Website voor juristen

Rechtenstudie niet ‘flinterdun’

De rechtenfaculteiten zijn verontwaardigd over de uitlatingen van voormalig landelijk NOvA-deken, Willem Bekkers, die vindt dat het niet best gesteld is met de kwaliteit van de universitaire rechtenopleidingen. Mr. vroeg een aantal decanen om hun reactie. Het commentaar van Bekkers is volgens hen achterhaald, ‘te makkelijk’ en ‘te generaliserend’. Bekkers lijkt niet goed op de hoogte te zijn van wat er de laatste jaren allemaal is gebeurd op de faculteiten.

In het afgelopen nummer van Mr. (nummer 3/2010) verscheen een interview met Willem Bekkers waarin hij zich uitte over de gesteldheid van de rechtenstudies: “Ik maak me zorgen over de kwaliteit van de universitaire opleiding. En als ik onder vier ogen met de decanen spreek zijn ze dat met me eens. De vorming van de academische jurist laat te wensen over. De studie rechten is een van de simpelste studies die we kennen. Flinterdun. En ook de minst internationale. Het is denk ik de enige studie waarin je geen Engels hoeft te lezen. En er is vrijwel geen relatie met datgene wat er gebeurt in de samenleving. Er is een noodzaak onze toekomstige advocaten een brede academische vormgeving te geven.”

Te makkelijk en te generaliserend

Decaan van de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen, Corjo Jansen, reageert verbaasd: “Het betoog van Bekkers is te generaliserend. Hij slaat volledig de plank mis. Wij reageren weldegelijk op de ontwikkelingen in de maatschappij. Er is steeds meer aandacht voor onder andere Europees recht, rechtsvergelijkende vakken en staatsrecht van de door ons omringde landen en Engelse literatuur is soms verplicht.”

Aalt Willem Heringa, decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht, deelt deze mening: “Ik heb zo mijn twijfels over het commentaar van de voormalig landelijk deken. Is hij überhaupt wel op de hoogte van de ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden op de faculteiten? De opleidingen zijn aanzienlijk veranderd, geïntensiveerd en uitgebreid. Zo heeft sinds ongeveer tien jaar het Europees recht een enorme groei doorgemaakt op alle faculteiten. Ook op internationaal vlak zijn de aangeboden vakken zeer uitgebreid. Daarnaast bieden we het unieke European Law School programma aan voor gemotiveerde studenten. Steeds meer juridische opleidingen bieden ook verzwaard onderwijs, zoals honoursprogramma’s, aan en doordat bijna alle faculteiten werken met strakke bindend studieadviezen is onmiskenbaar het niveau van de studie opgekrikt.”

Departementshoofd Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht, Ige Dekker, beaamt dit: “Onze bacheloropleiding heeft een sterk internationaal en vooral Europees accent. Naast inleidende vakken moeten onze studenten een verdiepend vak in het Europees recht en een internationaal rechtsvergelijkend vak volgen welke in het Engels worden gedoceerd en getentamineerd. De helft van onze masters is zelfs geheel Engelstalig. Binnen de opleiding proberen we zo veel mogelijk in te spelen op de aansluiting met de samenleving en met de beroepspraktijk.”

Volgens decaan Theo de Roos (rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg) voldoet zijn faculteit volledig aan de eisen van de voormalig landelijk deken: “Een brede academische basis in de bachelor en verdieping en specialisatie in de masters. Ook de internationalisering komt goed uit de verf. Dat er vrijwel geen relatie zou zijn met wat er gebeurt in de samenleving is onzin. Ik ben eigenlijk wel benieuwd welke decanen dat ‘onder vier ogen’ aan Bekkers hebben wijsgemaakt. Wij streven momenteel naar verdere academisering en intensivering. Dus het kan nog beter en daar wordt voortdurend aan gewerkt.”
Carel Stolker, decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden, noemt de opmerkingen van Willem Bekkers ‘te gemakkelijk’. Stolker: “Het is misschien ook het perspectief van mijn generatie waarin alles vroeger zó veel beter was. Bedenk: dat was de tijd van de zevende-, achtstejaars. Niks geen internationalisering, geen oefenrechtbanken en nauwelijks schrijfopdrachten.”

Niet simpel

Ige Dekker vertelt dat ze in Utrecht streven naar kwalitatief hoogwaardig onderwijs. “Om extra getalenteerde en gemotiveerde studenten de kans te geven zich optimaal te kunnen ontplooien hebben wij het Utrecht Law College gelanceerd. Het curriculum van dit college omvat veel praktijkonderwijs zoals ‘het pleiten’. Bij reguliere studenten zetten wij ook in op kwaliteit. Voor aanstaande eerstejaars organiseren we een dag waarop zij een voorproefje op hun studie krijgen. Op deze manier hopen wij gemotiveerde studenten binnen te halen om zo de kwaliteit van de instroom te verhogen en onnodig uitval te voorkomen.”

Aalt Willem Heringa (Maastricht): “Natuurlijk worden niet altijd en overal briljante rechtenstudenten afgeleverd en ik kan niet ontkennen dat er ook weleens slechte tussen zitten, maar het niveau van de gemiddelde student is goed. Onze inkomende uitwisselingsstudenten zijn in het algemeen zeer onder de indruk van het niveau en de zwaarte. Als ik voor mijn eigen faculteit de studielast van studenten zie dan wordt er gemiddeld tegen de 40 uren aan besteed en dat noem ik niet flinterdun.”

Volgens Corjo Jansen miskent Bekkers inderdaad dat het studeren helemaal niet zo simpel is. “Het aantal contacturen is in Nijmegen ongeveer 16 uur per week. Dat lijkt weinig, maar het komt bij rechten nu eenmaal vooral neer op zelfstudie. Ik merk frustratie bij de Orde over dat studenten minder kennen dan dat ze kunnen, maar waar dit precies op gebaseerd is, is mij een raadsel.” Heringa: “De opleiding leidt niet alleen op tot de advocatuur. Maximaal 25 procent gaat uiteindelijk een togaberoep uitoefenen. De hele opleiding is verplicht gebouwd op de eisen van het civiel effect. Veel procesrecht dus, maar dat kan ook in de praktijk worden geleerd. Ik zou liever deze tijd besteden aan academische vorming”.

Directeur opleidingen Jaap Dijkstra (rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen) stelt juist juridische vakbekwaamheid voorop: “Hoe kun je vaststellen of een rechtenopleiding kwalitatief goede juristen aflevert? Persoonlijk denk ik dat de mate waarin studenten bijvoorbeeld in de top van de advocatuur terecht komen, een goede maat van kwaliteit is. Immers, advocatenkantoren realiseren zich maar al te goed dat ze uiteindelijk zullen moeten concurreren met de kwaliteit van hun juristen. Die kwaliteit heeft eerder iets te maken met juridische vakbekwaamheid dan een brede academische vorming. We moeten kritisch blijven ten aanzien van het niveau van afgestudeerden, maar in het algemeen roepen dat het allemaal flinterdun is, lijkt mij te kort door de bocht.”

Decaan Carel Stolker uit Leiden doet alle leden van de Orde een aanbod: “Zij die dat willen, kunnen hun doctoraalscriptie naar ons opsturen. Wij zullen ze, oprecht, door onze hoogleraren opnieuw laten nakijken, met de kwaliteitsnormen van nu en de wetenschappelijke kennis van toen. Advocaten van Nederland: kom maar op! Willem, begin jij?”

Financiering een probleem?

De financiering van de faculteiten vormt wel een probleem. Decaan Heringa: “We mopperen op de zeer lage financiering, omdat intensief en kleinschalig onderwijs daardoor lastig is. Helaas lopen vooralsnog de overheidsvoorzieningen alleen maar terug en dat geldt ook voor het personeel.” De Nijmeegse decaan Corjo Jansen herkent het financiële probleem, maar volgens hem hoeft dit niet de academische vorming te hinderen: “Daar zijn oplossingen voor te bedenken. Zo zijn in Nijmegen de onderzoekers van de universiteit verplicht om onderwijs te verzorgen. Er bestaat bij ons een onlosmakelijk verband tussen onderwijs en onderzoek.” Heringa: “Als de advocatuur vindt dat er wat gedaan moet worden aan de universitaire opleidingen dan zal zij ons aan meer fondsen voor bijvoorbeeld onderzoeksprojecten of hoogleraarschappen moeten helpen.” Decaan Carel Stolker merkt nog op: “Ik heb aan de Zuid-As menigmaal op bankjes gezeten die in aanschafwaarde het jaarsalaris van een docent vertegenwoordigen. De rechtenfaculteiten zijn financieel gedwongen massa-onderwijs te verzorgen en daar zijn we eigenlijk heel goed in!”

Reactie (2)

geschreven door jan, 13 mei 2010, 15:55
Ik denk dat de heer Bekkers volkomen gelijk heeft!

In mijn kennissenkring zijn er 6 advocaten en ik kan zeggen dat het niet de meest intelligente mensen zijn die ik ken.

Corjo Jansen en de andere decanen zijn hun 'heilige huisjes' duidelijk aan het beschermen.

Het vergt durf, karakter en visie wat de heer Bekkers heeft gezegd. Zolang niemand hem bijstaat zal de rechtenstudie de komende decennia bekend blijven staan als de meest gemakkelijke flinterdunne flutstudie die er is.

Natuurlijk zijn er goede jurisrten en advocaten, maar dat mag ook wel met zoveel afgestudeerde rechtenstudenten.

Ik ben benieuwd hoe het met de kwaliteit van artsen zou zijn gesteld als zij dezelfde kwaliteit van onderwijs zouden krijgen als een rechtenstudent.

Het is een algemeen bekend feit dat een rechtenstudie de gemakkelijkste academische studie is in Nederland. Ik zou zeggen, kijk naar de landen om je heen. Is de kwaliteit daar ook zo slecht? Een verdwaalde Spaanse rechtenstudent heeft niet het antwoord, lijkt me meneer Jansen.

GrT,
Jan

geschreven door R.B. Bakels, 05 mei 2010, 16:30
Het spijt mij dat het verwijt van Bekkers al de decanen van de rechtenfaculteiten pijnlijk heeft getroffen. Ik studeerde van 1998-2000 rechten in Leiden (ja, ik studeerde in ruim twee jaar af - onder relevante voor-ervaring!) Wat mij vooral opviel - en opvalt, is dat veel rechtenopleidingen vooral "technische" vakopleidingen zijn voor advocaten (en andere togaberoepen). Misschien is dat ook wel goed: een advocaat moet vooral kunnen procederen. Maar om aanspraak te maken op academisch niveau zou veel meer aandacht moeten worden besteed aan allerlei gerelateerde vakken, van economie tot politicologie. Het frappeerde mij dat er hoogleraren zijn die octrooirecht doceren, zonder zelfs maar de elementaire Duitse en Amerikaanse jurisprudentie te kennen.
Het wordt tijd dat erkend wordt dat de rechtenstudie een "academische hogere beroepsopleiding" is, die advocaten opleidt die alle "techniek" in huis hebben om processen voor hun cliënten te winnen.
Academici opleiden die breder kunnen denken is een andere opgave. Een hoofd juridische zaken van een (groot) bedrijf moet veel meer in zijn mars hebben dan procedeervaardigheid. Daar zijn andere opleidingen voor nodig, en andere docenten.
Een voorbeeld. Recent was ik bij een sessie over "technology transfer". Een advocaat-hoogleraar was vooral geïnteresseerd in de inbedding van "technologie" (ook zonder octrooien) in het systeem van het privaatrecht, vooral bij faillissement - altijd een centrale vraag in het goederenrecht. Hij praatte op een totaal ander niveau (niet per se hoger of lager) dan een collega die het vraagstuk benaderde vanuit intenationaal recht en internationale politieke verhoudingen, met de (globale) effecten op de economieën.
Moeten juristen zich überhaupt wel met beleid bemoeien? Volgens mij wel, in de eerste plaats omdat anders (omkereed) bijv. economen zich met recht gaan bemoeien, wat vaak tenenkrommende resultaten oplevert. En verder kunnen goed gedoseerde en ingebedde beleidsargumenten natuurlijk ook voor de rechter worden gebruikt.

Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy