Juristen rare jongens? Beetje wel ja

Delen:

Zijn juristen nu wel of niet rare jongens? Een gevarieerd gezelschap sprekers mocht proberen een antwoord te geven op de vraag tijdens een NJB-salon gewijd aan dit onderwerp. Blijkbaar een relevante, want zoals moderator Ybo Buruma, raadsheer in de Hoge Raad, het thema motiveerde: “De redactie van het NJB krijgt regelmatig brieven van niet-juristen met als strekking ‘rare jongens die juristen’. Kennelijk hebben juristen in de ogen van derden een soms wat merkwaardige manier van redeneren.”

Het meest treffend werd deze redeneertrant als volgt omschrijven. “Juristen kunnen een groene auto rood noemen en als niemand dat vervolgens tegenspreekt, dan is die auto voortaan rood.” Een andere spreker poneerde de stelling dat juristen niet wezenlijk in waarheidsvinding geïnteresseerd zijn. Geen boute bewering, zeker niet wie de recente interviews las met Metta de Noo, de arts die er voor zorgde dat de zaak Lucia de Berk werd heropend. Haar oordeel is dat er eigenlijk geen sprake is geweest van een rechterlijke dwaling, maar van een medische. De rechters hebben alleen gekeken naar de feiten en het aanwezige bewijs. En niet de inhoud daarvan kritisch beoordeeld.

Dat laatste kwam ook sterk naar voren in de inleiding van Gerard Wuisman die een adviesbureau runt op het gebied van bestuursrechtspraak. Hij maakte een onderscheid tussen de rechter als iudex (eigenlijk een soort automatisch toepasser van de regels) en een praetor, iemand die meer rekening houdt met de context. Zijn jarenlange ervaring heeft hem tot het inzicht gebracht dat er van eenheid van rechtspraak in ons land nauwelijks sprake is vanwege de uiteenlopende invulling  die rechters geven aan hun eigen functioneren.

De noodzaak voor permanente en kritische reflectie op het eigen functioneren kwam ook sterk naar voren in de bijdrage van officier van justitie Miranda van Turenhout, voormalig neurowetenschapper. Zij vond dat in de rechtenstudie wel wat meer aandacht mocht worden besteed aan ethiek en moraliteit: “Mijn indruk is dat het soms wel erg vaak gaat over veel geld verdienen.”

Pauline Westerman, hoogleraar rechtsfilosofie in Groningen, vindt juristen inderdaad rare jongens, maar vooral omdat ze ontzettend snel onder de indruk zijn van het oordeel van buitenstaanders. Haar ervaring is dat juristen al te snel het boetekleed aantrekken als derden ze kritisch benaderen over het wetenschappelijk gehalte van hun werk. Westerman vindt dat niet nodig: “Juristen moeten vooral ophouden te doen alsof hun vak een soort mislukte sociale wetenschap is.”

Volgens Westerman, en misschien was dat wel de conclusie waarmee de meeste aanwezigen zich konden verenigen, moet het in de rechtspraak toch vooral blijven gaan om de juiste toepassing van de regels. “Het is voor mij dan ook maar de vraag of rechters nu ineens deskundig op allerlei andere terreinen moeten zijn. Of zich tekort voelen schieten als ze niet van alles en nog wat verstand hebben.” Iets waar Wuisman zich wel bij aan kon sluiten: “Rechters moeten misschien wat minder googelen en wat sneller een extern deskundige inhuren.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven