een centrale toezichthouder, de Landelijk Toezichtautoriteit Advocatuur (LTA).
“De advocatuur is gebaat bij professionalisering van het toezicht”, vindt Edward de Bock (Houthoff). “Daarvoor moeten ook de verschillen tussen lokale ordes kleiner worden. De lokaal deken kan als herder van de kudde fungeren en de algemeen deken als onderdeel van de LTA. Hoe dan ook: als de kwaliteit van het toezicht maar wordt versterkt.”
Willem Hoorneman (CMS) lijkt er niet rouwig om als het zwaartepunt van het toezicht bij de LTA komt te liggen. “De buitenwereld kijkt kritisch naar ons. Toezicht is dan noodzakelijk. De lokaal deken heeft soms een dubbele pet op: hij is vertrouwenspersoon, maar kan ook sanctioneren. In de huidige vorm is de deken een goede toezichthouder, ook in de afhandeling van klachten. Maar toezicht komt misschien beter tot z’n recht bij de LTA. Die moet dan wel onafhankelijk van de Orde zijn. Misschien is het een idee daar een zelfstandig bestuursorgaan van te maken.”
Brechje van der Velden (Allen & Overy) vindt het vooral belangrijk dat het toezicht wordt geprofessionaliseerd, zodat advocaten kunnen laten zien dat de beroepsgroep de kwaliteit streng bewaakt en optreedt als die niet aan de maat is. “De kracht en reputatie van de advocatuur worden versterkt wanneer er tuchtrechtelijk goed wordt opgetreden. Dat gebeurt al, maar dat moeten we meer zichtbaar maken. Vanzelfsprekend moet het toezicht onafhankelijk zijn, waarbij het goed zou zijn als er naast advocaten ook een blik van buiten is.”

De slager-keurmeesterdiscussie

Joost Linnemann (Kennedy Van der Laan) wijst erop dat we moeten oppassen voor de ‘slager-keurmeesterdiscussie’. “We hebben nu eenmaal privileges. Dan is het logisch dat er toezicht is op de naleving van de regels. Dat toezicht moet onafhankelijk van de staat zijn. De Orde geeft te weinig rekenschap van pr-aspecten van toezicht. Hoe kijkt de buitenwereld daar tegenaan? Nu verzanden we in een juridische discussie waarin de buitenwacht en de politiek ons buitenspel zetten.”
Onafhankelijk toezicht heeft nog een voorstander: Rutger Ploum van het gelijknamige kantoor. “Kantoren kunnen heel kwetsbaar zijn. Derdengeldrekeningen kunnen worden misbruikt omdat de interne controle niet altijd op orde lijkt te zijn. Onafhankelijk toezicht, dat professioneel is opgetuigd is te verkiezen boven het zo te laten zoals het nu is. De lokale dekens moeten wel een belangrijke rol houden. Zij zijn belangrijk bij ruzie tussen advocaten onderling, bijvoorbeeld over welke stukken in het geding kunnen worden ingebracht, en gedoe tussen een stagiaire en de patroon. Op de advocatuur rust een zware verantwoordelijkheid, ook richting de maatschappij. Dat vraagt om een gespecialiseerde toezichthouder.”

‘Foute’ cliënten

Sinds de inval van Rusland in Oekraïne voelen ook advocatenkantoren dat ze maatschappelijk en politiek onder een vergrootglas liggen. Russische cliënten bedienen, dat kan eigenlijk niet meer, zo luidt de publieke opinie. “Dat voelen wij zeker”, zegt Corinne Schot (Baker McKenzie). “We zijn onderdeel van een Amerikaans concern, en het vergrootglas is huge. We moeten voldoen aan de Amerikaanse sanctieregels en dat houdt in: geen Russische klanten bijstaan. Ergens wringt dat wel: een cliënt is een cliënt.”
Hoorneman: “Nederland is een rechtsstaat en wij zijn daar als advocatuur een onderdeel van. We mogen optreden voor criminele verdachten, maar ook partijen in het civiele recht moeten zeker in geval van procedures gebruik kunnen maken van een advocaat – zo ook Russische cliënten. Die kunnen nu nergens terecht. Maar iedere schurk kan een legitiem belang hebben bij een zaak. Een Russische cliënt met een huurgeschil heeft nu veel moeite een advocaat te vinden. We moeten daar niet te veel in doorslaan, anders zet je de bijl aan de wortel van de rechtsstaat.”
“Er is veel opwinding over Russische klanten maar minder opwinding over wat Nederland aan Rusland verdient”, zegt De Bock. “Het zijn klanten uit een land met een fout regime, maar als belangenbehartiger associeer je je niet met hen. In hoeverre kun je nog optreden voor Chinese partijen? Veel cliënten lijken koosjer, maar kunnen toch afkomstig zijn uit landen waar de mensenrechten worden geschonden. Die vraag ligt nu voor ons: kunnen we voor hen nog optreden?”

Meerdere perspectieven

Van der Velden ziet een bredere maatschappelijke discussie over goed versus fout en vindt het goed dat de advocatuur meebeweegt met deze ontwikkelingen. “In ons wereldwijde bestuur spreken we hier ook vaak over. Dat is soms best lastig want wat we in Nederland ‘fout’ vinden, vinden ze in Amerika of China lang niet altijd fout. Het is goed om ons te realiseren dat er meerdere perspectieven zijn. Welke keuze je ook maakt: je moet het wel goed uitleggen, zowel aan de buitenwereld als intern. Maar het is een feit dat de jonge generatie advocaten daar uitgesproken opvattingen over heeft.”
Linnemann vindt dat advocaten zich in de discussie nogal eens verschuilen achter hun rechtsstatelijke rol. “Ook met inachtneming van die rol kun je keuzes maken. Als je er om commerciële redenen voor kunt kiezen om een bepaalde groep cliënten niet bij te staan, dan kun je dat ook om ethische redenen.”
Maar in de publieke opinie was het wél zwart-wit, zegt De Bock. “Zes dagen na de inval van Rusland in Oekraïne heeft Houthoff de banden met de Federatie gestaakt, terwijl we een wettelijke zorgplicht hadden jegens onze klanten daar. Maar dat kon je nauwelijks zeggen, dat bleek te genuanceerd. De kranten schreven erover alsof ik persoonlijk op een Russische tank zat.”
Het is Ploum die het dilemma kernachtig samenvat: “Kantoren moeten hun eigen morele keuze maken.”

Lees hier het hele verslag van het rondetafelgesprek.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven