Artikelen

‘De kwaliteit in het strafrecht kalft af’

Jeroen Soeteman
Jeroen Soeteman (foto: Chantal Ariëns)

Een goede manier van geschillenbeslechting is een van de kurken waarop een samenleving drijft, vindt Jeroen Soeteman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafadvocaten. Hij maakt zich zorgen over de strafrechtspleging. Meer en meer ziet Soeteman officieren, rechters en advocaten die hun dossiers niet meer goed kennen, omdat ze er gewoon de tijd niet meer voor hebben. Daar is de burger de dupe van. “De kwaliteit van de strafrechtspleging kalft af, maar we merken het niet. Als je elke dag een minuut minder tijd krijgt om je zaken voor te bereiden, lijkt dat niet dramatisch. Totdat je na jaren terugkijkt en ziet hoezeer de kwaliteit is teruggelopen.”

Boven de ramen van het grachtenpand waarin Jeroen Soeteman kantoor houdt, zijn de portretten van twee zeventiende-eeuwse kooplieden in glas-in-lood gegoten. Origineel zijn ze niet. De eigenaar van het pand kocht ze in een tweedehandswinkel nadat het pand was uitgebrand en gaf hiermee bij de herbouw het huis wat oude allure terug. Aan het gepleisterde plafond hangt een moderne lamp. De inhoud van de boekenkast verraadt dat we hier met een in het strafrecht gespecialiseerd kantoor te maken hebben; bundels over het strafprocesrecht, de recherche, het Openbaar Ministerie en de advocatuur vullen de planken.

Soetemans beide ouders zijn jurist. Zijn vader werkte zijn hele leven als manager op het gebied van personeel en organisatie, zijn moeder werd op latere leeftijd rechter. Toch had Soetemans keuze voor de studie weinig met zijn ouders van doen. “Als kind wilde ik graag goochelaar worden. Mijn ouders hadden meteen door dat ik daar volstrekt geen talent voor had, maar beloofden mij dat ik na de basisschool naar de circusschool mocht. Dat vond ik fantastisch. Toen ik eenmaal puber was, heb ik er nooit meer aan gedacht. Maar het verhaal typeert wel mijn opvoeding. Mijn ouders lieten mij volstrekt vrij om te worden wie ik was.

“Ik heb altijd van taal gehouden, van argumenteren. Ik herinner me nog goed dat ik samen met een paar vrienden op mijn middelbare school een alternatieve schoolkrant heb opgericht, omdat we vonden dat er in het reguliere krantje censuur werd gepleegd. Ons blad verkochten we op het schoolplein. Daar gingen we nogal ver in; we plaatsten naaktfoto’s van willekeurige mensen en zetten daar de naam van leraren onder. Kom op, we waren vijftien, zestien jaar. Toen we de krant niet meer mochten verkopen op het terrein van de school, zijn we een meter verder op straat gaan staan. Dat typeert mij wel. Mijn vriendin vindt het, net als de relaties die ik hiervoor heb gehad, moeilijk om ruzie met mij te hebben. Ik maak ruzie als een advocaat. Ik ben extreem met woorden, refereer aan voorgaande situaties, onderbouw mijn stellingen. Zo ben ik. Ik wil overtuigen. Daarom ben ik advocaat geworden.

“Rechten was een bewuste keuze. Ik had al jong het sterke gevoel dat mensen die regels maken en ze moeten handhaven de dure plicht hebben zelf die regels te eerbiedigen. Ik ben altijd opgekomen voor mensen die niet fair werden behandeld. In veel baantjes die ik vroeger had, werd ik ontslagen omdat ik op een gegeven moment voor een collega of een klant opkwam die niet eerlijk werd behandeld. Ik ben zelfs weleens ontslagen om iets waarover de collega in kwestie zijn schouders ophaalde. Dat heeft voor mij met het recht te maken. Ik kan niet goed omgaan met hypocrisie. Als opsporingsdiensten zelf over de scheef gaan om iemand op te pakken die de regels heeft gebroken, kan ik nog steeds heel verontwaardigd worden. Ik ga ervan uit dat elke agent en elke officier van justitie integer met zijn vak omgaat. Zij die welbewust dingen achterhouden en daarover geen verantwoording afleggen, vinden mij op hun pad. Advocaat Cees Korvinus heeft mij geleerd dat je in dit werk nooit cynisch moet worden. Anders moet je stoppen met dit vak.”

Vrijheid

“Huurrecht, familierecht en strafrecht zijn de rechtsgebieden die mensen het meest raken. Wonen, gezin, vrijheid. Dat de overheid die vrijheid kan ontnemen staat voor mij centraal. Als je je huis wordt uitgezet, kun je een ander huis huren. Echtscheidingsproblemen spelen tussen mensen. Bij het strafrecht is er een partij die vele malen sterker is, namelijk de overheid. Natuurlijk is het goed dat we als samenleving hebben afgesproken dat die vergaande bevoegdheid om iemand van zijn vrijheid te beroven exclusief in handen van de overheid ligt. Dat moet dan wel zorgvuldig gebeuren. Ik heb er geen principiële bezwaren tegen als mensen worden vastgezet als ze zijn veroordeeld. Ik pleit niet voor een samenleving zonder celstraffen. Maar het merendeel van de mensen die in Nederland van hun vrijheid zijn beroofd, zit in een huis van bewaring in voorlopige hechtenis. Die mensen raken hun baan kwijt, hun gezin komt onder druk te staan en dat allemaal omdat iemand misschien iets heeft gedaan dat niet mag. Om mensen in die omstandigheden te kunnen bijstaan, is het mooiste wat er is. Soms kun je er als advocaat niets aan doen. Maar je kunt ze wel rust geven. I tell it like it is. Als het kut is, is het kut. Ik probeer het nooit mooier te maken. Maar als er mogelijkheden zijn om iets aan die voor mensen heel ingrijpende situatie te doen, grijp ik die aan.”

Geen reddingsboei

“Het strafrecht heeft zich de laatste jaren sterk ontwikkeld en niet altijd ten goede. De jurisprudentie van de Hoge Raad over vormverzuimen is mij bijvoorbeeld een doorn in het oog. De Hoge Raad heeft gezegd dat in de opsporing gemaakte fouten hersteld mogen worden en dat het voldoende is om te constateren dat het fout is gegaan. Dan volgt er geen strafvermindering of bewijsuitsluiting. Dus als de politie een woning binnentreedt zonder machtiging, maar de rechter constateert dat de politie met een machtiging wel had mogen binnentreden, is dat voldoende. Daarmee krijgt de politie een vrijbrief om fouten te maken. Dat vind ik principieel fout. Als je een fout maakt, moet je die compenseren. Het hoeft niet meteen tot bewijsuitsluiting te leiden, maar wel tot enige vorm van compensatie. De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen.

“Zorgwekkender vind ik de manier waarop de politiek de laatste jaren het strafrecht in een verdomhoek heeft gelazerd. Politici zouden op dit vlak niet zo bang moeten zijn voor de voorpagina. Onze cliënten worden verdacht van strafbare feiten en negen van de tien worden daarvoor veroordeeld. De samenleving wil die mensen het liefst alle rechten ontnemen en dat merken wij. Geen politicus durft meer geld aan de tbs te geven. Er gaat wel geld naar de politie, het OM, de rechtspraak. De rechtspraak blaast 200 miljoen euro op in een mislukt digitaliseringsproject en ondertussen wordt de sociale advocatuur de nek omgedraaid. Wij zitten in de hoek waar de klappen vallen, maar niemand gooit een reddingsboei. Oud-staatssecretaris Teeven heeft met zoveel woorden in een interview gezegd dat hij eigenlijk hogere straffen wilde en minimumstraffen, maar toen dat niet lukte, heeft hij de tarieven van de gefinancierde rechtsbijstand maar naar beneden bijgesteld. Door een slechte verdediging zouden er minder vrijspraken volgen en zouden mensen harder worden gestraft. Teeven heeft ontkend dat hij het zo heeft gezegd, maar dat interview staat op band. Niemand uit de Kamer is daartegen in verweer gekomen. Terwijl Teeven de boel gewoon heeft opgelicht. Oplichting is iemand onder valse voorwendselen bewegen iets te doen. Teeven heeft onder valse voorwendselen met een dubbele agenda de Kamer opgelicht. Wij hebben overwogen om aangifte tegen hem te doen, maar dat zou te veel voor de bühne zijn geweest.”

Drogredenering

“Wij hebben als sociaal advocaten gestaakt. De commissie-Van der Meer heeft daarna geadviseerd over het puntenstelsel in de gefinancierde rechtsbijstand. De commissie heeft duidelijk gemaakt dat zonder extra investeringen de sociale advocatuur feitelijk ter ziele gaat. Het kabinet heeft de conclusies van de commissie omarmd, maar doet er niets mee. Niemand die daar bezwaar tegen maakt. We leven nou eenmaal in een samenleving die liever geld aan de politie geeft dan aan een behoorlijke verdediging van rechtstatelijke waarden. Er zitten ook nauwelijks meer juristen in de Kamer. Ja, Theo Hiddema. Maar oud-rechter Judith Swinkels is teleurgesteld de politiek uitgegaan. Wij, de sociaal advocaten, krijgen geen sympathie meer en dat is fundamenteel onjuist. Sander Dekker, de huidige minister voor Rechtsbescherming, verwijst naar de ons omringende landen en zegt dat we het in vergelijking daarmee niet zo slecht doen. Dat is een drogredenering. Wij zouden het voorbeeld moeten zijn voor al die landen waar de rechtstaat onder druk staat. Wij zouden moeten laten zien hoe een beschaafde rechtstaat omgaat met zijn burgers, of dat nou een verdachte of een asielzoeker is. In plaats daarvan zakken we onder de grens van wat nog rechtstatelijk is.”

Mediation

“Een goede manier van geschillenbeslechting is een van de kurken waarop een samenleving drijft. Zonder vertrouwen in een goede rechtspleging ligt eigenrichting op de loer. Ook zij die de regels breken, moeten kunnen rekenen op een rechtvaardige behandeling. Dat betekent dat een rechter de tijd moet hebben om een dossier rustig te lezen, en nog eens. De reclassering moet de tijd hebben om goede rapportages op te stellen. Ik heb morgen een zitting van een cliënt die drie maanden geleden is opgepakt en sindsdien in voorlopige hechtenis zit. Eergisteren om vijf uur ’s middags kreeg ik het reclasseringsrapport waarin het hele levensverhaal stond van mijn cliënt. De rechter kreeg dat rapport gisteren, morgen hebben we de zitting en dat is het dan. Dat is niet meer zorgvuldig. De politie wordt onderbetaald de straat op gestuurd en beweegt zich in situaties waarin ik niet zou willen zitten. We hebben die mensen hard nodig. We hebben ook een integer OM nodig en officieren die niet een dag per week kwijt zijn met het kopiëren van stukken. Iedereen in de keten moet gewoon zijn werk goed kunnen doen, maar ik zie meer en meer officieren, rechters en advocaten die hun dossiers niet meer goed kennen, omdat ze er gewoon de tijd niet meer voor hebben. Daar is de burger de dupe van. De kwaliteit van de strafrechtspleging kalft af, maar we merken het niet. Alsof er elke dag een millimeter van een stoel wordt gezaagd, zoals Roald Dahl beschrijft in zijn boek Griezels. Als je elke dag een minuut minder tijd krijgt om je zaken voor te bereiden, lijkt dat niet dramatisch. Totdat je na jaren terugkijkt en ziet hoezeer de kwaliteit is teruggelopen.

“Dat Dekker zoekt naar andere manieren om conflicten te beslechten snap ik wel, maar juist in het strafrecht kan dat niet. Het strafrecht is namelijk een conflict dat de overheid begint. Je kunt niet met een buurtrechter een moordzaak oplossen. Daarvoor heb je een opsporingsapparaat nodig, officieren van justitie, advocaten, rechters, de reclassering en dat kost geld. Mediation in het strafrecht kan een rol spelen om zittingen te voorkomen, maar dat is slechts in een gering aantal zaken een oplossing. Ik heb zelf positieve ervaringen met mediation en ik vind dat elke advocaat daarmee ervaring zou moeten opdoen. Als problemen tussen mensen op een goede manier opgelost kunnen worden, moet je dat doen. Zeker als iemand een strafbaar feit bekent en met een slachtoffer in gesprek wil gaan om tot een bevredigende afdoening te komen, en het slachtoffer wil dat ook, is zo’n gesprek te prefereren boven een onzeker strafproces dat vier jaar duurt. Ik ben ambivalenter over het sluiten van deals tussen OM en verdachte. Het gevaar is reëel dat zonder rechterlijke toetsing dit soort deals onder druk tot stand komen. Bedrijven kunnen er belang bij hebben, dat geef ik toe. Ook voor andere cliënten kan het belangrijk zijn om een zitting te voorkomen en snel duidelijkheid krijgen. Als er onnodige proceskosten kunnen worden bespaard door op onderdelen van een zaak te onderhandelen, ben ik niet per se tegen. Maar we zullen scherp in de gaten moeten houden dat fundamentele rechten niet worden weggemoffeld ten behoeve van de proceseconomie.”

Slachtofferrechten

“Wat Richard Korver voor elkaar heeft gekregen op het gebied van slachtofferrechten vind ik knap. Wel maak ik me zorgen over de manier waarop sommige slachtoffers gebruik maken van hun spreekrecht. Er worden bedreigingen geuit in de rechtszaal. Er wordt gescholden. Rechters treden daar te weinig corrigerend tegen op. Als advocaat van de verdachte kan ik er ook weinig tegen inbrengen. Persoonlijk kan ik er begrip voor opbrengen dat emoties hoog oplopen, maar juridisch moet een rechter optreden tegen bedreigingen die tijdens zijn zitting worden geuit. Ik heb een zaak gehad waarin het slachtoffer tegen de officier van justitie zei: ‘Ik heb nu, tijdens de zitting, een halve dag naar de verdachte kunnen kijken en het is hem. Hij heeft het gedaan.’ Vind je dat gek? Als je zo onder spanning staat, loop je een tunnel in. Er ontstaat op zo’n manier een onaanvaardbare ongelijkheid in de rechtszaal, terwijl er nog niemand is veroordeeld. Dat is tricky. Zowel de rechtbank als de officier van justitie zag dat gelukkig ook en besloten dit slachtoffer niet alsnog als getuige te horen. De rechtbank sprak mijn cliënt vrij. Maar ik denk dat deze verklaring door veel magistraten wel als bewijs zou zijn gebruikt.”

Strafbeschikking

“Dat is ook mijn bezwaar tegen de strafbeschikking. Ik vind het principieel onjuist dat een officier van justitie degene is die een schuld vaststelt van iemand die hij toch al verdacht vindt. Dat moet een rechter doen. Uit de Kamerstukken blijkt dat er geen twijfel over de schuld mag zijn als een strafbeschikking wordt opgelegd. Het staat met zoveel woorden op de strafbeschikking: wij hebben geconstateerd dat u een strafbaar feit heeft gepleegd. Maar in de praktijk blijkt dat de officier van justitie helemaal niet de positie heeft om dat te constateren. Nergens op de strafbeschikking staat wat er precies zou zijn gebeurd, wat de bewijzen zijn. Pas wie in verzet gaat, krijgt een dossier. Nu blijken ook nog eens onbevoegde mensen die beschikkingen te hebben uitgevaardigd. Dat is echt heel zorgelijk. Het OM belooft dat het van de ervaringen leert en zegt dat het in de toekomst allemaal goed zal komen, maar ondertussen is het wel misgegaan. De NVSA vindt daarom dat er een herzieningsmogelijkheid moet komen. Alle mensen die een strafbeschikking hebben aanvaard door geen verzet aan te tekenen moeten alsnog de kans krijgen om hierop terug te komen. Niet alle beschikkingen hoeven te worden te vernietigd, maar geef mensen de gelegenheid om hun zaak nog eens te bekijken. Pas dan neemt de overheid echt verantwoordelijkheid. En daar gaat het mij om: wie zelf regels uitvaardigt, dient zich daaraan te houden.”

Wie is Jeroen Soeteman?

Jeroen Soeteman (1974) is strafrechtadvocaat en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA). Hij studeerde rechten in Groningen, voltooide zijn advocaatstage bij CMS Derks Star Busmann en stapte in 2003 over naar Korvinus Abeln advocaten om zich volledig op het strafrecht toe te leggen. Soeteman heeft zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in zowel commuun als financieel-economisch strafrecht en heeft daarnaast ruime ervaring met grensoverschrijdende strafzaken. Samen met Willem Jebbink startte hij in 2009 in Amsterdam Jebbink Soeteman advocaten.

Soeteman woont samen met zijn vriendin en heeft twee zoons.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Miek Smilde

Miek Smilde

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand