Deepfakes: aansprakelijkheid en rechtsbescherming

Delen:

beeld: Depositphotos

Deepfake: een techniek waarmee door middel van artificiële intelligentie beeldmateriaal en/of stemgeluid van mensen tot in uitvoerig detail kan worden nagebootst. Zo’n techniek roept juridische vragen op: kun je iemand aansprakelijk stellen als jouw gezicht gebruikt wordt in een deepfake en kun je de publicatie ervan stopzetten, dan wel voorkomen?

Deepfakes zijn voor de meesten geen onbekend fenomeen meer. Een jaar geleden waarschuwde het Openbaar Ministerie al voor de mogelijke gevolgen van de technologie. Toch levert een snelle zoektocht op rechtspraak.nl met de term ‘deepfake’ geen resultaten op. Tot op heden lijkt het er dan ook op dat er weinig tot geen voorbeelden over dit onderwerp beschikbaar zijn op basis van de Nederlandse rechtspraak. Toch biedt de huidige wetgeving wel degelijk mogelijkheden wanneer het aankomt op het gebruiksverbod van uiterlijke kenmerken in een deepfake. Zo onder andere het portretrecht uit art. 21 van de Auteurswet.

Het portretrecht houdt in dat iemand niet zomaar een portret waarop een ander herkenbaar in beeld staat mag publiceren zonder de toestemming van diegene. Het is niet van belang hoe het portret tot stand is gekomen: ook een getekende karikatuur van iemand kan een portret opleveren (ECLI:NL:RBAMS:2005:AS4748). Alhoewel deepfakes dan ook geen ‘echte’ afbeeldingen of video’s van iemand zijn, vallen ze toch onder de bescherming van het portretrecht.

Na de vaststelling dat er sprake is van een portret, moet er voor een succesvol beroep op het portretrecht sprake zijn van een redelijk belang van de geportretteerde. Bij dit vereiste maakt de rechter doorgaans een afweging tussen verschillende belangen, zoals privacy en het belang van informatievrijheid. Welk oordeel de rechter hier heeft hangt natuurlijk af van de aard van de deepfake. Zo zal een deepfake waarin iemands gelaat nauwkeurig wordt nagebootst hoogstwaarschijnlijk sneller een redelijk belang opleveren op grond van de daarbij zwaarder wegende privacyoverwegingen. Mocht uiteindelijk vaststaan dat er sprake is van een schending van het portretrecht, dan zal de aansprakelijkheid voor eventueel geleden schade daarbij logischerwijs ook in het verlengde liggen.

Nog niet alles duidelijk

Ondanks het gebrek aan rechtspraak is het dan ook duidelijk dat de wet mogelijkheden biedt om publicatie van deepfakes tegen te gaan. Toch is daarmee voor de praktijk nog niet alle onduidelijkheid de wereld uit. Zo zullen de meeste deepfakes gepubliceerd worden op digitale platforms zoals Youtube en/of Facebook. Wat is hun rol bij de schending van een portretrecht? Moeten ze actief handhaven om een schending te voorkomen? En kunnen ze aansprakelijk worden gesteld wanneer ze dit niet doen? Hopelijk biedt de rechtspraak hierover in de toekomst meer duidelijkheid.

 

 

 

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven