AI-last

In een serie columns reflecteert Ilona van de Kooi op de impact van AI op het werk van de jurist. Deze keer schrijft ze over AI-first (technologiegedreven juridische) organisaties en de last(en) die juristen dragen.

Delen:

beeld: AI generated

Scrollend ga ik op sociale media van AI-succesverhaal naar doom-scenario en weer terug. Het is ook maar net hoe je succes definieert. Want voor de duidelijkheid: ik ken nog geen succesverhalen van juristen die enorme tijdwinst boeken omdat ze AI gebruiken. Wel lees ik dat juristen wereldwijd samenwerken om het AI-inkoopproces te stroomlijnen, maar net als collega-columnist Mark Zijlstra, denk ik dat generieke AI voor de meeste juristen nu waarschijnlijk gewoon voldoende is. Niet omdat die modellen allemaal geweldig werken of veilig zijn, maar omdat juristen eerst meer moeten leren over generatieve AI en met elkaar (binnen hun organisatie) moeten praten over hoe AI hen zou kunnen ondersteunen. Ik ben een jurist die andere juristen aanraad om met AI te experimenteren, sterker nog, die het onverstandig vindt om AI te verbieden (een discussie die nog op universiteiten speelt). Tegelijkertijd ervaar ik deze periode waarin ik veel leer, als zegen én als last. 

AI-first

Zo’n 25 jaar geleden werkte ik naast mijn studie rechten aan de lopende band, letterlijk, want één nacht per week mocht ik ladegeleiders lassen in een fabriek net over de grens in België. Het doel was simpel: zo snel mogelijk werken en de dienst doorkomen. Voor mij was het tijdelijk en ik vond het ergens zelfs leuk om één keer per week zo snel mogelijk die ladegeleiders door mijn handen te laten gaan. Maar mijn collega’s in de fabriek deden dit elke dag en zij wezen mij erop dat als iemand sneller gaat werken, de targets voor iedereen omhoog gaan. Wat voor mij een nacht was, was voor hen bijna dagelijkse kost. Die ladegeleiders werden ooit überhaupt niet in een fabriek aan de lopende band geproduceerd. Dat werk is veranderd, omdat het proces veranderde. Vakmanschap is in onze wereld deels geautomatiseerd en daar zijn een paar mensen heel veel beter van geworden. Als we iets kunnen leren van eerdere technologische veranderingen, dan is het dit: organisaties die technologie omarmen, groeien.
En zo zijn er nu ook in de juridische praktijk AI-first initiatieven. Al-first betekent dat AI in alle werkprocessen van de organisatie centraal staat. Bij een juridische organisatie kun je dan bijvoorbeeld denken aan een chatbot (agent) die de klant uitgebreid uitvraagt, het verhaal samenvat, oplossingsrichtingen voorstelt en documenten opstelt. De mens is vaak supervisor in zo’n soort organisatie. Maar wat betekent die rol van ‘supervisor’ nog voor professionele autonomie en verantwoordelijkheid? Wanneer is er nog sprake van inhoudelijke controle en wanneer van schijnzekerheid? Er zijn mensen die denken dat als je AI centraal stelt in je organisatie, je veel geld kunt verdienen en ik denk dat ze gelijk hebben. Maar denken deze mensen in deze organisatie ook aan wat zij mogelijk verliezen?

Rechtfabriek

Een voorbeeld van een juridische organisatie waarin technologie centraal wordt gesteld, is Rechtfabriek. Hun AI agents worden (naast de echte mensen die er werken) op de ‘over ons’ pagina voorgesteld. De transparantie over technologie en het gebruik ervan vind ik heel belangrijk, daarom stellen de  menselijke eigenschappen (‘Marjolijne luistert’) die aan AI worden toegedicht en gezichten die op de agents zijn geplakt, mij teleur. Interfaces zijn namelijk niet neutraal: ze sturen verwachtingen, wekken vertrouwen en verbergen soms bewust ook beperkingen van een systeem. Ik heb binnenkort een afspraak met Bas Hafkenscheid (oprichter en COO van Rechtfabriek), dus voor nu laat ik het bij deze kritiek. Wel wil ik nog even wijzen op Uitelkaar.nl dat nu bijna tien jaar bestaat en al die tijd al gebruikmaakt van technologie om juridische dienstverlening, in dit geval het scheidingsproces, toegankelijker en beter betaalbaar te maken. Iedereen die mij kent weet dat ik een groot voorstander ben van innovatie in de juridische praktijk en dat ik denk dat technologie daar ook bij kan helpen. Tegelijkertijd roep ik ook, daar waar het kan, dat we juist bij juridische innovatie de mens centraal moeten stellen. De mens als klant én de mens als werknemer.  

AI-chaos voor juristen

Wat ik op dit moment in de praktijk zie is chaos. De ene jurist experimenteert met van alles en nog wat, terwijl de ander denkt dat AI vooral iets is voor de ICT’ers in de organisatie. Sommigen werken met tools die niet zijn goedgekeurd, anderen werken bewust niet met tools die wél zijn goedgekeurd.  En bij sommige organisaties is AI vooral iets van de marketingafdeling, zonder duidelijk idee waarom of hoe. Alsof AI iets is wat de mensen in een organisatie er gewoon bij doen? En volgens mij werkt dat zo dus niet. AI past niet vanzelf in hoe werkprocessen nu zijn ingericht. Ik schreef eerder over de jurist als mogelijkmaker: wat doen we eigenlijk als juristen en zijn we bereid het werk anders te organiseren? Zolang die vragen niet expliciet worden besproken, blijft AI iets wat naast werkprocessen staat, in plaats van iets dat aanleiding is om die processen opnieuw te ontwerpen. Eerder schreef ik dat bestuurders er goed aan zouden doen om juristen structureel te betrekken bij besluitvorming over systemen, data en AI. Om AI zorgvuldig in te zetten, is de rol van het bestuur in organisaties, in het vormgeven van een visie, het bieden van richtlijnen en het vormgeven van AI-geletterdheid, heel erg belangrijk.

AI-last

Daarom ervaar ik deze periode vooral als last(ig). Want ik zie kansrijke businessmodellen, maar ik vraag me af in hoeverre ondernemers met een moreel kompas die kansen zorgvuldig benutten. Tegelijkertijd werk ik sinds kort ook bij de overheid en zijn zaken als digitale autonomie niet alleen iets om over te schrijven, maar vooral ook iets om uit te dragen en aan te werken. Misschien zit de last er ook in dat we als juristen geacht worden verantwoordelijkheid te nemen voor systemen die we nog niet volledig begrijpen, binnen organisaties die daar zelf ook nog zoekende in zijn.
Dus bij deze introduceer ik de term ‘AI-last’ en ik wil daar graag met mensen over praten. En dat mag je op meerdere manieren aanvliegen. Dus bijvoorbeeld, wat vind je lastig aan AI (gebruik en theorie)? Wat is onduidelijk binnen jouw organisatie (van advocatenkantoor tot universiteit)? Hoe draag jij de last van AI? Je zou AI-last kunnen zien als tegenhanger van AI-first, al weet ik niet zeker of dat de discussie verder helpt. Misschien moeten we het eerder hebben over AI-augmented: niet AI centraal, maar de vraag hoe technologie ondersteunend en versterkend kan zijn voor mens en werk. Dus maak je je, net als ik, zorgen over het milieu, over de inbreuken op mensenrechten (verborgen arbeid), of om iets anders, praat erover. Dan dragen we die last samen, want dat is iets dat we als mensen heel goed kunnen en verbindend werkt: klagen. Dus ik roep op om meer te klagen en te vragen. En wat begint bij de koffiezetautomaat of een digitaal gesprek leidt misschien wel tot een beter doordachte manier van werken om de AI-last samen te dragen.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven