Mijn werkgroepdocent Internationaal Publiekrecht (of Public International Law – PIL zoals het officieel heet) maakte de grap. Misschien met een enigszins moedeloze blik erbij, misschien met een lach die nét iets te lang aanhield om nog grappig te zijn. ‘Class dismissed international law does not exist anymore’. De zaal lachte. En ergens klopte de grap ook. Trump heeft de ICC-aanklagers gesanctioneerd. Israël bouwt verder op bezet gebied terwijl het Internationaal Gerechtshof vergadert. Rusland heeft de Europese mensenrechtenconventie gedag gezegd. Je kunt begrijpen dat een eerstejaars rechtenstudent zich afvraagt waarom hij de VCLT en UNDHR moet kennen voor de tentamen dit is voor hun een bittere PIL om te slikken
Laat ik die frustratie serieus nemen, want ze is eerlijk. Je leest een hele uitspraak, je snapt de redenering, je schrijft de argumenten op, en dan opent iemand zijn telefoon en blijkt dat er in de werkelijkheid gewoon niks is veranderd. Dat is niet niks. Dat is een legitieme vraag over de zin van wat je aan het leren bent.
Maar de conclusie die studenten daaruit trekken ‘’het stelt niks voor, het is nutteloos‘’ die klopt niet. En ik ga uitleggen waarom.
Je vergelijkt het met het verkeerde systeem
Als studenten zeggen dat internationaal recht “niet werkt”, vergelijken ze het stilzwijgend met nationaal recht. En daar klopt de vergelijking: nationaal recht heeft een politie, een deurwaarder, een executiemechanisme. Internationaal recht heeft dat niet. Maar dat betekent niet dat het niet bestaat, het betekent dat het anders werkt.
Staten houden zich elke dag aan internationale afspraken. Niet omdat ze gedwongen worden, maar omdat verdragen hun belangen dienen, omdat reputatie telt, en omdat wederkerigheid werkt. De regels over diplomatieke onschendbaarheid beschermen jouw ambassade in een vijandig land. De internationale handelsregels maken wereldhandel mogelijk. De afspraken over luchtvaart zorgen dat jouw vlucht naar Madrid niet eindigt in een conflict over luchtruim. Dit is allemaal internationaal recht dat gewoon werkt, elke dag, zonder dat er iemand over schrijft.
Internationaal recht faalt spectaculair in de zaken die het nieuws halen , en werkt geruisloos in de duizenden zaken die dat niet doen.
Schending bewijst dat het bestaat
Hier is iets wat je in de werkgroep misschien niet zo hebt geformuleerd: als een staat het internationaal recht schendt, erkent hij daarmee dat het bestaat. Rusland rechtvaardigt de invasie van Oekraïne niet door te zeggen het recht telt niet. Het zegt: wij handelen in zelfverdediging, wij beschermen minderheden. Dat zijn juridische argumenten. Staten die het recht schenden, doen dat bijna altijd in de taal van het recht zelf.
Stel je voor dat een nationaalrechtsstudent zegt: “Waarom leer ik het verbod op doodslag? Mensen worden toch vermoord?” Je zou hem uitlachen. Schending van een norm is bewijs dat de norm bestaat, want je kunt alleen iets schenden wat er is.
En jij gaat er écht iets mee doen
Misschien denk je: ik word toch geen IGH-advocaat. Ik doe strafrecht, of ondernemingsrecht, of belastingrecht. Fair. Maar internationaal recht is niet alleen voor mensen die bij een internationaal hof of de VN willen werken. Het EVRM, internationaal recht is de basis van vrijwel elk grondrechtsargument in de Nederlandse rechtspraktijk. Internationale arbitrage is standaard bij grensoverschrijdende handelsgeschillen. En de regels over staatsaansprakelijkheid zijn direct relevant zodra een cliënt zaken doet in een land met een wankele overheid.
Je hoeft er niet in te specialiseren. Je moet het kennen.
Wie zegt dat internationaal recht niet bestaat, geeft de grootmacht gelijk die er het meeste baat bij heeft dat niemand het meer serieus neemt.
De werkgroepdocent had de grap misschien niet moeten maken. Of had erbij moeten zeggen: het systeem is gebrekkig, de handhaving is zwak, en toch is dit het enige normatieve kader dat zwakkere partijen hebben om sterkere aan te spreken. Juristen hebben dat kader gebouwd. Juristen houden het in stand. En jij, als je klaar bent met studeren bent een van hen.
Dus ja. Je moet het kennen. Niet omdat het systeem perfect is. Maar omdat jij straks degene bent die het gebruikt.
