Tuchtrechters: we krijgen te weinig klachten

Delen:

FFF 7977-100Er worden te weinig klachten ingediend tegen slecht functionerende professionals. Veel misstanden binnen verschillende beroepsgroepen komen daarom niet aan het licht. De oorzaak is dat burgers over het algemeen niet het inzicht hebben om zelf te beoordelen dat er iets fout gaat. Maar ook  omdat er voor hen bij de tuchtrechter eigenlijk niets te halen valt. Daar moet nodig verandering in komen, bijvoorbeeld door het kunnen toekennen van schadevergoeding. Deze conclusies werden getrokken tijdens een door Mr. georganiseerd rondetafelgesprek met tuchtrechters uit de advocatuur, het notariaat, de medische stand en de accountancy.

Deelnemers aan het rondetafelgesprek (op de foto van links naar rechts): Auko Scholten (voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en vice-president bij het Gerechtshof Amsterdam), Joost van Dijk (voorzitter van het Hof van Discipline, senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden en oud Chief Information Officer van de Raad voor de rechtspraak),  Herman van der Meer (als president van het Gerechtshof Amsterdam van rechtswege voorzitter van de Notariële en Gerechtsdeurwaarderskamer van dat hof) en Michiel Werkhoven (voorzitter van de Accountantskamer en senior rechter bij de Rechtbank Overijssel).

De beroepsbeoefenaar moet het wel heel bont hebben gemaakt, wil er een klacht tegen hem worden ingediend. Dit komt doordat burgers over het algemeen niet de kennis hebben om zelf te beoordelen dat er iets fout gaat. Er worden daardoor te weinig klachten ingediend. Het idee dat het tuchtrecht als zodanig burgers verzekert van afdoende bescherming tegen foute artsen, advocaten, accountants en notarissen is daarom een illusie. De kwaliteit van de beroepsgroepen zou beter kunnen worden bewaakt als vaker aan de bel wordt getrokken. Hier ligt ook een belangrijke taak voor de toezichthouders, maar die laten nog (te) weinig van zich horen. En dat vinden de tuchtrechters jammer.

Michiel Werkhoven ziet bijvoorbeeld graag een actievere rol van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de toezichthouder van de accountants, die de wettelijk verplichte controle van jaarrekeningen uitvoert. “De AFM moet harder optreden om de kwaliteit van de accountants ook via de werking van het tuchtrecht te kunnen garanderen. Ik merk wel dat de AFM er steeds meer op inzet, maar nog onvoldoende. Ze komen nog nauwelijks met tuchtklachten, terwijl de AFM publiekelijk aangeeft dat de door haar getoetste dossiers onvoldoende zijn.”

Joost van Dijk hamert ook op het belang van een actieve toezichthouder. “Dekens stonden voorheen vooral bekend als geestige sprekers bij installaties en jaardiners. Hun toezichthoudende functie werd slechts marginaal uitgeoefend. Gelukkig wordt dat steeds beter. En dat moet ook wel als je een externe toezichthouder buiten de deur wilt houden. Mede door het onderzoeksrapport van Rein Jan Hoekstra uit december 2012 is de deken zich er meer van bewust dat hij zijn rol als toezichthouder zuiver en (pro-)actiever moet invullen. Daardoor verwacht ik een toename van het aantal klachten. En dat is ook goed. Zo houden we het niveau hoog.”

Schadevergoeding

Een andere – en misschien wel belangrijker – reden waarom niet genoeg kwesties bij de tuchtrechter terechtkomen, is dat er te weinig stimulansen zijn om een klacht in te dienen. Voor een klager zelf is er immers niet veel te halen bij de tuchtrechter. Het opleggen van een maatregel is vooral bedoeld om een signaal af te geven aan de beroepsgroep. Niet om de klager genoegdoening te geven. Die vindt dat vaak teleurstellend en moeilijk te begrijpen. De tuchtrechters zien dat zelf ook wel als een probleem.

“De klager is alleen de ‘aanbrenger’”, aldus Van Dijk. “Verder speelt hij eigenlijk geen rol. De klager is dus niet echt partij. Genoegdoening haalt hij er daardoor meestal niet echt uit.” Terwijl de anderen instemmend knikken, vervolgt hij: “Klagers kunnen bij ons alleen morele bevrediging halen. Schadevergoeding kunnen we niet opleggen. Dat vind ik vaak wel moeilijk voor het publiek. Mensen zijn daar oprecht verontwaardigd over. Wij zoeken weleens naar schadevergoedingsmogelijkheden, maar het is moeilijk. Eén keer hebben we een advocaat bevolen dat hij een bedrag zou terugbetalen aan zijn cliënt wegens een onterechte declaratie. Maar dat was een uitzondering en geen werkelijke schadevergoeding.”

“Er zijn natuurlijk wel zaken waarbij het evident is dat een fout tot bepaalde schade heeft geleid, maar daar kunnen wij dus niets mee”, zegt Herman van der Meer, een hulpeloos gebaar met zijn handen makend. “We moeten tegen de klager zeggen dat hij een andere procedure moet starten als hij vergoeding wil. Dat vind ik ook wel een beetje ingewikkeld. Het zou misschien beter zijn als we in dat soort evidente gevallen schadevergoeding konden toekennen.”

Ook Van Dijk en Werkhoven zouden verruiming van de maatregelen in de zin van schadevergoeding niet verkeerd vinden. Maar dan moet het wel zoals in het strafrecht gaan. Eenvoudig en snel vast te stellen.

Alleen Auko Scholten ziet minder in schadevergoeding in de tuchtprocedure en denkt dat vooral moet worden gekeken naar de oorzaak van veel klachten. “Een groot deel van de ontevredenheid van klagers komt voort uit een verkeerde bejegening door de beroepsbeoefenaar. Patiënten willen bijvoorbeeld dat dokters verantwoordelijkheid nemen en erkennen dat er iets mis is gegaan. Maar dat gebeurt helaas haast nooit.”

Lees het gehele verslag van het rondetafelgesprek in het meinummer van Mr. dat vrijdag 3 mei verschijnt.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven