Uitgevers niet bang voor nieuwe AI-spelers: ‘Verrijking van de sector’

Na de eerdere transitie van papier naar digitaal, zitten de grote Nederlandse juridische uitgevers nu middenin de transitie van digitaal naar AI-ondersteunde workflows. AI-bedrijven proberen de markt die Wolters Kluwer en Lefebvre Sdu al decennialang domineren naar zich toe te trekken, maar zij zeggen klaar te zijn voor de strijd. “We gaan de uitdaging heel graag aan.”

Delen:

beeld: Depositphotos

“Tal van bedrijven ontwikkelen momenteel op basis van LLM’s AI-tools voor juristen”, constateert Rimco Spanjer, Managing Director Legal & Regulatory Benelux bij Wolters Kluwer. De vermaarde juridische informatieleverancier, bekend van rotsen in de branding als de Asser-serie en Tekst & Commentaar, volgt

Rimco Spanjer (Wolters Kluwer)

de ontwikkelingen van grote, vaak kapitaalkrachtige AI-spelers op de voet. “In heel korte tijd is het speelveld van de juridische sector veel breder geworden.”

Spanjer is al zo’n dertig jaar actief in de sector en zag destijds van dichtbij de overgang van print naar digitaal. “Sinds de opkomst van GenAI drie jaar geleden maken we de volgende transitie door: van digitaal naar workflowgebruik. We zijn al lang geen juridische uitgever meer, maar een technologiebedrijf, dat zich richt op het ondersteunen van de juridische professional tijdens zijn of haar werk.” Maar hoe zit het met de ongekende kapitaalkracht van de OpenAI’s en Anthropics van deze wereld? Nemen zij straks de juridische kennissector niet geheel over met technisch superieure platforms?

Kapitaalkrachtige kapers

“Wij hebben ongekend heftig ingezet op productontwikkeling”, zegt Richard Leijen, Head of Product & Technology bij Lefebvre Sdu over de huidige koers van

Richard Leijen (Lefebvre Sdu)

het bedrijf. Ook bij Lefebvre Sdu zien ze dat de impact van de AI-opkomst op de juridische uitgeverswereld enorm is. “De geschiedenis van Sdu gaat eeuwen terug. Het bedrijf was van oorsprong een uitgever van papieren juridische publicaties, vooral boeken.”

De overgang naar digitale content was rond de millenniumwisseling een natuurlijke vervolgstap. “Maar die digitale content krijgt nu een heel andere waarde in de wereld van AI.” Is die wereld een bedreiging voor het bestaansrecht van een bedrijf als Lefebvre Sdu? Volgens Leijen allerminst. “Dit is juist een zeer interessante fase. Het geeft ons de mogelijkheid om onze kennis op nieuwe manieren waardevol te laten zijn.” Uiteraard ziet Leijen dat er talloze internationale, kapitaalkrachtige kapers op de kust zijn. “Maar wij gaan de uitdaging heel graag aan.”

Voorloper

Dat de opkomst van AI noopte tot nieuwe productontwikkeling, had Lefebvre Sdu al snel door. Sterker nog: met het in eigen huis ontwikkelde GenIA-L was het

Liza Kleijberg (Lefebvre Sdu)

Frans-Nederlandse bedrijf in 2023 de eerste partij die een eigen juridische AI-assistent op de markt bracht. Het bedrijf werkt momenteel aan een geheel nieuw platform, dat later dit jaar het levenslicht ziet. GenIA-L 2.0, zoals de nieuwe variant voorlopig nog wordt genoemd, moet een geïntegreerde werkomgeving worden waarin allerlei AI-ondersteunde workflows samenkomen.

“De lancering van GenIA-L was heel succesvol”, blikt Liza Kleijberg terug op de eerste stapjes die het bedrijf een paar jaar geleden op AI-gebied zette. Kleijberg is UX Lead bij Lefebvre Sdu en werkt met haar team samen aan een optimale gebruikerservaring in het nieuwe platform. “Dat GenIA-L na drie jaar alweer ouderwets aanvoelt, zegt wel iets over hoe enorm snel de ontwikkelingen gaan. We wilden dus verder gaan en een nieuwe stip op de horizon zetten.”

Present zijn

Essentieel bij het zetten van die nieuwe stip was het samenvoegen van de kennispositie van Lefebvre Sdu met een hoogwaardige gebruikerservaring, licht Kleijberg toe. “Volgens het principe dat we embedded intelligence noemen.” Onder die term worden twee aspecten verstaan. “Ten eerste: present zijn in het werkproces.” Dat betekent dat de nieuwe GenIA-L geen losstaande tool is die je er steeds bij moet pakken, maar geïntegreerd zit in het dagelijks werk. “Bijvoorbeeld door slimme koppelingen tussen onze AI en de complete werkomgeving van de gebruiker.”

Het tweede aspect heeft meer van doen met de wijze van ontwikkelen: daarbij trekken Kleijberg en haar team continu op met partijen uit de sector zelf. Het doel is: geautomatiseerde agents ontwikkelen die in de praktijk zoveel mogelijk impact maken in veelvoorkomende workflows. “Het is een enorm spannende, maar vooral ook leuke tijd”, zegt Leijen over die intensieve samenwerking met de juridische sector. “Niet in de laatste plaats omdat er in de markt nog veel partijen zijn die nog geen definitieve keuzes hebben gemaakt.”

Zwitsers zakmes

Ook Wolters Kluwer biedt zijn eigen, gezaghebbende contentbibliotheek al op tal van AI-ondersteunde manieren aan gebruikers aan. Eind 2025 nam Wolters Kluwer het bedrijf Libra over, dat een unieke AI-workspace ontwikkeld heeft: een volwaardige AI-werkomgeving, waar gebruikers op één plek juridisch onderzoek kunnen doen, documenten opstellen, beoordelen en analyseren. “Ze hebben direct toegang tot wetgeving, rechtspraak en commentaren, die naadloos met elkaar verbonden zijn”, legt Spanjer uit. “Een grote stap voorwaarts ten opzichte van de eerdere AI-oplossingen, die gebruikers vooral met behulp van AI ondersteunden bij het zoeken in databases.”

“Een advocaat kan nu met Libra veel meer doen en wordt echt ondersteund in zijn volledige werkproces. Libra is geïntegreerd met InView en Legal Intelligence, maar ook met Word, Outlook en onze kantoorsoftware Kleos. Kortom: een digitaal juridisch Zwitsers zakmes.” In de workspace kun je bijvoorbeeld opeenvolgende taken naar eigen inzicht programmeren, zodat je workflows automatiseert. Dat Wolters Kluwer zich daarmee op hetzelfde speelveld als AI-giganten als Harvey en Legora begeeft, realiseert Spanjer zich maar al te goed. “Maar wij zijn bij uitstek gepositioneerd om AI voor juristen betrouwbaar en werkbaar te maken. Wij zijn zelf een technologiebedrijf, met als onderscheidende factor: decennia aan domeinexpertise en een diep begrip van content in de juridische sector. En bovenal: inhoudelijke autoriteit.”

Stempel van kwaliteit

Content, expertise en het begrip van de juridische sector is wat Wolters Kluwer uiteindelijk onderscheidt van externe AI-spelers die ook marktaandeel proberen te verwerven onder juristen, ziet Spanjer. “Content, geschreven door gezaghebbende auteurs, is onze toegevoegde waarde. Dat is altijd al zo geweest. Maar niet alleen de content zelf: Wolters Kluwer is een stempel van kwaliteit. Je kunt onze bronnen citeren en aanhalen in de rechtbank; dat heeft gezag en autoriteit op een manier die de output van AI-spelers zonder content nooit op dezelfde manier zal hebben. AI zonder gezaghebbende bronnen is voor juristen maar beperkt bruikbaar.”

Een willekeurige AI-speler bouwt die gezaghebbende positie niet zomaar op, stelt Spanjer, ook niet door er miljarden aan ontwikkelbudget tegenaan te gooien. “Draai het eens om: als de bronnen van Wolters Kluwer er niet meer zouden zijn, zou dat een directe aderlating zijn voor de juridische sector. Wij worden continu in de juridische praktijk aangehaald en onze bronnen houden stand wanneer het er in de rechtbank op aankomt. We hebben nu eenmaal veel autoriteit, vooral vanwege ons uitgebreide auteurs- en redactienetwerk. Je wordt niet zomaar als bron erkend; dat moet je verdienen op basis van kwaliteit en gezag.”

Omgekeerde vraag

Ook bij Lefebvre Sdu zien ze de vraag over mogelijke concurrentie van vooral Amerikaanse en Chinese AI-bedrijven regelmatig voorbijkomen, schetst Leijen. “Maar je kunt ook de omgekeerde vraag stellen”, werpt hij tegen. “Wanneer komen Harvey en Anthropic nou eens met goede content? Het antwoord is dan waarschijnlijk: dat komen ze niet. Kijk, de strijd om het technisch beste platform gaan wij waarschijnlijk niet winnen, zo reëel moet je zijn. Maar dat maakt niet uit. Wij keren altijd weer terug naar onze basis: het kennisdomein en onze onderscheidende publicaties.”

Dat die onderscheidende factor in de praktijk allesbepalend is, merkt Kleijberg tijdens surveys en interviews met gebruikers uit de juridische wereld. “Onze gebruikers weten heel goed welke tools er allemaal zijn en wat die allemaal wel en niet kunnen. Ze kennen Harvey en Claude echt wel. Maar ze kiezen bewust voor GenIA-L, want die andere tools hebben die achterliggende content niet. ‘Ik wil die content power’, zeggen ze dan.”

KaaS

In plaats van bedreigende concurrenten ziet Kleijberg de buitenlandse AI-reuzen dan ook vooral als een inspiratiebron. “Wij halen letterlijk inspiratie uit Claude en Harvey: wat zijn de beste manieren en workflows om kennis te ontsluiten?” Dat Lefebvre Sdu die inspiratie omzet in ontwikkelkracht, tonen de cijfers wel aan. “In het verleden rolden we gemiddeld zeventien keer per jaar updates op ons platform uit. In 2025 waren het er 280. Je wordt als bedrijf getriggerd om mee te gaan in de razendsnelle ontwikkelcultuur.”

Leijen ziet de positie van Lefebvre Sdu dan ook in rap tempo verschuiven: van contentonderhouder naar workflowvoorziener. “We zijn niet meer alleen de boekenuitgever van weleer, en we zijn ook niet meer alleen de kennisbibliotheek. Ik zeg weleens gekscherend: wij zijn nu een soort Knowledge-as-a-Service provider. Afgekort: KaaS. Hoe Nederlands wil je het hebben?”

Gepubliceerde uitspraken

Een veelgehoorde beperkende factor als het om legal AI gaat, is de beperkte beschikbaarheid van data om die AI-systemen te voeden. De Rechtspraak publiceerde in 2025 ruim 70.000 gerechtelijke uitspraken, wat wellicht een indrukwekkend aantal is, maar nog altijd slechts een paar procent van het totale aantal uitspraken – dat ligt ruim boven het miljoen.

“AI gedijt bij data”, bevestigt Spanjer in het licht van het datavraagstuk. “Meer vrijelijk beschikbare informatie, met name gerechtelijke uitspraken, daar zou ik voor zijn. Maar ik zie ook: dat gaat waarschijnlijk gepaard met fors hogere kosten voor de Rechtspraak. En sowieso doen we het met rechtspraak.nl en wetten.nl al heel goed in Nederland.” Volgens Spanjer is het lastig om in te schatten hoeveel baat legal AI-systemen erbij zouden hebben als er ineens veel meer data publieke beschikbaar zouden zijn. “Meer data alleen is niet per se beter. Het gaat er natuurlijk om wat je met die data doet. Je moet er patronen uithalen en verbanden in herkennen: je moet de data activeren.”

Digitale volwassenheid

Hoewel legal tech-fabrikanten zich nogal eens beklagen over de beperkte datasets waarmee de juridische sector moet werken, hebben we daar in Nederland feitelijk weinig reden toe, relativeert Leijen. “De beschikbaarheid van juridische data is in landen om ons heen, zoals België, nog veel minder.” Het kan altijd beter, benadrukt hij, maar de uitgangspositie in Nederland is nu al verhoudingsgewijs uitstekend. “Er is sprake van relatieve weelde.”

Die weelde zorgt er ook voor dat Nederlandse juristen er relatief veeleisende wensen en behoeften op nahouden, merkt Kleijberg. Ze constateert tijdens haar onderzoeken naar gebruikerservaringen dat de digitale volwassenheid onder de Nederlandse doelgroep al veel verder is gevorderd dan in andere Europese landen. “In landen met een andere digitale volwassenheid, zoals Spanje, zien we andere klantbehoeften ontstaan. Dat vraagt om digitale oplossingen die bij die context passen.”

Synthetische content

De lat van Nederlandse juristen ligt dus hoog. Ze zijn digitaal vaardig en verwachten hoogstaande AI-ondersteunde workflows waarmee ze snel en gericht antwoord krijgen op hun vragen. Volgens Spanjer is dat precies waarom een informatiebedrijf als Wolters Kluwer wél het verschil kan maken tussen al het internationale AI-aanbod, ondanks dat critici zich soms hardop afvragen hoe de strijd met de meest kapitaalkrachtige miljardenbedrijven ooit gewonnen kan worden.

“Ja, Claude kan zeker een commentaar schrijven over een wetsartikel. Als je naar de achtergrond van een specifiek wetsartikel vraagt, zal daar zonder meer wat zinnigs uitkomen”, zegt hij. “Maar je kunt daar niet aan refereren. Het is geen bron, het is synthetische content zonder gezag.”

Controle

Ook Leijen ziet dat de meeste juristen nadrukkelijk de voorkeur geven aan AI-systemen die gevoed zijn met betrouwbare, gezaghebbende kennis, in plaats van aan systemen die technisch misschien net iets beter zijn. “Juristen willen controle: ze willen weten waar informatie vandaan komt en wat de bron is. Het is aan ons om onze workflows zodanig in te richten dat we die informatie proactief al gaan aanbieden, zodat de jurist er niet continu om hoeft te vragen.”

Gebruikers één stap voor zijn en proactief aanbieden wat zij nodig hebben: dat ligt ten grondslag aan GenIA-L 2.0, vertelt Kleijberg. Het doel is om de jurist in staat te stellen vanuit één platform te werken, zonder telkens te moeten switchen tussen een grote hoeveelheid browsertabs die openstaan. “Continu wisselen tussen tabs en tekst kopiëren en plakken kost tijd. Wij bouwen AI in het werkproces zodat het altijd de context kent, met je meedenkt en je verder helpt zonder dat je je workflow hoeft te onderbreken.” De nieuwe versie van Lefebvre Sdu’s eigen AI-platform is per medio juni in pilotvorm beschikbaar voor een selecte groep gebruikers. In september volgt naar verwachting de uitrol naar alle gebruikers.

Verrijking

Spanjer van Wolters Kluwer blikt graag vooruit op alle ontwikkelingen die eraan komen. Maar die gaan zó snel, dat het lastig is om meer dan een half jaar vooruit te kijken, erkent hij. “Natuurlijk hebben we heel wat nieuwe ontwikkelingen voor Libra op stapel staan, zoals het nog beter interpreteren van de gebruikersintentie. We willen dat het systeem begrijpt wat je doel is, zonder dat je alles stap voor stap moet invoeren.”

Hij vervolgt: “Als ik wat meer beschouwend naar de toekomst kijk, dan hoop ik dat de mens over een jaar of vijf nog steeds ‘gewoon’ als gezaghebbende autoriteit wordt gezien, en dat het gezag niet van een computersysteem komt. Dehuman in the loop moet onontbeerlijk blijven.” Daadwerkelijke validatie van informatie en standpunten, waarop je ook kunt terugvallen ten overstaan van de rechter of je cliënt, dat moet uiteindelijk mensenwerk blijven, vindt Spanjer.

“En waar ik voor de korte termijn op hoop, en wat ik ook verwacht, is dat AI voor steeds meer juristen een onderdeel wordt van hun overkoepelende work-space. Dat is namelijk dé manier om in de sector werk sneller te doen en zaken te kunnen oppakken waar tot voor kort geen capaciteit voor was. Kortom: dan zorgen we samen voor verrijking van de sector en samenleving.”

‘Maak slim gebruik van je kennismonopolie’

Mark Zijlstra, head of Legal Technology bij ICTRecht, over de vraag hoe Wolters Kluwer en Lefebvre Sdu zich verhouden tot buitenlandse AI-giganten:

“AI-tools als Claude en Harvey zijn volledig ingericht op het alsmaar gemakkelijker maken van workflows. Taken die bijvoorbeeld bedrijfsjuristen doen, daar wordt Claude letterlijk met de dag beter in. Het cruciale wat deze bedrijven niet hebben, is een koppeling met relevante, hoogwaardige rechtsbronnen naast openbaar toegankelijke informatie, zoals wetteksten. Als zij dat probleem zouden oplossen, komen ze definitief op het terrein van uitgevers als Wolters Kluwer en Lefebvre Sdu. Die hebben nu zeker nog een unieke positie: gezaghebbende kennis en content voor vakexperts.

Ik verwacht dat alle kantoren die het nog niet hebben gedaan dit jaar een definitieve keuze maken welke AI-software ze gaan inkopen. Anthropic is met Claude momenteel koploper in die strijd, zie ik, vanwege die hoogwaardige workflows. De strijd om de beste technologie gaan de Nederlandse uitgevers verliezen, omdat ze simpelweg niet de ontwikkelkracht hebben van een OpenAI of Anthropic. Maar linksom of rechtsom missen die Amerikaanse bedrijven de lokale kennis en autoriteit die Wolters Kluwer en Lefebvre Sdu wél hebben. Mijn advies aan die uitgevers zou zijn: zet in op het zo goed mogelijk ontsluiten van je unieke informatiepositie. Juristen willen meer dan een kennisbank; ze willen workflows.

Nederlandse uitgevers stellen zichzelf nu de vraag: welke toekomst zien we voor ons en wat moeten wij doen om onze kennis optimaal toegankelijk te maken voor onze doelgroep? Dat is in mijn ogen de juiste vraag. Ze moeten er tegelijkertijd voor waken dat hun kennismonopolie straks niet verstopt blijft, doordat die alleen kan worden ontsloten via tooling die slechter is dan die van buitenlandse concurrenten.”

 

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven