90 jaar NGB: van statig gezelschap tot bruisende beroepsorganisatie

Met het congres ‘Digital Counsel − Fast forward future proof’ vierde het NGB op 4 november (met een jaar vertraging door corona) zijn negentigjarig bestaan. Wat begon als een studiegezelschap voor juristen die werkten bij ‘industriële ondernemingen van standing’ groeide uit tot een bloeiende beroepsorganisatie voor alle bedrijfsjuristen. Drie generaties NGB’ers vertelden in het nieuwste nummer van Mr. over de jubilerende vereniging, en over hun veranderende vak.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Depositphotos_148530243_S-90-1f61aa22
beeld: Depositphotos

De eerste bedrijfsjurist dook rond 1920 op in Nederland, al werd hij toen nog niet zo genoemd. Ondernemingen die na de Eerste Wereldoorlog snel groeiden, zoals Shell, Philips en Unilever, begonnen in die jaren juristen in dienst te nemen, die als hoofdtaak hadden het vervullen van juridische werkzaamheden. Zij liepen daarmee voorop in Europa.
Zo’n tien jaar later verenigde een aantal van hen zich in het ‘Studiegezelschap van Juristen werkzaam bij handel en industrie’, de voorloper van het NGB. De oprichtingsvergadering vond plaats op 10 oktober 1930; voorzitter was de Leidse hoogleraar prof.mr. A.S. Oppenheim. Het belangrijkste doel van het gezelschap was het uitwisselen van ervaringen, vertelt Albert Verdam, van 2002 tot 2006 voorzitter van het NGB.

Standing

Albert Verdam

Verdam, nu nog één dag per week adviseur bij Philips en hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit, is ooit voor een artikel in het Nederlands Juristenblad de archieven ingedoken om wat meer over de geschiedenis te achterhalen. Met hoeveel juristen het studiegezelschap van start ging heeft hij niet kunnen ontdekken, wel dat er in 1938 beperkingen aan het lidmaatschap werden gesteld. “Uit een vergaderverslag blijkt dat ze bang waren dat de sfeer ‘aan intimiteit zou gaan inboeten’. Daarom mochten voortaan alleen nog maar ‘juristen werkzaam bij industriële ondernemingen van standing, met uitsluiting dus van juristen werkzaam bij banken, scheepvaartmaatschappijen, assurantiemaatschappijen enz.’ lid worden.” Ook werd een grens van vijftig (werkende) leden ingesteld. Door deze leden na een aantal jaar door te schuiven naar de categorie niet-werkende leden, was er toch regelmatig ruimte voor nieuwe leden – wat dat voor gevolgen voor de intimiteit had is niet duidelijk.

Driedelig pak

De leden van het studiegezelschap kwamen regelmatig bij elkaar om kennis en ervaringen uit te wisselen over onderwerpen die hen bezighielden. Uit een bewaard gebleven convocaat blijkt bijvoorbeeld dat op een novembermiddag in 1933 het ‘vraagstuk van kapitaalvermindering’ werd besproken; twee leden hielden daar een inleiding over ten kantore van het Verbond van Nederlandsche Werkgevers aan de Kneuterdijk in Den Haag.
Toen Albert Verdam in 1982 begon als bedrijfsjurist en NGB-lid werd, was het “een statig gezelschap, veel formeler dan nu, allemaal in driedelig pak. Ik weet nog wel dat ik de eerste keer op een bijeenkomst kwam en dacht: o jee.” Maar het wende snel, en het NGB leverde hem kennis en een netwerk op die hij allebei goed kon gebruiken als ‘tweepitter’ bij een kleine handelsmaatschappij. Het waren nog steeds hoofdzakelijk leden die voordrachten hielden. “Ook in mijn voorzitterstijd, van 2002 tot 2006 was dat nog het geval. Tegenwoordig worden er vaak advocaten ingevlogen voor NGB-activiteiten. Wij hebben daar wel over gedacht, maar vonden het lastig: waarom nodig je het ene kantoor wel uit, en het andere niet ?” Uiteindelijk is er voor gekozen advocatenkantoren te laten rouleren.

Commentaar op wetgeving

Arnold Brakel

Wat het studiegezelschap en later het NGB ook deed, was hun zienswijze op wetvoorstellen en regelgeving geven. In de tijd van Verdam gebeurde dat nog wel eens. “Ik kan me nog heel stevige commentaren op het NBW herinneren. De code corporate governance was ook zo’n onderwerp waarmee we aan de slag gingen. Daarvoor werd dan een groepje leden samengesteld dat daarmee aan de slag ging, soms in samenwerking met VNO.” Tegenwoordig gebeurt dat niet meer, vertelt Brakel, die sinds 2016 voorzitter is. “Met lobby- en consultatiewerk zijn we allang opgehouden, dat werd te veel. Het paste ook niet meer zo bij ons. Wat we willen zijn is dé beroepsvereniging voor bedrijfsjuristen. We willen hen een kennisplatform bieden en het onderling netwerken faciliteren, dat zijn onze hoofdtaken.”

Enorme vlucht

Die taken vult het NGB in door het organiseren van opleidingen en bijeenkomsten die zijn gericht op de praktijk van de bedrijfsjurist. Brakel: “Het NGB is een erkende opleidingsinstelling, ook voor online trainingen. De Stichting Beroepsopleiding Bedrijfsjuristen, bedoeld voor beginnende bedrijfsjuristen, is een samenwerkingsverband van ons met de universiteiten van Leiden, Nijmegen, Rotterdam en Tilburg. De Senior Legal Counsel Academy, aangeboden door NGB, het CPO en Dialogue, is voor bedrijfsjuristen die willen doorgroeien naar een strategische positie in de organisatie.”

Daarnaast worden er volop losse bijeenkomsten georganiseerd, over zowel juridisch-inhoudelijke als over praktische onderwerpen. Afgelopen jaar waren er zo’n 45 seminars, sectiebijeenkomsten, NGB Extra’s en andere bijeenkomsten. Of het nou privacywetgeving, arbeidsrecht, veranderingen in het faillissementsrecht of digitale vraagstukken betreft, NGB’ers horen er graag meer over. “De deelname aan onze activiteiten heeft het afgelopen jaar zelfs een enorme vlucht genomen. Zo werd een lezing van ACM-voorzitter Martijn Snoep door meer dan 250 leden gevolgd”, aldus Brakel. “Vlak voor corona hebben we om verder te professionaliseren een directeur aangesteld: Barbara Kröner. Met dank aan haar hebben we snel de omschakeling naar digitaal kunnen maken. Hoewel mensen het live netwerken misten, vonden ze het heel prettig om online aan sessies te kunnen deelnemen. Dat is vaak makkelijker in te plannen tussen drukke werkzaamheden.”

Dynamische club

Douwe Groenevelt

Het NGB probeert zo goed mogelijk in te spelen op de behoeften van zijn leden. “De bestuursleden komen uit heel verschillende hoeken. Daardoor weten we goed wat er speelt. Juristen die bij kleine bedrijven werken hebben andere behoeften dan degenen die bij grote ondernemingen zitten. Zij vinden het heel prettig om van anderen te horen hoe die met bepaalde onderwerpen omgaan. Niet iedereen heeft de luxe een advocaat te kunnen inschakelen en dan is het fijn als je met ‘soortgenoten’ kunt sparren.” Het NGB heeft bedrijfsjuristen uit zo’n 450 organisaties in het bestand, waaronder ook veel jongeren. “Veertig procent van de leden is onder de veertig. We zijn bepaald geen gezapige club, maar juist heel dynamisch.”
Dat blijkt ook uit het thema van het lustrumcongres: ‘Digital Counsel – Fast forward future proof’. Tijdens dit congres, dat op 4 november wordt gehouden in de Amsterdome in Amsterdam, staan innovatie en digitalisatie van het bedrijfsjuridische werkveld centraal. Douwe Groenevelt, Deputy General Counsel bij ASML en voorzitter van de lustrumcommissie, kijkt er reikhalzend naar uit. “Technologie en digitalisering zullen de komende jaren een steeds grotere rol gaan spelen in bedrijven, en óók in het werk van bedrijfsjuristen. Juridische afdelingen lopen hierin nu vaak nog achter op bijvoorbeeld Finance en HR. Dat zit een beetje in de aard van het beestje, juristen zijn vaak wat behoudend en risicomijdend.” Daar wil de lustrumcommissie graag wat aan doen. “Tijdens het congres willen we inspiratie bieden; zo zal een aantal sprekers een blik in de toekomst werpen, waarbij ook het onderwerp legal operations aan de orde zal komen. Naast het inspiratiedeel is er een praktisch gedeelte, dan kunnen de deelnemers workshops volgen over allerlei toepassingen van legal tech.”

Legal operations

Wat de lustrumcommissie hoopt is dat het congres bedrijfsjuristen informeert over wat er zoal mogelijk is en hen op nieuwe ideeën brengt. Groenevelt: “Het zou mooi zijn als mensen aan het eind van de dag denken: ‘als ik fte’s krijg om mijn afdeling uit te breiden, zou ik in plaats van een extra jurist ook een legal operations manager kunnen aannemen’. Die kan er dan voor zorgen dat het werk van de afdeling slimmer wordt aangepakt door waar mogelijk gebruik te maken van technologische tools.” Zelf is hij ervan overtuigd dat digitalisering steeds belangrijker wordt in het leven van de bedrijfsjurist. “Het is veel efficiënter als je je dure werkkrachten niet meer hoeft in te zetten voor repetitief werk. En als het bulkwerk eenmaal zoveel mogelijk is geautomatiseerd, kunnen bedrijfsjuristen zich toeleggen op de complexere, strategische projecten.” Dat past volgens Groenevelt bij de ontwikkelingen van de laatste jaren. “Het idee dat een bedrijfsjurist vooral een inhouse advocaat is, is erg aan het veranderen. Hij wordt steeds meer gezien als een business partner, iemand die strategische waarde heeft.”

Geen showstopper meer

De positie van de bedrijfsjurist is door de tijd heen flink veranderd, constateren ook Verdam en Brakel. Vroeger werd hij nog wel eens als een lastpak en een kostenpost gezien, tegenwoordig is dat niet meer zo. “Wat daarbij heeft geholpen is dat compliance en handhaving erg belangrijk zijn geworden. Een forse boete krijgen hakt er flink in, dergelijke reputatieschade wil men dolgraag voorkomen. Dat heeft het werk van de bedrijfsjurist makkelijker gemaakt”, aldus Verdam. “Het idee van de bedrijfsjurist als showstopper is wel verdwenen”, vult Brakel aan. “De bedrijfsjurist is meer een gids geworden. Hij vertelt wat er wel en niet kan, waarvoor je moet oppassen als het bedrijf een nieuw product wil introduceren et cetera. Doordat wet- en regelgeving alsmaar complexer is geworden kunnen ondernemingen bijna niet meer zonder bedrijfsjurist. Maar met alleen maar erop letten of het bedrijf binnen de juridische grenzen opereert, ben je er tegenwoordig niet meer. Bedrijfsjuristen moeten ook letten op maatschappelijke en ethische vraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, en anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.”

Vooruitkijken

Het moge duidelijk zijn: de rol van de bedrijfsjurist en de (juridische) wereld om hem heen is voortdurend aan verandering onderhevig. Het NGB wil met zijn activiteitenaanbod de leden zoveel mogelijk op de hoogte houden van wat er speelt.  “Sterker: we proberen zoveel mogelijk vooruit te kijken”, zegt Brakel. “De meeste juristen komen daar in hun drukke dagelijkse praktijk nauwelijks aan toe. Daarom doen wij dat. En dat blijven we ook in de toekomst doen.”

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top