Uitspraken Ahsmann zorgen voor beroering binnen rechtspraak

Delen:

Margreet Ahsmann, de kersverse hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit Leiden en senior rechter bij de rechtbank Den Haag, heeft met haar oratie eind augustus een flinke steen in het water gegooid. “De raio-opleiding wordt zonder enig empirisch onderzoek met één pennenstreek ter zijde geschoven. Dit staat in schril contrast met de zorgvuldige en grondige wijze waarop de opleiding ooit tot stand is gekomen.” En dat was maar een van haar uitspraken. De Raad voor de rechtspraak en opleidingsinstituut SSR distantiëren zich nadrukkelijk van deze en sommige andere uitspraken.

“Uit de stevige toon van haar kritiek spreekt persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp, dat siert mevrouw Ahsmann”, aldus Michiel Boer, woordvoerder van de Raad voor de rechtspraak. “Niettemin wil de Raad afstand nemen van de suggestie dat de beslissingen om de opleidingen tot rechter te herzien, lichtvaardig is genomen.”

Ahsmann stelt dat de wijze waarop de selectie en opleiding tot rechter is vorm gegeven, nooit voorwerp van kwaliteitscontrole is geweest. Daarnaast ontbreekt volgens haar een behoorlijke administratie over bijvoorbeeld de afgelopen tien jaar van alle scores en beoordelingen, mét een loopbaanvolgsysteem. Ahsmann maakt zich dan ook ernstige zorgen over hoe een geheel nieuw opleidingsstelsel gecreëerd wordt. Zij vraagt zich af of de Rechtspraak met deze geheel nieuwe koers op de goede weg is.

Volgens Boer is in 2010 een evaluatie uitgevoerd van de huidige rio-opleiding en een verkenning van alternatieven voor de huidige raio-opleiding. Hij zegt dat uit beide trajecten naar voren is gekomen dat het wenselijk is hervormingen door te voeren in het huidige stelsel van de opleidingen. “Aan de beslissing ligt veel onderzoek ten grondslag, verkenningen, praktijkervaringen interviews met betrokkenen uit de opleidingspraktijk. Mevrouw Ahsmann is trouwens zelf nauw betrokken geweest, zowel bij de herzieningstrajecten van de raio-opleiding als bij de evaluatie van de rio-opleiding.”

Rosa Jansen, voorzitter van het College van Bestuur van SSR, sluit zich bij Boer aan. “We weten heel veel over de opleiding. Alleen al omdat we er al 55 jaar mee werken. In de loop der jaren zijn er ongeveer 30 rapporten verschenen over de opleiding. En momenteel bekijkt een team onder leiding van de president van de rechtbank Breda of het competentieprofiel van de rechter anno 2011 het profiel is op basis waarvan de nieuwe opleiding kan worden ingericht. Er is een heel gedegen traject uitgezet. We weten waar we mee bezig zijn. Het is echt meer dan één pennenstreek.”

Bezuinigingsdruk

Ahsmann zei ook dat de gang van zaken vooral lijkt ingegeven door bezuinigingsdruk die de overheid de rechterlijke macht heeft opgelegd. Volgens Jansen is dat onwaar. “De bezuinigingen zijn niet de reden waarom de raio-opleiding verdwijnt. Al geruime tijd voordat de bezuinigingen werden afgekondigd, zijn we begonnen met (ideeën over) een moderniseringslag. Het is niet gek om na ruim een halve eeuw eens opnieuw naar de opleiding te kijken. De raio en rio moeten dichter bij elkaar komen. De rio-opleiding is een niet heel gestructureerde opleiding met weinig verplichte elementen en de begintermen voor de raio en raio zijn anders, terwijl de eindtermen wel hetzelfde behoren te zijn. Er moet een veel gestructureerder pakket worden geboden.”

Het door de Raad voor de rechtspraak ontwikkelde nieuwe ‘Opleidingshuis’ zal de huidige opleidingstrajecten vervangen door een uniforme opleiding met als instroomvereiste minimaal twee jaar werkervaring. De buitenstage komt daarmee te vervallen waardoor de opleiding geen zes jaar, maar vier jaar duurt. Dit betekent dat afgestudeerden niet meer direct kunnen instromen. Ahsmann vindt dat jammer, omdat de Rechtspraak daarmee toptalent misloopt. Uitblinkende studenten zullen worden ‘opgeslokt’ door advocatuur, bedrijfsleven en overheid. Jansen kan op dit punt wel met Ahsmann meevoelen. “Het projectteam dat de opdracht heeft gekregen met voorstellen te komen voor de nieuwe initiële opleiding zal in het projectplan alsnog met een overweging komen over of het wel zo verstandig is om deze groep uit te sluiten.. Als we tot de conclusie komen dat die groep toch heel belangrijk is, dan zullen we kijken of er niet alsnog ruimte voor hen binnen het nieuwe stelsel is.”

Verder constateert Ahsmann dat een financieel, didactisch en rechtshistorisch plan voor het nieuwe opleidingsstelsel ontbreekt. Terecht opgemerkt, vindt Jansen. “Een projectteam – waar ik deel van uitmaak– is daar op dit moment namelijk nog mee bezig. We springen niet blind het zwembad in.” In de tweede helft van 2012 moet het definitieve plan rond zijn, zodat in 2013 de nieuwe opleiding van start kan gaan.

Op de vraag of de door Ahsmann geuite zorgen voorbarig zijn geweest, antwoordt Jansen: “Misschien een wat ongeduldige reactie, maar wel een belangrijk signaal. Ze maakt zich zorgen dat een gedegen opleiding zomaar wordt weggestreept en dat genoegen wordt genomen met een ‘mager pakketje’. De aanpassingen en bezuinigingen mogen inderdaad niet tot verslechteringen leiden. Daar zal ik voor waken. Het gaat immers om de toekomst van de rechtspraak in Nederland.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven