Het geweldmonopolie van de Staat der Nederlanden betreft het exclusieve recht om te bepalen wie wanneer geweld mag gebruiken. Voor zijn onderzoek bracht Cozijn het volledige stelsel van geweldsbevoegdheden en -instructies in kaart – zowel in Europees Nederland als in het Caribisch deel van het koninkrijk (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Cozijn ging na wanneer en onder welke voorwaarden de staat geweld mag (laten) gebruiken tegen burgers. Eerst stelde hij vast aan welke rechtstatelijke normen een democratische rechtsstaat moet voldoen. Daarna beoordeelde hij of de Nederlandse regelgeving daaraan voldoet.
Rechtspositie
Het geweldmonopolie behoort tot de meest ingrijpende bevoegdheden van de staat. Onduidelijke of slecht controleerbare regels kunnen daarom direct gevolgen hebben voor de rechtspositie van burgers en het vertrouwen in de overheid. Dit laatste doet zich in de praktijk voor.
‘Onjuiste stelling’
Cozijn, werkzaam als strategisch adviseur wet- en regelgeving bij de politie, kwam op het idee om dit te onderzoek “omdat binnen de politie wel erg vaak de onjuiste stelling wordt geponeerd dat de politie in Nederland het geweldmonopolie heeft”. Dit verdiende nader onderzoek, schrijft bij in het voorwoord van het proefschrift Het geweldmonopolie van de Staat der Nederlanden. Dit schreef hij in zes jaar als buitenpromovendus.
Burgerarrest
Volgens Cozijn zijn de regels rond staatsgeweld grotendeels op orde. De meeste bevoegdheden om geweld te gebruiken zijn gekoppeld aan doelen die binnen een rechtsstaat aanvaardbaar zijn. Wel zijn er verschillende ‘juridische kwetsbaarheden’. Zo ontbreekt een duidelijke wettelijke regeling voor geweldgebruik bij een burgerarrest en is onduidelijk welke positie de politie precies heeft wanneer zij optreedt als ‘sterke arm’.
Controle
Verder schiet ook de controle op geweldgebruik tekort. Er zijn geweldsbevoegdheden waarvoor geen duidelijke geweldsinstructies bestaan. Daardoor is voor burgers niet altijd helder wanneer en hoe de overheid geweld mag inzetten. Tegelijkertijd moeten ook geweldsfunctionarissen zelf precies weten welke grenzen voor hen gelden. Die controle is ook op een andere manier niet goed gewaarborgd: organisaties die geweld mogen gebruiken, stellen zelf hun geweldsinstructies op én beoordelen zelf of de toepassing van dat geweld terecht was. Dit staat volgens Cozijn op gespannen voet met belangrijke principes van de rechtsstaat, zoals onafhankelijke controle en de scheiding der machten. Nu ook nog eens vergelijkbare regels in verschillende instructies soms sterk van elkaar verschillen, ligt nog meer verwarring en rechtsonzekerheid op de loer.
Aanbevelingen
Cozijn doet in zijn proefschrift meerdere concrete aanbevelingen voor de wetgever en beleidsmakers om de regels rond staatsgeweld beter te verankeren binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. Zo zouden geweldsinstructies moeten worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur (en niet op lager niveau), zouden alle toegekende geweldmiddelen openbaar moeten worden gemaakt en moeten meldplichtige handelingen van geweld worden geüniformeerd. Op die manier verbeteren de transparantie, controle op geweldgebruik en de rechtsbescherming voor burgers in Nederland.
Lees hier het proefschrift Het geweldmonopolie van de Staat der Nederlanden.
