Juridisch nieuws

‘Benthem’ licht favoriet bij bestuursrechtjuristen

De Benthem-zaak ging over een hinderwetvergunning voor een lpg-tankstation (foto: Pixabay).

De Algemene wet bestuursrecht bestaat 25 jaar. De redactie van Mr. vroeg aan een aantal bestuursrechtjuristen wat hun favoriete bestuursrechtelijke uitspraak is. Benthem werd het vaakst genoemd. Eerder noemde civilisten Haviltex als hun meest favoriete arrest. Hieronder enkele toelichtingen van bestuursrechtjuristen op hun keuze.

Benthem

Tom Barkhuysen

Tom Barkhuysen (Stibbe, tevens hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden) kiest voor het Benthem-arrest (EHRM 23 oktober 1985). “Daarin maakte het EHRM uit dat er ook bij conflicten met de overheid recht bestaat op toegang tot een onafhankelijke en onpartijdige rechter als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM. Het toen nog in veel zaken op dit terrein bestaande beroep op de Kroon voldeed hier niet aan en moest worden afgeschaft. Benthem stond daarmee aan de basis van de moderne bestuursrechtspraak in Nederland. Tegen elk handelen of nalaten van de overheid kan nu bij een echte rechter worden opgekomen. Tegelijk biedt Benthem ook waarborgen tegen mogelijke toekomstige beperkingen van de toegang tot een rechter zoals die vanwege de bijzondere positie van de overheid en uit doelmatigheidsoogpunt met zekere regelmaat worden bepleit. De Benthem-uitspraak is daarmee een blijvend rechtsstatelijk ankerpunt.”

Dirk Sanderink

Ook Dirk Sanderink (Damsté) noemt Benthem ‘één van de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraken’. “Dit arrest heeft namelijk grote invloed gehad op het bestuursprocesrecht, aangezien het in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de afschaffing van het Kroonberoep en de totstandkoming van het stelsel van algemene bestuursrechtspraak zoals dat sinds 1994 in de Algemene wet bestuursrecht is neergelegd. Het arrest heeft duidelijk gemaakt dat de waarborgen van het door art. 6 EVRM beschermde recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces van toepassing zijn op tal van bestuursrechtelijke zaken. Dat wordt in de rechtspraktijk van tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwd, maar dat was het destijds niet.”

Achteroverleunen in Brummen

Fonny Postma

Fonny Postma (De Haan Advocaten & Notarissen): “Mijn favoriete uitspraak betreft de Brummenjurisprudentie, tijdens de studie ook wel liefkozend ‘Achteroverleunen in Brummen’ genoemd (ABRvS 6 augustus 2003). Van belang is vooral r.o. 2.3: als er beroepsgronden worden verworpen door de rechtbank, geen hoger beroep wordt ingesteld tegen die uitspraak en in beroep tegen een nieuwe beslissing op bezwaar dezelfde beroepsgronden worden aangevoerd, geeft de rechtbank uit te gaan van haar eerdere oordeel.

Het is een mooie korte en duidelijke uitspraak, die eens te meer duidelijk maakt hoe het bestuursrecht in elkaar zit. Op tijd opkomen tegen een beschikking van een bestuursorgaan of zoals in dit geval, oordelen van een rechter, waarmee je het niet eens bent, ook al is het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. Het belang van rechtszekerheid binnen het bestuursrecht wordt hiermee nog weer eens benadrukt.

Daarnaast is het natuurlijk erg tegenstrijdig dat in een mooie bosrijke en toeristische gemeente als Brummen blijkens deze jurisprudentie niet achterover mag worden geleund, bedacht ik me laatst tijdens een weekend weg in de buurt van de gemeente Brummen.”

Planschade

Roland Mans

Roland Mans (Corten De Geer Advocaten): “Mijn favoriete uitspraak is de Overzichtsuitspraak Planschade (ABRvS 28 september 2016). Voor eenieder die zich met planschadezaken bezighield en -houdt, is deze uitspraak – waarin de Afdeling heel duidelijk alle jurisprudentie-lijnen op een rijtje zet – een uitstekend vertrekpunt. Deze uitspraak beoogde mede een einde te maken aan de grote verwarring die ten aanzien van de toepassing van een aantal leerstukken van het complexe planschaderecht was ontstaan en slaagt daarin uitstekend door de heldere opbouw en woordkeuze. Bovendien laat deze uitspraak zien hoe de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State steeds meer midden in de rechtspraktijk staat en steeds minder een ivoren toren is: Zij gaat als het ware als een verkeersagent tussen alle rechtshulpverleners, overheidsorganen en adviseurs instaan om de weg te wijzen.”

Duwbak Linda

Chantal van Mil

Chantal van Mil (KienhuisHoving): “Wat mij betreft is het Duwbak Linda-arrest (HR 7 mei 2004) een voor de rechtspraktijk interessant arrest (hoewel er in de literatuur ook de nodige kritiek op is geuit). In dit arrest formuleert de Hoge Raad een algemene maatstaf waarmee kan worden bepaald of aan het relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW) is voldaan in een zaak waarin de Nederlandse Staat werd aangesproken op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Deze maatstaf is ook door de bestuursrechter gehanteerd in rechtspraak over besluitenaansprakelijkheid. Het relativiteitsvereiste blijft sinds de codificatie in art. 8:69a Awb in 2013 actueel in het bestuursrecht. Ook in de conclusie van Staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven van 2 december 2015 over de ‘correctie-Langemeijer’ in het kader van het bestuursrechtelijk relativiteitsvereiste komt het Duwbak Linda-arrest aan bod. Daarnaast klinkt het arrest door in jurisprudentie over toezichthoudersaansprakelijkheid.”

Utrechtse stadsnomaden

Lucinda Hoogewerf

Lucinda Hoogewerf (Van Diepen Van der Kroef): “Mijn favoriete uitspraken zijn die waarin de rechter het handelen van de overheid kritisch toetst en daarmee een tegenwicht biedt aan de macht die de overheid kan uitoefenen tegen de burger. Voor mij is daarom de uitspraak Utrechtse stadsnomaden een uitspraak die ik voor het bestuursrecht van belang acht (ABRvS 10 november 2004). Het betreft een uitspraak waarin de ene overheid, een college van B&W, de andere overheid, de Staat der Nederlanden, verantwoordelijk houdt voor een overtreding. De betreffende casus ziet op de oplegging van een last onder dwangsom aan de Staat vanwege het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een stuk grond door stadsnomaden. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd aan de overtreder. Om de vraag te kunnen beantwoorden wie als overtreder kan worden aangemerkt, wordt getoetst welke norm is geschonden en aan wie deze norm is gericht. In de uitspraak oordeelde de Afdeling, na toetsing van het bestemmingsplan, dat het verboden was de grond in strijd met de bestemming te laten gebruiken en dat dit volgens het normale spraakgebruik ook betekent het niet verder verhinderen van dit gebruik, zoals het daarin berusten na ervan kennis te hebben gekregen. De Staat had als eigenaar van de grond daarom de norm – het strijdig ‘laten gebruiken’ – overtreden en kon daarmee als overtreder worden aangemerkt. Uit deze uitspraak volgt in mijn visie niet alleen dat een ieder zich altijd bewust dient te zijn van de normen waaraan men dient te voldoen, maar nog belangrijker: door een kritische toetsing aan de norm kan worden vastgesteld of iemand als overtreder kan worden aangemerkt. Voor de bestuursrechtelijke handhavingspraktijk acht ik deze toetsing van groot belang.”

Van Gend en Loos

Mousa Ichoh

Mousa Ichoh (Damsté) noemt Van Gend en Loos als favoriete uitspraak. “Het Van Gend en Loos-arrest (HvJ EG 5 februari 1963) is zonder meer het belangrijkste arrest, want daarmee is de kiem gelegd voor het rechtssysteem zoals wij dat heden ten dage kennen. Het Hof van Justitie heeft in dat arrest namelijk bepaald dat de Verdragstaten met de EG een nieuwe rechtsorde in het leven hebben geroepen, waarbij zij op een beperkt terrein hun eigen soevereiniteit hebben begrensd. Daarmee is volgens het Hof een rechtstreekse bron van rechten en plichten voor zowel de lidstaten als de burgers gecreëerd. Saillant detail: in het EG-Verdrag zelf was het voorgaande niet expliciet opgenomen. Het Hof heeft dat zelf in zijn rechtspraak zo uitgelegd/bepaald en dat is door de lidstaten geaccepteerd. Als dat arrest niet had bestaan, zou dat enorme gevolgen hebben gehad voor het bestuursrecht. Daar waar het bestuursrecht vandaag de dag sterk wordt beïnvloed door het Europees recht (denk aan milieurecht, omgevingsrecht, financieel recht, dienstenrichtlijn etc.), is dat immers een gevolg van dat arrest. Dat geldt overigens ook voor het politieke debat over de invloed van Europa.”

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Michel Knapen

Michel Knapen

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand