Juridisch nieuws Advocatuur IE

Het prijskaartje van het proces staat ter discussie

Prijskaartje proces
Beeld: Depositphotos

De verliezer in een civiele zaak betaalt in Nederland vaak maar een deel van de proceskosten van de winnaar. Dat uitgangspunt staat echter ter discussie. Want is het niet rechtvaardiger om, in navolging van het IE-recht, de verliezer vaker tot een volledige proceskostenvergoeding veroordelen?

De advocaten Arnoud van Campen en Anna Kitslaar (Van Iersel Luchtman) wierpen deze vraag op in een artikel in het FD in 2018. Eerder deden hun collega’s Dineke van Dal en Mark Geurts (ook Van Iersel Luchtman) dat in een beschouwing in het Compendium Beslag en Executierecht in 2018.

Processtukken

De advocaten zijn kritisch op de huidige praktijk van het zogeheten liquidatietarief als uitgangspunt van de proceskostenveroordeling in civiele procedures. Dat tarief is gebaseerd op een puntensysteem waarbij de punten enerzijds afhankelijk zijn van het belang van de zaak en anderzijds van de verrichte werkzaamheden (zoals de ingediende processtukken en het aantal zittingen). De Hoge Raad heeft bepaald dat alleen in buitengewone omstandigheden (‘misbruik’) ruimte is voor een uitzondering op dit systeem. Dan kunnen de volledige proceskosten worden vergoed.

In zaken over Intellectueel Eigendom (IE) is een volledige proceskostenvergoeding in uiteenlopende gevallen al mogelijk op basis van een Europese Richtlijn. Een vergelijkbare regel geldt voor schending van bedrijfsgeheimen op grond van de wet Bescherming Bedrijfsgeheimen. De advocaten van Van Iersel Luchtman pleiten voor een bredere toepassing van die mogelijkheid.

Punitieve proceskostenveroordeling

Charlotte Vrendenbarg Universiteit Leiden
Charlotte Vrendenbarg

Maar wetenschapper Charlotte Vrendenbarg (Universiteit Leiden) zet daar vraagtekens bij. “Dit breekt met de Nederlandse uitgangspunten,” zegt Vrendenbarg die in 2018 promoveerde op het proefschrift ‘Proceskostenveroordeling en toegang tot de rechter in IE-zaken. Regelingen over proceskosten getoetst aan het EU-recht’. “In Nederland is de gedachte dat de hoogte van proceskostenveroordeling niet afhankelijk mag worden gesteld van de ernst van de materiële gedragingen van de aangesproken partij,” zegt Vrendenbarg. “Het materiële recht biedt de nodige sancties en remedies voor onrechtmatig genoten winst of de geleden schade. Een punitieve proceskostenveroordeling past niet in dit systeem.” Het recht op een betaalbare toegang tot de rechter is een grondrecht, stelt Vrendenbarg.

Het uitgangspunt is voor Vrendenbarg dus altijd een tariefsysteem, want alleen als er tarieven gelden kan een redelijke inschatting worden gemaakt van wat de procedure maximaal gaat kosten. “Procederen is op zich niet onrechtmatig,” stelt ze. Terecht heeft de Hoge Raad volgens Vrendenbarg geoordeeld dat een volledige proceskostenveroordeling alleen op zijn plaats is als procederen wèl onrechtmatig is – bijvoorbeeld als je procedeert om te traineren, of wanneer je een evident kansloze vordering instelt.

Maar in ‘gewone’ geschillen waar partijen er samen niet uit komen en de rechter in redelijkheid een oordeel vragen, past niet meer dan een redelijke tegemoetkoming in de kosten van de partij die uiteindelijk aan het langste eind trekt, vindt Vrendenbarg.

David tegen Goliath

Advocaten van Van Iersel Luchtman zeggen dat de volledige proceskostenvergoeding rechthebbenden beschermt en inbreukplegers ontmoedigt. Vrendenbarg ziet dat anders: “De regels over proceskostenveroordeling bepalen dat de verliezer betaalt. Dit kan de gedaagde partij zijn, maar ook de eiser (de rechthebbende) die bijvoorbeeld het bewijs van de inbreuk niet rond krijgt. Je kunt dus niet spreken van één effect van de volledige proceskostenveroordeling. De effecten hangen af van de omstandigheden van het geval, zoals de verhouding tussen partijen (zijn zij aan elkaar gewaagd, of is het David tegen Goliath?) en de risicohouding van partijen.

