‘Goede rechtspraak niet mogelijk met processtukken die lezen als film noir’

Goede rechtspraak bedrijven kan niet zonder behoorlijke processtukken, zo stelt de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland in een procedure over een niet verlengde arbeidsovereenkomst. Volgens de rechter is hiervan geen sprake als gedingstukken lezen als een film noir.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Beeld: Depositphotos

In deze zaak ging het om een medewerkster van een kinderopvangorganisatie, van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet werd verlengd. Tijdens haar proeftijd vond een gesprek met haar plaats, waarin haar direct leidinggevende en een van de directeuren aangaven dat van haar een meer proactieve houding werd verwacht. In dit gesprek vertelde de medewerkster dat ze zwanger was.

Discriminatie

De vrouw heeft vanwege zwangerschapsklachten daarna meerdere keren niet gewerkt en is uiteindelijk na een ziekmelding helemaal niet meer teruggekeerd. In een gesprek met haar leidinggevende dat daarop volgde is haar verteld dat haar contract niet zou worden verlengd.

Volgens de medewerkster is haar dienstverband niet verlengd vanwege haar zwangerschap en is er dus sprake van discriminatie. Zij heeft de kwestie voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens. Dit College stelde vast dat de afwezigheid van de vrouw door haar zwangerschap een rol heeft gespeeld bij de beslissing van haar werkgever om het contract niet te verlengen.

Onleesbaar

In de procedure bij de rechtbank vorderde de vrouw dat de kantonrechter voor recht verklaart dat haar werkgever onder meer onrechtmatig heeft gehandeld door negen keer te handelen in strijd met het recht. Haar werkgever vroeg de vordering van de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren. Zij wees er hierbij op dat de dagvaarding onleesbaar is, waardoor deze in strijd is met de goede procesorde. Ze betwistte bovendien dat er sprake is van discriminatie.

Diep zuchten

Ook de kantonrechter vindt dat de processtukken van de vrouw grotendeels niet te volgen zijn. Hij verwijst daarbij naar de dagvaarding die bestaat uit 175 bladzijden met schendingen van verboden en normen, zogenoemde “belangen”, zes vormen van schade waarvan twee worden onderverdeeld in vijf, respectievelijk acht subcategorieën, waarna een paar pagina’s verderop vergoeding wordt gevorderd van zeven andere schades. Hierna wordt men volgens de rechter “definitief het bos ingestuurd” met overwegingen over de feiten en het recht (23 bladzijden), een opsomming van Waarheden (68 bladzijden) en Sprookjes (55 bladzijden). “De goedwillende lezer geraakt hier in een “film noir” waaruit ontsnapping slechts mogelijk is door diep te zuchten en het stuk enige tijd weg te leggen”, aldus de kantonrechter, om daaraan toe te voegen: “Wie mocht menen dat het voorgaande overdreven is en/of quasi-grappig bedoeld: geen van beide is het geval.”

Kort en beknopt

Goede rechtspraak bedrijven kan niet zonder behoorlijke stukken, zo stelt de kantonrechter. “Gedingstukken dienen zo kort en beknopt mogelijk te zijn, dus zonder eindeloze omzwervingen en herhalingen, alles op straffe van afnemende helderheid en onnodig tijdverlies voor de rechterlijke macht.” De inleidende dagvaarding en daarop gevolgde akte van de vrouw beantwoorden niet aan deze voorwaarden en de pleitnotities evenmin.

Geen discriminatie

Ook het geringe deel van de dagvaarding dat volgens de kantonrechter wél begrijpelijk is biedt de vrouw geen soelaas. Niet is gebleken dat haar zwangerschap enige rol van betekenis heeft gespeeld bij de beslissing van haar werkgever om haar arbeidscontract niet te verlengen. Hierdoor is evenmin gebleken van discriminatie bij die beslissing. Dat het College wél concludeerde dat de werkgever een verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht maakt dit volgens de rechter niet anders. Hij wijst er hierbij op dat het College haar oordeel baseert op de “letterlijke lezing” van een bericht van een directielid van de werkgever en ook een e-mail van dit directielid letterlijk neemt. “Dat getuigt niet van een optimale methode van rechtsvinding en heeft in het onderhavige geval tot een uitkomst geleid, die niet kan worden gevolgd”, aldus de kantonrechter. Hij concludeert dan ook dat alle aan de werkgever gemaakte verwijten ongegrond zijn.

Lees de hele uitspraak in deze zaak hier.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top