Hij is niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn. Ruim vijftien jaar geleden schreef advocaat Murk Muller Met plezier advocaat zijn. Vooral de laatste jaren verschijnen veel ‘persoonlijke’ boeken van advocaten, zoals Meester Leonie: Het leven van een strafrechtadvocaat (2023) van Leonie van der Grinten en Alleen blaffen als je bijten kan (2024) van Roland Mans. Vorig jaar verscheen David’s Cadillac. Verhalen uit een advocatenleven van Roberto Pennino. Vorig jaar bundelde Matthijs Kaaks zijn columns tot Ridders in toga: 25 jaar columns over de advocatuur en kwam de geschrapte advocaat Oscar Hammerstein uit met Geachte confrère, liever geschrapt dan vermoord.
Geromantiseerd
En nu is daar het boek De vrolijke advocaat van advocaat/partner Lex de Jager, verbonden aan het Amsterdamse kantoor Van Till Advocaten. Zijn verhalen zijn, zo schrijft De Jager, gebaseerd op ware gebeurtenissen die wel zijn geanonimiseerd en wat geromantiseerd – die verleiding heeft hij niet kunnen weerstaan. Net zoals De Jager schrijft over stereotypen: de advocaat die (te) duur is, de advocaat met een grote bek, de advocaat als ‘bulldog’ en de advocaat als lijkenpikker. En ook dat de advocaat zichzelf heel belangrijk vindt. Maar ze werken ook hard, hebben hart voor de zaak, verdienen netjes hun geld en ‘hebben doorgaans een tamelijk gezond ego’ – zoals advocaten die boeken schrijven over hun eigen succes.
Komische gebeurtenissen
De Jager werd in 1989 advocaat en hij wil pas na tien lustra stoppen. Zijn werk neemt hij heel serieus, zo schrijft hij, maar dat gaat alleen zolang hij zichzelf niet al te serieus neem. Zijn boek is daartoe een poging. “Een aantal verhalen uit de praktijk. Over mensen die ik tegenkwam, onverwachte gebeurtenissen en ook mijn minder slimme momenten. Een beschrijving van de harde werkelijkheid, maar vooral ook van komische gebeurtenissen.” Dat verklaart de titel De vrolijke advocaat (Just Publishers), “ik hoop oprecht dat u erom kunt lachen”. Het verscheen 18 juni.
Clichés
De Jager kan goed vertellen en prikt en passant door advocatenclichés heen. Zoals de bulldog – die schrijft brieven op poten, wat zijn cliënt geweldig vindt, maar het gaat erom: kan hij de rechter overtuigen. En rechters hebben volgens de auteur een hekel aan bulldogs. Taalkundige clichés weet hij minder goed te vermijden. Een zaak gaat over een Zweedse wederpartij: “Het verhoor van de tweede Zweed (ook onder de oksels, het was inmiddels behoorlijk warm en bedompt geworden in het zaaltje).” In een ander verhaal trekt De Jager zijn ‘gevechtskledij’ aan (zwarte toga met gesteven bef). En: “Schikken is dus niet alleen voor bloemisten.” Maar zijn vrolijke verteltrant over zijn zaken, zijn eigen stage, sollicitanten en zijn eigen kantoor maken het tot een heel aardig boek.
Tattoo
Op het omslag wordt het dan ook aanbevolen door advocaat Royce de Vries (‘een must-read’) en schrijver P.F. Thomése (‘veel zelfspot’). Maar ja – De Jager is dan ook voorzitter van de Peter R. de Vries Foundation en voorzitter van de Raad van Commissarissen van betaald voetbalorganisatie Telstar. Frans Thomése is zijn voetbalmakker. Dat maakt aanbevelingen wat ongeloofwaardig. Wél leuk is dat De Jager in 2025 een weddenschap aanging met zijn zoon: als Telstar promoveert, zou hij een tattoo met het clublogo laten zetten op zijn lichaamsdeel waarop hij zit. Telstar ging dat jaar naar de eredivisie. Of De Jager het aandurfde, moet u zelf lezen.
