Acht jaar geleden schreef ik een legal businesscase met als titel: Wat levert oog hebben voor de mens achter de meester u op? Mijn vraag was simpel: waarom investeren advocaten- en notariskantoren zoveel in het vinden van juridisch talent, maar veel minder vanzelfsprekend in de omstandigheden waaronder dat talent wil blijven? Het ongemakkelijke antwoord in 2026: veel signalen van toen zijn nog steeds actueel. Alleen is de rekening die betaald wordt in legal business inmiddels hoger.
Arbeidsmarkt voor juristen blijft krap
Het UWV kwalificeert de arbeidsmarkt voor juristen begin 2026 zelfs als zeer krap. Tegelijkertijd groeit de vraag naar juridische dienstverlening. Voor kantoren betekent dit dat vertrek of uitval niet alleen een HR-probleem is. Het raakt capaciteit, continuïteit, kwaliteit en uiteindelijk de cliënt.
Het notariaat laat dat scherp zien. Volgens onderzoek in opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) steeg de jaarlijkse uitstroom van kandidaat-notarissen van 55 in 2018 naar 103 in 2023. Vooral onder 20- tot 39-jarigen nam de uitstroom sterk toe. Genoemde oorzaken zijn onder meer hoge werkdruk, een matige werk-privébalans, arbeidsvoorwaarden en aantrekkelijkere alternatieven buiten het notariaat. Het beroep krijgt van beroepsbeoefenaren gemiddeld slechts een 6,3. Dat is opvallend, want over de inhoud en maatschappelijke betekenis zijn zij juist positief.
Misschien niet alleen tekort aan juristen
Maar vooral ook een tekort aan werkomgevingen waarin juristen langdurig willen blijven werken.
Ook in de advocatuur schuift iets fundamenteels. Uit de NOvA-peiling onder jonge advocaten blijkt dat zij sterk betrokken zijn bij hun vak, maar scherpere afwegingen maken over werk-privébalans, ontwikkeling en toekomstperspectief.
Het traditionele partnerschap is niet langer vanzelfsprekend. Dat kun je uitleggen als verminderde ambitie. Interessanter is de vraag: wat zien jonge advocaten wanneer zij kijken naar degenen die al partner zijn?
En dan is er AI. Deloitte concludeert dat 45 procent van de onderzochte Nederlandse advocatenkantoren inmiddels vergevorderd is met AI, terwijl 55 procent zich nog in een vroege fase bevindt. Naarmate technologie meer juridisch productiewerk overneemt, worden menselijke vaardigheden niet minder belangrijk, maar juist waardevoller: inschatten, beoordelen, luisteren, feedback geven, omgaan met spanning, verantwoordelijkheid nemen en moeilijke gesprekken voeren.
‘Soft skills’ worden keiharde kwaliteitsfactoren
De businesscase is daarom veranderd. De vraag is niet langer alleen: wat levert investeren in mensen op? Maar vooral: wat kost het als we het níét doen?
De financiële gevolgen zijn vaak minder zichtbaar, omdat zij zich over meerdere kostenposten en langere tijd kunnen verspreiden.
Deze kosten zitten in recruitment, ziekteverzuim, fouten en klachten, kennisverlies, verloren opleidingsinvesteringen, gemiste opvolging en medewerkers die wel fysiek blijven, maar mentaal zijn afgehaakt.
Oog voor de mens achter de meester is niet ‘soft’
Het is professioneel risicomanagement, leiderschap en bedrijfsstrategie.
Dat vraagt ook iets anders van partners en leidinggevenden. Niet alleen sturen op declarabele uren en dossiers, maar investeren in en actief bouwen aan een psychologisch veilige werkomgeving waarin mensen ook andere dan juridische vaardigheden kunnen ontwikkelen. Denk aan luisteren, feedback geven, omgaan met spanning, beter samenwerken, oordeelsvorming, leiderschap en het voeren van moeilijke gesprekken steeds belangrijker.
Met de in dit artikel gedeelde kennis over de huidige arbeidsmarkt kun je wel stellen dat mijn businesscase in 2018 te voorzichtig was. Dus als we de vraag stellen: ‘Kunnen we het ons in 2026 nog permitteren om niet in mensen te investeren?’, dan is mijn antwoord daarop -zoals u gezien het voorgaande kunt raden- nee!