Voor de stelling dat inbreukplegers zich laten afschrikken door volledige kostenveroordelingen is geen begin van bewijs te vinden, betoogt Vrendenbarg. “Bovendien hebben we het hier over civiele zaken. In de meeste gevallen kun je niet goed voorspellen wie gelijk krijgt bij de rechter.”

Toen de volledige proceskostenvergoeding in IE-zaken was ingevoerd in Nederland, kreeg Vrendenbarg verontrustende geluiden te horen vanuit de advocatuur. “Sommige advocaten beweerden dat hun cliënten afzagen van procederen vanwege de toegenomen financiële risico’s van verlies. Zelfs in sterke zaken zouden bepaalde cliënten liever berusten dan de gang naar de rechter bewandelen. Dat was met name aan de orde in gevallen waarin de wederpartij een multinational is, die een dure advocaat (of meerdere advocaten) in de arm neemt. Ondernemingen met een grote oorlogskas kunnen de volledige proceskostenveroordeling juist als pressiemiddel gebruiken om (kleinere) wederpartijen tot een schikking te dwingen.”

Chilling effect

Vrendenbarg was benieuwd of het chilling effect voor kleine partijen zich inderdaad voordoet. “Maar omdat de effecten van zoveel omstandigheden afhankelijk zijn, is hard bewijs niet te verkrijgen.” Vrendenbarg verrichtte rechtsvergelijkend en rechtseconomisch onderzoek en deed ook interviewstudies. Ze stuurde een vragenlijst aan 400 in IE gespecialiseerde advocaten, van wie 170 hebben geantwoord. “De uitkomsten bleken overeen te komen met wat er in de buitenlandse en rechtseconomische literatuur wordt beschreven: voor risico-averse partijen (met de kleine portemonnee) is het risico van een volledige en onvoorspelbare proceskostenveroordeling reden om niet naar de rechter te gaan. Of ze nu een sterke zaak hebben of niet: die groep is weg.”

Welke oplossing kiest Vrendenbarg dan? “In IE-zaken pleit ik voor strikte toepassing van de indicatietarieven die sinds een aantal jaren gelden. Dat betekent: geen afwijkingen toestaan van die tarieven tenzij sprake is van misbruik van procesrecht, onrechtmatig procederen óf wanneer partijen samen afspraken hebben gemaakt over de proceskostenvergoeding.”

Buiten IE-zaken pleit ze voor strikte toepassing van het liquidatietarief, behalve als er sprake is van misbruik van procesrecht, onrechtmatig procederen of een partijafspraak over de kosten. “Van belang is wel dat die tarieven lang geleden zijn vastgesteld. De vraag is of die nog houdbaar zijn.” Tenslotte zegt Vrendenbarg: “Het voordeel van een goed functionerend, breed gesteund tariefstelsel is dat het partijen vrij blijft staan om tien dure advocaten in te schakelen, zonder dat de verliezer geconfronteerd wordt met de financiële gevolgen van die keuzes.”

Eerlijker verdeling

Anna Kitslaar
Anna Kitslaar (Van Iersel Luchtman)

Advocaat Anna Kitslaar (Van Iersel Luchtman) zegt dat over de volle breedte van het civiele recht behoefte is aan een eerlijker verdeling van proceskosten. Ze bestrijdt dat het principe ‘Ieder betaalt zijn eigen kosten’ het uitgangspunt is in het Nederlands recht. “In de basis, het liquidatietarief, wordt de verliezende partij immers al veroordeeld bij te dragen in de kosten van de wederpartij. In mijn opinie gaat het om de vraag of de veroordeling die al wordt toegepast reëel en redelijk is.”

Het is Kitslaar er niet om te doen dat in iedere zaak de daadwerkelijke kosten onbegrensd moeten worden doorberekend. “Maar ik vind dat misbruik eerder moet worden aangenomen. De misbruiklat ligt te hoog.”

Kitslaar vindt dat onvoldoende wordt erkend dat het liquidatietarief geen recht is op basis van artikel 79 RO. “Het is dus ook niet bindend, de rechter heeft al de mogelijkheid ervan af te wijken, zelfs zonder motivering. En op dit moment maakt de rechter veelal geen afweging, maar beperkt zich op de automatische piloot tot de toewijzing van de forfaitaire bedragen.”

Een stimulans voor de cowboys

Wat vindt ze dan van het argument van Vrendenbarg dat inbreukplegers zich sowieso niet laten ontmoedigen? “Het onderzoek van Vrendenbarg ziet op IE-recht,” betoogt Kitslaar. “Terwijl het mij juist in de volle breedte van het civiele recht gaat, en dan met name om de partijen die te goeder trouw zijn en tegen hun wil in een procedure zijn gedwongen, dus de gedaagde partij. Dan doel ik op zaken waarvan vooraf duidelijk is dat de eiser het niet gaat winnen, omdat zijn vordering onredelijk is of omdat hij liegt in een processtuk. In die gevallen kan de gedaagde partij achterblijven met heel veel kosten die hij nergens kan verhalen.”

Te denken valt ook aan zaken waarbij juist de grotere partij dreigt met procederen, om druk uit te oefenen zodat de kleinere partij gaat schikken. “Een goede advocaat zal een kosten-baten afweging maken voor zijn of haar cliënt, en soms zeggen: ‘Mijn advocaatkosten zijn zo hoog dat je, puur financieel gezien, uiteindelijk beter kunt schikken’. Dat zal de kleinere partij dan ook doen.”

En andersom, als de kleinere partij de eiser is, is de uitwerking hetzelfde als de kleinere partij de proceskosten niet kan verhalen op de grotere wederpartij. “Kleine partijen met een relatief kleine vordering nemen dan vaak niet het risico om te procederen met alle advocaatkosten van dien. Dan komen grote bedrijven ermee weg.” Bovendien is de huidige regeling een stimulans voor ‘de cowboys’, vindt Kitslaar. “Die gaan gewoon procederen om te kijken of ze er tijdens de gerechtelijke procedure een schikking uit kunnen slepen, waarmee een vonnis en een kostenveroordeling wordt voorkomen. Dan heeft de gedaagde al wel advocatenkosten gemaakt.”

Schaamteloos bedrog

In de hele discussie speelt de toegang tot de rechter een grote rol. Tegenstanders van de volledige proceskostenvergoeding betogen dat de gang naar de rechter wordt belemmerd als partijen het risico lopen de volledige kosten van de wederpartij te moeten betalen. Maar je kunt het ook andersom zien, zegt Kitslaar. “Als jij als gelijkhebbende partij wordt opgezadeld met enorme kosten, kan dit jou ook de toegang tot de rechter ontnemen.” Kitslaar wil daarom dat rechters meer aandacht besteden aan de vergoeding voor proceskosten. “Rechters hebben die ruimte.”

De Raad voor de rechtspraak zegt het zo: “Alleen wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld misbruik van procesrecht) of een overeenkomst tussen partijen, kan mogelijk een veroordeling in de volledige proceskosten plaatsvinden in afwijking van de liquidatietarieven.” De woordvoerder van de Raad voor de rechtspraak zegt dat de jurisprudentie van de Hoge Raad voldoende richting geeft aan de rechter.

Die rechters maken op wisselende manier gebruik van die ruimte, blijkt uit recente jurisprudentie over dit onderwerp. Als er sprake is van echt schaamteloos bedrog, dan moet de bedrieger de volledige kosten van de tegenpartij betalen. Dat was onder meer zo in de zaak bij Rechtbank Noord-Nederland over een onderneming die andere bedrijven onder valse voorwendselen een website met de extensie .com of .eu in de maag splitste. Ook een incassobureau dat zich schuldig maakte aan onacceptabele praktijken, ging nat bij de rechtbank, en moest 1600 euro aan proceskosten van de tegenpartij betalen. Een bedrijf dat een overeenkomst vervalste werd door Rechtbank Overijssel met een proceskostenveroordeling bestraft wegens misbruik van procesrecht.

Vervalst bankafschrift

Dat de volledige proceskostenvergoeding echter geen zekerheidje is bij dubieus procesgedrag blijkt uit een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarbij een partij een vervalst bankafschrift in het geding zou hebben gebracht. Het hof overwoog dat de volledige vergoeding alleen toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. “Daarvan is in dit geval onvoldoende gebleken,” aldus het hof. “Het bankafschrift lijkt weliswaar niet authentiek, maar het staat niet vast dat appellant wist of behoorde te weten dat het om een vervalst bankafschrift gaat. Voor de proceskostenveroordeling is daarom het (normale) liquidatietarief toegepast.”

Kitslaar: “Hieruit blijkt dat rechters soms nog te terughoudend zijn met het toekennen van de volledige vergoeding.”

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Peter Louwerse

Peter Louwerse

Peter Louwerse studeerde Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit, werkte als journalist voor verschillende dagbladen en begon in 2009 als freelance journalist. Hij is een van de vaste medewerkers van Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures