De AI-echo van juristen

In een serie columns reflecteert Ilona van de Kooi op de impact van AI op het werk van de jurist. Deze keer schrijft zij over het nieuws van Anthropic, de AI-echo en de vraag welke belangrijke vragen door die echo buiten beeld blijven.

Delen:

beeld: AI generated

In de advocatuur spreken advocaten elkaar soms aan als amice. Ook wanneer zij tegenover elkaar staan in een procedure. Ze zijn wederpartijen, maar tegelijkertijd onderdeel van dezelfde beroepsgroep. Ze verstaan het vak en kennen de spelregels als geen ander. Dat is de kracht van die beroepsgroep en soms ook haar blinde vlek. Juristen organiseren congressen voor juristen en juristen schrijven artikelen voor juristen. Dat klinkt logisch, want wie kan er beter iets schrijven of zeggen over juridische ontwikkelingen dan juristen zelf? Die aanname geldt overigens niet alleen voor juristen. Onderzoekers praten vooral met andere onderzoekers, beleidsmakers met beleidsmakers en engineers met engineers. Iedere beroepsgroep heeft haar eigen taal, referentiekader en vragen. Tegelijkertijd kan er iets anders ontstaan: een echo.

In een echo hoor je uiteindelijk vooral wat je zelf al dacht. Dat komt onder meer doordat dezelfde aannames steeds opnieuw worden bevestigd. Professionals bekritiseren elkaar voortdurend, maar vaak vanuit dezelfde aannames, dezelfde vakliteratuur en dezelfde manier van kijken naar de wereld.

De AI-echo ontstaat niet doordat professionals elkaar gelijk geven, maar doordat zij vaak dezelfde vragen stellen. Daardoor voeren we scherpe discussies over details, terwijl fundamentele (discipline-overstijgende) vragen soms buiten beeld blijven. En juist die vragen interesseren mij steeds meer. Rond AI zie ik die echo overal terug. Ik noem dat de AI-echo. Juristen praten met juristen over AI. We praten over AI vanuit hetzelfde denkkader en we praten met elkaar over toepassingen, implementatie, governance, risico’s en efficiëntie, terwijl vragen over macht, afhankelijkheid en toegang tot AI veel minder aandacht krijgen.

We praten veel over hoe we AI gebruiken, maar veel minder over wie AI ontwikkelt, bezit en controleert. En wat gebeurt er als die belangrijke vragen niet worden gesteld?

Afgelopen week kreeg ik daarop een deel van het antwoord.

Toegang tot technologie

Anthropic maakte namelijk afgelopen week bekend dat twee van zijn meest geavanceerde modellen (Fable 5 en Mythos 5) niet langer toegankelijk zouden zijn voor buitenlandse gebruikers nadat de Amerikaanse overheid beperkingen had opgelegd aan het gebruik ervan. Ik las het bericht en dacht: daar is het dan. We gebruiken technologie die niet van ons is, bouwen er processen omheen en maken ons daarmee afhankelijk. Afhankelijkheid van technologie is vaak onzichtbaar totdat iemand anders bepaalt onder welke voorwaarden die technologie beschikbaar blijft.

De meeste juristen hebben overigens nog nooit met deze Anthropic-modellen gewerkt, dus zij zullen dit nu ook niet missen. Maar dit nieuws laat wel zien hoe snel toegang tot technologie een onderdeel kan worden van geopolitieke verhoudingen. En daarmee raakt het een vraag die mij al langer bezighoudt: wie bepaalt uiteindelijk welke technologie beschikbaar is, voor wie en onder welke voorwaarden?

Het afgelopen jaar heb ik geschreven en gesproken over onze afhankelijkheid van technologie, digitale infrastructuur en de bedrijven daarachter. Digitale soevereiniteit klinkt misschien als een abstract beleidsbegrip waardoor de indruk kan ontstaan dat het onderwerp vooral relevant is voor beleidsmakers en bestuurders. Terwijl het uiteindelijk impact heeft op alle mensen, omdat iedere organisatie steeds afhankelijker wordt van digitale technologie. Waar ik mij over verbaas, is dat de juiste discussie lijkt te ontbreken. De Anthropic-modellen waar het om gaat zijn namelijk nu niet onmisbaar voor Europese organisaties. Dit nieuws laat glashelder zien hoe toegang, afhankelijkheid en macht steeds nadrukkelijker met elkaar verweven raken. Terwijl in Nederland veel aandacht uitgaat naar regulering, zie ik dat andere landen en bedrijven tegelijkertijd fors investeren in de kwaliteit van de modellen en de infrastructuur.

AI-macht

Veel gesprekken over AI gaan nu over hoe we werknemers AI-geletterd maken, hoe AI onze processen efficiënter maakt, en dat we vooral niet ‘de boot’ moeten missen. Ik voer inmiddels meer gesprekken over AI dan ik ooit had verwacht. Overal wordt gewerkt aan (of wordt een poging gedaan tot) AI-geletterdheid, richtlijnen, governance en implementatie. De gesprekken gaan over het gebruik of de inzet van AI, terwijl de onderliggende machtsvraag nauwelijks wordt gesteld. De vragen die wat mij betreft vaker mogen worden gesteld zijn: Van wie is AI? Van wie zijn de modellen (tools)? Van wie is de infrastructuur? Wie bepaalt de voorwaarden waaronder wij ermee mogen werken? En belangrijker: wie kan die voorwaarden veranderen?

Deze vragen laten zich niet eenvoudig vertalen naar een beleidsdocument of implementatieplan. Daarnaast zijn veel professionals vooral bezig met de uitdagingen die vandaag voor hen liggen en missen zij de ruimte om deze complexe vragen te stellen, laat staan te beantwoorden. Ik zoek daarom steeds vaker mensen op die, net als ik, juist andere vragen stellen dan die binnen mijn eigen vakgebied gebruikelijk zijn. Mensen die als het ware door disciplines heen kijken. Mensen die verbanden leggen tussen technologie, recht, economie, geopolitiek en publieke waarden. Mensen die af en toe iets zeggen dat de rest van de kamer liever niet hoort. Degenen die de echo durven doorbreken.

Het bericht van Anthropic verandert de wereld niet van de ene op de andere dag. Wel maakt het een ontwikkeling zichtbaar die al langer gaande is en dat gesprek verdient volgens mij meer aandacht.

Ik verstoor de AI-echo graag. Wie sluit aan?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven