David de Knijff

Bezit geldt als volkomen titel. Kunnen dingen eenvoudiger worden gezegd?

“Bezit geldt als volkomen titel”, zo luidde artikel 2014 van het oude BW. Deze apodictische formule had altijd iets mystieks. Door zijn beknoptheid iets vanzelfsprekends en dwingends. Net als artikel 1374: “Alle wettiglijk gemaakte overeenkomsten strekken dengenen die dezelve hebben aangegaan tot wet.”  Haal het niet in je hoofd te wanpresteren.

Juristen bedienen zich graag van (dit soort) archaïsch taalgebruik. Omdat het altijd zo is geweest. Omdat zij aan een paar woorden, aan een voor niet ingewijden ondoorgrondelijke formule genoeg hebben om elkaar te begrijpen. Het ieder wordt geacht de wet te kennen is een fictie, maar zouden wetgever en juridische professionals, het recht (en zichzelf) voor burgers en ondernemers toegankelijker en aansprekender kunnen maken, door zich anders uit te drukken? En kan dat zonder dat het recht aan duidelijkheid en zeggingskracht inboet? Het recht is geen stripverhaal; een vonnis niet ‘ook maar een mening’.

De president van de Hoge Raad, Maarten Feteris, heeft bij verschillende gelegenheden aandacht gevraagd voor het taalgebruik door advocaten en rechters. Minder juridisch jargon en korte stukken. Onlangs verscheen van zijn hand De Kleine Hoge Raad voor Dummies. Daarin legt hij uit samen met Fokke en Sukke (dus toch een beetje een stripverhaal) in eenvoudig en begrijpelijk Nederlands uit wat de Hoge Raad doet (en wat juist niet). Op YouTube kun je een interview over juridisch taalgebruik zien met een andere president. Chief Justice J. Robberts: “If we are not fastidious with language it dilutes the effectiveness and clarity of the law.” It’s a different experience when you are picking up a well written brief and are kind of swept along by the argument, rather than hacking through a jungle with a machete to get to the point.”

Artikel 2014 is in 1992 vervangen door artikel 3:86 BW. Daarin staat met meer omhaal van woorden dat ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder de overdracht van een roerende zaak geldig is, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is. Als ik nu het jargon strip, dan staat er dat als je nietsvermoedend een tweedehandsauto koopt van iemand die geen eigenaar is, die auto van jou wordt. Dat is niet zo als de auto gestolen is en de eigenaar de auto binnen drie jaar komt opeisen. Maar die vangt dan weer bot als de auto bij een garage is gekocht. Deze uitleg voor dummies zal juridisch minder precies zijn. En wat wat onder ‘nietsvermoedend’ moet worden verstaan, is niet zo gemakkelijk in eenvoudige woorden te omschrijven, zo zie ik als ik de klachten teruglees, die ik schreef in een zaak, waarin het daarop aankwam.

Vindt de oproep van deze presidenten ook navolging in de rechtspraak? De trend van minder apodictische naar uitspraken met een toegankelijker motivering is al langer geleden ingezet. Een recent voorbeeld is de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de Nederlandse ‘chapter’ van motorclub Bandidos werd verboden. Enkele passages. “Het hof vindt het belangrijk eerst iets te zeggen over de uitgangspunten.” “We leven in Nederland in een vrije samenleving en in en democratische rechtstaat.” “In onze samenleving zijn mensen vrij om zich te verenigen en samen activiteiten te ontplooien.” “Het hof zal dat uitleggen.” “Een informele vereniging is, kort gezegd, een vereniging die niet met een akte van de notaris is opgericht.” Aanwijzingen “waarvoor het hof de ogen niet kan sluiten”. “Het hof vindt dat BMC Holland moet worden verboden.” “Het hof doet daarom niets met het aanbod om bewijs te leveren.” “Dit bezwaar hoeft eigenlijk niet besproken te worden.” “Toch vindt het hof belangrijk hierover iets te zeggen.”

Een arrest voor dummies, waarmee niets denigrerends over de motorrijders is bedoeld. En lezing van de motivering waarom hier hun fundamentele recht op vereniging moet wijken, wordt de lezer zeker ook “swept away by the argument.” Dat is ook zo bij de principieel-juridische, en met veel aandacht voor brede toegankelijkheid geschreven overwegingen, in het vonnis in de zogenoemde Context-zaak. Daarin legt de rechtbank uit waarom de veroordeling van het ronselen voor de jihad geen inbreuk is op de godsdienstvrijheid.

Het kan eenvoudiger. Het vermijden van jargon vergt misschien meer woorden, maar als het de motivering begrijpelijker en toegankelijker maakt, is dat winst. Omdat het recht van ons allemaal is.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

David de Knijff

David de Knijff

David de Knijff (Ekelmans & Meijer advocaten, Den Haag), schrijft vanuit zijn ervaring als advocaat, onder meer bij de Hoge Raad, en als voormalig deken van de Haagse orde. Als expert op het gebied van het vermogens- en procesrecht wordt hij vooral ingeschakeld door advocaten, curatoren en andere juridische professionals.

Recente vacatures

Recente vacatures