De zaak kwam aan het rollen nadat het kantoor van de advocaat in beeld kwam tijdens een onderzoek van het OM naar een vermeende drugsdealer. Het OM zag dat er in het verleden geldbedragen vanaf verschillende bankrekening van een advocaat naar de verdachte waren overgeboekt, waaronder diens zakelijke én derdengeldenrekening. In totaal ging het om zo’n negenduizend euro. Het OM lichtte daarop de deken in, die een onderzoek startte.
Pokémon
Naar aanleiding van de bevindingen voerde de portefeuillehouder strafrecht van de Raad van de Orde in januari 2025 een gesprek met de advocaat. Tijdens dat gesprek gaf hij aan de zaak “heel vervelend” te vinden. De advocaat werd inmiddels “door de halve rechtbank met de nek aangekeken”, terwijl hij “alleen maar plaatjes” koopt. Hij gaf aan niet te weten dat de verdachte, aan wie hij de bedragen overboekte, een drugsdealer was.
De advocaat ging regelmatig beurzen en rommelmarkt af op zoek naar Pokémon-kaarten, legde hij uit. Tijdens het gesprek legde hij zelfs zijn verzameling op tafel om dat verhaal te staven. De verdachte zou hij kennen omdat hij die jaren geleden had bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. Het verzamelen van Pokémon-kaarten zou in de loop der jaren zijn uitgegroeid tot een “uit de hand gelopen hobby”, wat zou verklaren dat hij er duizenden euro’s aan uitgaf.
Wisselend
Twee maanden na dat gesprek wijzigde de advocaat echter zijn verklaring. Op verzoek van zijn raadsman vond er een nieuw gesprek plaats, waarin hij erkende wel degelijk te hebben geweten dat de verdachte in drugs dealde en cocaïne bij hem te hebben gekocht. Tegelijkertijd gaf hij aan nooit geld van cliënten te hebben aangewend voor drugs of Pokémon-kaarten. De overboekingen vanuit de derdengelden- en zakelijke rekening zouden op vergissingen berusten.
Uit het onderzoek bleek dat de advocaat de afgeboekte bedragen van de derdengeldenrekening telkens binnen één tot twee weken weer terugboekte. Maar dat de advocaat wisselend verklaarde over hoe de vork in de steel zat, nam de deken hem wel kwalijk en belandde als klacht in het dekenbezwaar aan de Raad.
Geen nadeel
Die oordeelde dat de advocaat inderdaad niet alleen in strijd met de financiële integriteit had gehandeld door het oneigenlijke gebruik van derdengelden. “Het afleggen van tegenstrijdige verklaringen in een onderzoek van de deken is naar het oordeel van de raad in strijd met hetgeen van een betamelijk handelend advocaat mag worden verwacht.”
Omdat cliënten van de advocaat geen financieel nadeel hebben ondervonden van de financiële capriolen, pakt de maatregel die aan hem wordt opgelegd relatief mild uit: het blijft bij een berisping en een veroordeling in de proceskosten. Die komen uit op 1.250 euro.
