Website voor juristen
Het strafproces moet in tweeën worden geknipt
donderdag, 02 september 2010 door Job Knoester
Op 28 augustus 2010 verkondigden Thomas Rinne, medisch directeur van het Pieterbaan Centrum, en Ko Hummelen, psychiater bij De Boog in Warnsveld, in het dagblad Trouw dat het strafproces in tweeën moet worden geknipt. Eerst zou de schuldvraag moeten worden beantwoord. Als het antwoord op die vraag bevestigend is zou pas dienen te worden bekeken of gedragskundig onderzoek op zijn plaats is. De gedachte van de twee heren hier achter was dat minder verdachten dan zullen weigeren mee te werken aan rapportages van psychologen en psychiaters.
Met de voorgestelde wetswijziging ben ik het van ganzer harte eens. Niet met het idee dat daardoor meer verdachten wel met psychiaters en psychologen willen meewerken. Dat zal pas gebeuren als het tbs-stelsel op meerdere punten inhoudelijk verbeterd wordt. Hier is, ook recent, al vaker meer over gezegd. Dat zal ik niet hier opnieuw doen.
Thans is het gangbare praktijk dat in het begin van het strafproces, vaak vlak nadat iemand in voorarrest is genomen, de vraag aan de orde komt of iemand aan onderzoek van gedragswetenschappers moet meewerken. Een dergelijk onderzoek is zeer belastend. Het maakt een inbreuk op iemands privacy nu getracht wordt zijn hele ziel en zaligheid bloot te leggen. Bovendien is het niet zelden een uiterst confronterende aangelegenheid waarbij ook regelmatig oude wonden worden opengereten.
Mede tegen deze achtergrond vragen veel verdachten zich niet onlogisch af waarom zij zich aan dit soort onderzoeken moeten blootstellen als zij het hen verweten delict ontkennen. Recent stond ik een minderjarige verdachte bij die met klem een ernstig zedendelict ontkende. Hij wilde daarom niet met een psycholoog en psychiater praten. De deskundigen vonden, gelet op de ontkenning, niet goed te kunnen adviseren omtrent de vraag of een pij-maatregel op zijn plaats was. De rechtbank kwam vervolgens met een uitgebreid en zeldzaam tussenvonnis. Nadrukkelijk en gemotiveerd werd overwogen dat de feiten bewezen werden geacht. Met dat uitgangspunt werd nieuwe deskundigen opgedragen over de verdachte te rapporteren. Vervolgens werkte de verdachte wel mee met als resultaat een voor hem niet ongunstig rapport. Deze werkwijze is creatief, ook al zal het niet altijd effect kunnen hebben. De verdediging zal immers ook altijd vooruit moeten kijken naar de vraag wat het meewerken aan een rapport na een bewezenverklaring voor consequenties in een eventueel hoger beroep zal hebben. In dit geval was de motivering van de bewezenverklaring echter van die kwaliteit dat tot de conclusie werd gekomen dat de verdachte alleen maar te winnen kon hebben met wel meewerken.
Een ander punt is dat vrijwel altijd de vraag opkomt op hoe objectief een psycholoog of psychiater naar de onderzochte zal kunnen kijken na kennis te hebben genomen van het vermeende delict en het daaraan gekoppelde strafdossier. Staat die nog niet bewezenverklaarde achtergrond werkelijk los van de vraag of een verdachte een stoornis heeft (of liever gezegd had ten tijde van het vermeende delict) en of en zo ja welke behandeling op de verdachte moet worden losgelaten? De standaardoverwegingen in rapportages dat de adviezen alleen gelden voor zover het feit bewezen wordt geacht stellen de verdachten, maar ook advocaten niet gerust. Bij rechters lijkt deze praktijk echter zelden vragen op te roepen.
En over rechters gesproken; hoe is het andersom? Niet zo lang geleden betoogde de psychologe professor Corine De Ruiter tijdens een lezing dat het haast niet anders kan dan dat ook rechters zich door een gedragskundig rapport laten beïnvloeden bij de beantwoording van de schuldvraag. Hierbij verwees ze naar buitenlands wetenschappelijk onderzoek. En ja, ook hierover hebben verdachten en advocaten zorgen. De door Rinne en Hummelen uitgesproken gedachte dat er angst bestaat dat de rapportages direct zullen bijdragen aan het bewijs is wellicht niet erg op de voorgrond te plaatsen nu de Hoge Raad al eerder uitmaakte dat de inhoud van reclasseringsrapporten niet aan het bewijs mogen bijdragen. Volledige zekerheid hebben we ten aanzien van psychologische en psychiatrische rapporten echter nog niet. Bovendien zijn rechters ook maar mensen. We kunnen niet uitsluiten dat de rapporten in de hoofden van de rechters bijdragen aan de overtuiging. Ook niet als die adviezen buiten de bewijsmiddelen worden gelaten. In ieder geval bestaat bij veel verdachten die vrees en dat is niet onbegrijpelijk.
Naar mijn idee zou het derhalve beslist een verbetering zijn als er twee fases in het strafproces komen. Eerst dienen de vragen van artikel 348 sv, de bewijsvraag en de vragen of er bijvoorbeeld sprake is van noodweer of overmacht te worden beantwoord. Daarna pas de vraag ter zake de eventuele straf of maatregel. Als er in dat verband prijs wordt gesteld op gedragskundige rapportages zal dan de zaak moeten aangehouden om dit onderzoek te realiseren. Een nadeel hiervan zou kunnen zijn dat een en ander meer tijd kost, maar juist in zaken waar de mening van psychologen en psychiaters van belang wordt geacht staat er zoveel op het spel dat dat tijdsverloop ondergeschikt moet worden geacht aan een zorgvuldig en eerlijk proces. Aldus wordt in bepaalde gevallen voorkomen dat een verdachte onnodig aan belastende onderzoeken moet meewerken. Tevens wordt dan voorkomen dat de objectiviteit van gedragsdeskundigen en rechters onnodig in het geding wordt gebracht, althans dat bij verdachten op dat punt een niet onlogische vrees kan ontstaan.
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Job Knoester

Job Knoester is strafrechtadvocaat bij Nolet Advocaten in Den Haag. In het bijzonder behandelt hij zeden- en geweldzaken (moord en doodslag). Mede door deze achtergrond behartigt hij de belangen van een groot aantal tbs-ers. Door de aard van zijn specialisatie roeit Knoester vaak tegen de stroom van de maatschappelijke opinie in. Hij houdt dat vol door een grote passie voor zijn vak en een heilig geloof in het strafrechtsysteem. Via deze weblog zal hij zijn ervaringen delen.
Alle blogs Job
- Zwaardere straffen voor geweld tegen hulpverleners, waar slaat dat op?
- Justitie is te laf om met de billen bloot te gaan
- Vermogende verdachten krijgen een betere verdediging
- Tribunaal voor piraten
- Klassenjustitie 2?
- Nederland kent nog altijd klasse-justitie
- Telt de agenda van de advocatuur?
- Verliefd op tbs
- Teeven van God los
- Tbs blijft een gesloten bolwerk
- Kan het ook anders?
- Is de magistratuur magistratelijk genoeg?
- Forensisch psychiatrisch toezicht
- Hoe objectief is het Pieterbaan Centrum
- Het strafproces moet in tweeën worden geknipt
- Onze politici zijn hypocriet
- De rechter spreekt
- Nieuwe piketregeling is een drama
- Hof Arnhem roept vragen op
- Justitie ook na Putten, Schiedam en Post niet transparant
- Sociaal zijn heeft ook een grens
- Ook moslimadvocaat Enait is net een vrouw
- Tbs kliniek De Kijvelanden maakt patiënten krankzinnig
- Rechters moeten TBS-verlengingsprocedures serieuzer nemen
- Strafrecht is niet zwart wit
- Druk van de rechter op verdachten toelaatbaar?
- Hof Den Bosch gaat mee in de waan van de dag
- Willekeur regeert in de mesdagkliniek
- 1 april, cliënt neemt advocaat in de maling
- Politie in zedenzaken niet objectief
- Staan rechters wel genoeg met de poten in de klei?
- ISD woede
- Politiebaas vergroot risico zware criminaliteit
- Ook na de Schiedammer parkmoord blijft het NFI informatie achterhouden
- Tbs; zo kan het ook
- De hand van justitie schiet steeds vaker uit
- Den Haag is een gevaarlijke stad
- Albayrak trapt een open deur in
- Over een trage reclassering en een weinig rebelse rechter
- Het OM, onbeperkt in beperkingen


