Corona ondermijnt Ondermijningskamer

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Foto: Depositphotos

De behandeling van ondermijningsstrafzaken loopt door de coronacrisis vertraging op. Vanaf 1 september worden de zittingen van de Zuidelijke Ondermijningskamer, waarin de drie zuidelijke rechtbanken samenwerken, weer opgepakt. Daniel van Kralingen, voorzitter van de Ondermijningskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant: “Dat we tijdelijk geen ondermijningszaken inhoudelijk behandelen betekent niet dat we duimen zitten te draaien.”

De aanpak van ondermijnende criminaliteit is een van de topprioriteiten van het kabinet. Uit de Voorjaarsnota die minister Hoekstra van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd blijkt dat het kabinet er extra geld voor heeft vrijgemaakt. In zijn brief van 24 april heeft minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dit nader toegelicht [zie kader]. Die aanpak is in de afgelopen vijftien jaar steeds meer geïntegreerd en de betrokken partijen, zoals politie, Openbaar Ministerie en gemeentes, werken daarbij steeds intensiever samen. Deze intensivering leidde ook in Brabant tot een toename van strafzaken, zo merkte de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ZWB) enkele jaren geleden. Daarom werd in 2017 voor de grote, complexe zaken waarin van ondermijning sprake was een nieuw cluster toegevoegd aan het strafrechtteam: de Ondermijningskamer.

Prioriteitenlijst

“Ondermijningszaken zijn om meerdere redenen complex en daarom zijn de doorlooptijden voor de behandeling van deze zaken vaak langer”, zegt Daniel van Kralingen, voorzitter van deze Ondermijningskamer en senior rechter bij de rechtbank ZWB. “Het gaat om georganiseerde criminaliteit waarbij sprake is van veel en ingewikkelde strafbare feiten en langlopende opsporingsonderzoeken. Juist door hun omvang en complexiteit zakten dit soort zaken op de prioriteitenlijst.”

Met het nieuwe cluster, waarvoor drie extra rechters werden aangesteld, hoopte de rechtbank er “de vaart in te houden”. “Vanaf de start hebben zich steeds zes à zeven rechters, en evenveel juridisch medewerkers, met zaken beziggehouden waar ondermijning een rol speelde. Later dit jaar gaat een rechter met pensioen; in die vacature is inmiddels voorzien.” De rechters en juridisch medewerkers moeten “langdurige strafrechtervaring” hebben en het liefst ook veel ervaring met grote strafzaken, aldus Van Kralingen. “Daarnaast is het natuurlijk vooral belangrijk dat ze het léúk vinden om langere tijd met een zaak bezig te zijn.”

Vooruit plannen

De exacte definitie van ondermijning is lastig in één zin samen te vatten, maar kort gezegd komt het neer op de vermenging van onder- en bovenwereld. “Het gaat om georganiseerde criminaliteit op het gebied van onder meer de handel en productie van drugs, in combinatie met vaak ingewikkelde fraude- en witwaszaken. Er worden extreme winsten gemaakt”, aldus het jaarplan 2019 van de Rechtspraak. Bij strafzaken met een ondermijnend karakter gaat het vaak om grote drugszaken, aldus Van Kralingen. “In veel drugszaken zien we ook witwasactiviteiten. Er is vaak sprake van bedreiging en geweld, soms ook tegen overheidsdienaren. Dat is ongeveer de definitie die wij hanteren.”

Algemeen uitgangspunt van de Ondermijningskamer is dat zo’n ondermijningszaak zo snel mogelijk inhoudelijk op een zitting wordt behandeld. “Daarom wilden we dat er een vast aanspreekpunt kwam op onze Verkeerstoren, het planningsbureau, en dit is er inmiddels ook.” De medewerkers van deze Verkeerstoren, een project van rechtbank en arrondissementsparket, richten zich onder meer op de logistieke voorbereiding van nieuw aangebrachte en aangehouden strafzaken, en zij stemmen zaken af met het OM, het kabinet van de rechter-commissaris, procespartijen, hun vertegenwoordigers en andere betrokkenen, zoals de reclassering. Ook zorgen ze voor de inplanning van zaken op zitting. “Wanneer de rechter-commissaris vermoedt dat het om een ondermijningszaak kan gaan, zal hij dit snel doorgeven aan onze Verkeerstoren en aan mij. Zo’n zaak wordt dan als het ware gelabeld als ondermijningszaak en gaat daarna een speciaal traject in, om zo snel mogelijk te kunnen worden ingepland. De Rechtspraak zoekt samen met het OM en de advocatuur naar oplossingen om de strafrechtelijke aanpak van ondermijning effectiever te maken.”

Of dat ook echt lukt hangt af van meerdere factoren, benadrukt hij. “Daarbij zijn we bijvoorbeeld ook afhankelijk van de agenda van de advocatuur. In de praktijk zien we dat veel raadslieden in dit soort grote strafzaken landelijk werkzaam zijn en hun eigen drukke agenda en verhinderdata hebben. We zijn nog aan het kijken wat goede manieren zijn om zaken snel in te kunnen plannen. Een van die manieren is dat we zo ver mogelijk vooruit plannen.”

Coronacrisis

De eerste signalen waren positief, zo bleek begin 2019: in 38 procent van de zaken trad begin van dat jaar bij de afhandeling van ondermijningszaken vertraging op, twaalf procent minder dan in 2018. Cijfers over de periode erna zijn bij Van Kralingen nog niet bekend. Het door de rechtbank ZWB uitgebrachte externe jaarbericht over 2019 vermeldt alleen dat er in het strafrecht en civiel recht vorig jaar 14.792 zaken zijn afgehandeld en dat de doorlooptijden van de rechtbank “over het algemeen een stabiel beeld of een lichte verslechtering” lieten zien, “een resultaat dat, helaas, in de lijn der verwachting lag”. Dat kwam onder meer door een tekort aan capaciteit, een hoger dan verwacht ziekteverzuim en “verhuisbewegingen” bij team Civiel recht door sluiting van de kantoren Bergen op Zoom en Tilburg in 2018. Verdere verbetering van de doorlooptijden is volgens de rechtbank de komende jaren “bijzonder wenselijk”. Over de Ondermijningskamer vermeldt het jaarbericht niets. Het in april gepubliceerde jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak over 2019 en het jaarplan 2020 evenmin.

Inmiddels loopt de vertraging weer op, nu als gevolg van de door de Rechtspraak genomen coronamaatregelen ook bij de Ondermijningskamer tussen half maart en 11 mei geen inhoudelijke zittingen hebben plaatsgevonden. “De strafzittingen die nog wel plaatsvonden gingen alleen over de voorlopige hechtenis. Sinds 11 mei is het aantal fysieke strafrechtzittingen uitgebreid.” Op 26 mei hebben de presidenten van de rechtbanken afgesproken de zittingen van de Zuidelijke Ondermijningskamer vanaf 1 september weer op te gaan pakken.

Intussen zitten Van Kralingen en zijn collega’s niet stil, benadrukt hij. “Mijn collega’s en ik behandelen naast ondermijningszaken ook andere zaken. We gaan natuurlijk geen duimen zitten te draaien.”

Nieuwe wetgeving

Van Kralingen sluit niet uit dat ook de verschillende wetsvoorstellen die het kabinet in 2020 wil indienen om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken, gevolgen zullen hebben voor het werk van de Ondermijningskamer. Zo mogen burgemeesters een woning sluiten als erop geschoten is, of als er vuurwapens aanwezig zijn. Ook wordt het voor OM en politie makkelijker om crimineel vermogen af te pakken. “Meestal duurt het enige tijd voordat zulke veranderingen in de rechtspraak doorwerken. In de zaken die wij behandelen gaat het meestal om langlopende onderzoeken. Bevoegdheden die het OM of de politie bijvoorbeeld twee jaar geleden nog niet hadden, kunnen meestal niet met terugwerkende kracht worden ingezet.”

Van elkaar leren

De Ondermijningskamer van de rechtbank ZWB behandelt alleen zaken waartoe deze rechtbank bevoegd is. Bij de aanpak van ondermijningszaken werkt zij samen met de rechtbanken Limburg en Oost-Brabant, waar ervaren rechters, rechters-commissarissen en juridisch medewerkers als een soort vliegende brigade worden ingezet wanneer zich een grote ondermijningszaak aandient. De rechtbanken brengen zelf zaken aan bij deze Ondermijningskamer van de drie zuidelijke rechtbanken, die ook wel ‘Virtuele of Zuidelijke Ondermijningskamer’ wordt genoemd. “Elke rechtbank levert een rechter voor de zitting, die wordt voorgezeten door een rechter van de rechtbank waar de zaak wordt behandeld. De andere rechtbanken leveren de bijzitters. Zo zou ik in april een van de bijzitters zijn in een grote strafzaak bij de rechtbank in Den Bosch, maar door de coronacrisis kon die zitting niet doorgaan.”

Het doel van de samenwerking is volgens hem om elkaar te helpen bij capaciteitsproblemen, maar ook om kennis en ervaring te delen en meer inzicht te krijgen in de straffen die in ondermijningszaken worden opgelegd. Anders dan de Ondermijningskamer van de rechtbank ZWB is de Zuidelijke Ondermijningskamer een proef, die in februari 2019 is gestart. Dit is een tijdelijk project, vooralsnog voor maximaal drie jaar, dat periodiek wordt geëvalueerd door de drie rechtbankpresidenten van de zuidelijke arrondissementen, in overleg met de Raad voor de rechtspraak en het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Verontrustend

De zaken die de Ondermijningskamer behandelt zijn maar het topje van de ijsberg, denkt Van Kralingen. “De gevolgen van de ondermijnende criminaliteit voor onze samenleving zijn verstrekkend en de organisatie erachter is vaak enorm. Bij een transport van tweeduizend kilo cocaïne van Zuid-Amerika naar Nederland − wat voor de Ondermijningskamer een relatief eenvoudige zaak kan zijn − zijn heel veel mensen betrokken en er zijn enorme bedragen mee gemoeid. De opbrengst moet weer worden witgewassen. Veel mensen zijn gevoelig voor de bedragen die zij met hun vaak beperkte rol kunnen verdienen en worden zo makkelijk meegezogen in dit soort criminele organisaties. Dat vind ik verontrustend. De grote jongens achter deze organisaties zullen we niet snel als verdachten op een zitting zien.”

Breed ingezet offensief

Het kabinet heeft de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit tot prioriteit gemaakt. Voor een breed ingezet offensief, waarvoor minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) in zijn brief aan de Tweede Kamer van 18 oktober 2019 de contouren schetste, heeft het kabinet voor volgend jaar 141 miljoen euro vrijgemaakt. In de jaren erna volgt een structureel bedrag van 150 miljoen euro. Eerder was al 110 miljoen euro vrijgemaakt om in 2019 en 2020 de criminele drugsindustrie aan te pakken en de samenleving en legale economie weerbaarder te maken tegen bedreigingen, intimidaties en liquidaties, waardoor ondermijning dreigt.

Eerder dit jaar is begonnen aan de opbouw van het Multidisciplinair Interventie Team (MIT), met specialisten van politie, OM, FIOD, KMar, Douane en Belastingdienst. Dit MIT kan nu met structureel geld uitgroeien naar een zelfstandig team op het gebied van intelligence en digitale, internationale en financiële opsporing, aldus Grapperhaus. Daarnaast wordt met het structurele geld het stelsel van bewaken en beveiligen en de getuigenbescherming versterkt.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl