Coronavaccin: onverwachte bijwerkingen en aansprakelijkheid in de medische sector

Coronavaccins en de medische veiligheid ervan vormen een continue discussie. Maar wie is er juridisch aansprakelijk wanneer het coronavaccin achteraf gebrekkig blijkt?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

In de media is de afgelopen maanden veel aandacht besteedt aan de veiligheid van het coronavaccin. Geregeld schuiven experts bij praatprogramma’s aan om de wetenschap omtrent het vaccin te bespreken en discussies over de veiligheid van het vaccin van feitelijke informatie te voorzien. De maatschappelijke discussie over het coronavaccin speelt zich dan ook voornamelijk af op het medische vlak. Een vraag die minder vaak naar voren komt, is die van de potentiële aansprakelijkheid: wat als vaccins, ondanks de huidige wetenschappelijke kennis, achteraf toch gebreken blijken te vertonen. Hoe zit dat met de partijen die het nauwst bij het coronavaccin betrokken zijn?

Aansprakelijkheid van de farmaceut

Op basis van art. 6:185 BW kan een producent worden aangesproken op een gebrek in zijn product en de daaruit voortvloeiende schade. Art. 6:186 BW bepaalt grofweg dat een product gebrekkig is, als het, alle omstandigheden in aanmerking genomen, niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten. Bij de beoordeling daarvan spelen de presentatie van het product, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het tijdstip waarop het product in het verkeer werd gebracht, een bepalende rol.

Als bij gebruik van het vaccin bijwerkingen optreden, dan zal het hoofdzakelijk afhangen van de aard van de bijwerkingen en de informatie die over het vaccin is verstrekt of een beroep op productaansprakelijkheid zal slagen. Een zogenoemd ontwikkelingsrisicoverweer van de fabrikant ligt naar mijn mening in dit geval moeilijk. Voor zo’n verweer moet het gezien de stand van de wetenschap onmogelijk zijn geweest het gebrek te ontdekken op het moment van het in het verkeer brengen van het vaccin. Met de relatief korte zoektocht naar het coronavaccin in het achterhoofd zal een dergelijk verweer naar mijn mening weinig kans van slagen hebben.

Aansprakelijkheid van zorgverleners

Op basis van art. 6:77 BW kunnen hulpverleners aansprakelijk worden gesteld wanneer ze gebruik maken van een ongeschikte hulpzaak. In het Miragel-arrest heeft de Hoge Raad hierover meer duidelijkheid verschaft. In dit arrest oordeelde zij dat, als bij een geneeskundige behandeling blijkt dat een product achteraf, dus ondanks de stand van de wetenschap ten tijde van het gebruik van het product, gebrekkig is, de kans om succesvol beroep te doen op art. 6:77 BW minimaal is. Wat aansprakelijkheid betreft dragen zorgverleners dan ook niet het risico van een mogelijk gebrekkig coronavaccin.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top