Twee groeiende categorieën geluidsgeschillen: warmtepompen en contactgeluid bij zwevende vloeren

De verduurzamingsgolf levert een nieuw type burengeschil op: de warmtepomp die de buren uit hun slaap houdt. In onze praktijk is het aantal juridische geschillen over warmtepompgeluid de afgelopen jaren sterk toegenomen. Voor advocaten die burenrecht behandelen is kennis van de specifieke geluidsnormen essentieel.

Delen:

De norm: strenger dan verwacht

Het Activiteitenbesluit stelt grenswaarden op de gevel van omliggende woningen: 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. Op het eerste gezicht ruim. Maar er is een cruciale complicatie: de toeslag voor tonaal geluid.

Tonaal geluid is geluid met een herkenbare toonhoogte, een constante brom of zoem. Warmtepompen produceren vrijwel altijd tonaal geluid door de draaiende compressor. Bij tonale geluidsproductie wordt 5 dB opgeteld bij de gemeten waarde. De effectieve nachtgrens daalt daarmee van 40 naar 35 dB(A). Dat is een wereld van verschil: veel warmtepompen die op papier binnen de norm vallen, overschrijden deze zodra de tonale toeslag wordt toegepast.

Waar het in procedures misgaat

Wij zien twee veelvoorkomende fouten in juridische procedures over warmtepompgeluid.

De eerste: de tonale toeslag wordt niet of onjuist toegepast. Niet elk akoestisch rapport beoordeelt het tonale karakter correct. De beoordeling vergt een frequentieanalyse in tertsbandbreedte conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Een rapport dat alleen het bruto geluidsniveau rapporteert zonder tonaliteitsbeoordeling is onvolledig en kan door de wederpartij worden aangevochten.

De tweede: verwarring over het toetsingskader. De warmtepomp van een particulier valt onder het Activiteitenbesluit wanneer deze behoort tot een “geval” in de zin van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij een particuliere eigenaar die een warmtepomp plaatst voor eigen gebruik is de juridische grondslag eerder artikel 5:37 BW (onrechtmatige hinder), getoetst aan de normen uit het Activiteitenbesluit als objectief referentiekader. Het onderscheid bepaalt of de gemeente bevoegd gezag is of dat de civiele rechter aan zet is.

Bewijs: de meting maakt het verschil

Een geluidsmeting bij de gevel van de klagende partij, uitgevoerd conform het Activiteitenbesluit met frequentieanalyse in tertsbandbreedte, is het sluitstuk van het dossier. De meting toont objectief aan of de norm wordt overschreden, of het geluid tonaal is en hoe groot de overschrijding is.

Aanvullend kan een laagfrequent onderzoek tot 20 Hz nodig zijn wanneer de bewoner klaagt over trillingen of een bromtoon die niet met standaardmetingen wordt gevangen. Laagfrequent geluid wordt niet door iedereen gehoord maar kan aanzienlijke hinder veroorzaken.

Groeiende categorie

De energietransitie zal het aantal warmtepompen in Nederland de komende jaren verder doen stijgen. Daarmee groeit ook het aantal geschillen. Advocaten die zich in dit specifieke onderwerp verdiepen positioneren zich in een groeimarkt.

Tweede aandachtsgebied: contactgeluid en de zwevende vloer die niet zweeft

Naast warmtepompgeschillen is contactgeluid de andere grote categorie geluidsgeschillen. De klassieke casus: een appartementseigenaar legt laminaat of parket, de onderburen klagen over elke voetstap en de VvE grijpt in op basis van de splitsingsakte.

Juridisch relevant is het verschil tussen een absoluut verbod op harde vloerbedekking in de splitsingsakte (“niet toegestaan”) en een isolatie-eis (“toegestaan mits de contactgeluidsisolatie ten minste 10 dB bedraagt”). Bij een isolatie-eis draait het geschil om meetdata. De bovenburen claimen dat hun ondervloer voldoet, de onderburen claimen dat het niet zo is. Zonder een onafhankelijke meting conform NEN 5077 is dit niet objectief vast te stellen.

Een veelvoorkomend probleem dat wij bij metingen tegenkomen: de zogenaamde zwevende dekvloer die niet daadwerkelijk zweeft. Een zwevende dekvloer hoort volledig ontkoppeld te liggen op een akoestische isolatielaag, zonder contact met de omringende wanden of de onderliggende constructie. In de praktijk meten wij regelmatig dekvloeren die op meerdere punten contact maken: randisolatie die ontbreekt, plinten die door de dekvloer heen zijn geschroefd of leidingen die als geluidsbrug fungeren.

Het effect is meetbaar en juridisch relevant. Een correct uitgevoerde zwevende dekvloer levert 15 tot 25 dB contactgeluidsverbetering. Dezelfde dekvloer met geluidsbruggen levert slechts 5 tot 8 dB. Het verschil tussen ruim voldoen aan de eis uit de splitsingsakte en er ver onder zitten. Voor de advocaat betekent dit: vraag niet alleen of er een zwevende vloer ligt, maar laat meten of deze daadwerkelijk presteert conform de norm.

Daarnaast is het verschil tussen laboratoriumwaarden en praktijkprestaties een terugkerend discussiepunt. Fabrikanten van ondervloeren adverteren met waarden die in het lab zijn gemeten. In de praktijk is de verbetering 30 tot 50 procent lager. Een ondervloer die in het lab 22 dB haalt, levert in de woning slechts 11 tot 15 dB. De bovenburen kunnen te goeder trouw een product hebben gekocht dat op papier voldoet maar in de praktijk tekortschiet. Een onafhankelijke meting maakt dit objectief inzichtelijk voor alle partijen.

Door Lucas Keizer, akoestisch adviseur bij KGI Groep (Kenniscentrum Geluidsisolatie)

Lucas Keizer is akoestisch adviseur bij KGI Groep (Kenniscentrum Geluidsisolatie). KGI Groep voert sinds 1994 onafhankelijke geluidsmetingen uit bij warmtepompen en levert expertiserapporten voor advocaten en rechtsbijstandsverzekeraars. Meer informatie: www.kgigroep.nl

Dit bericht valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven