‘Laat de rechtspraak met rust’

Delen:

Patrick van SchieHet artikel ‘Rechters moeten ons niet de wet voorschrijven’ van Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting (het onafhankelijke wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD), heeft tot felle kritiek geleid. “Een staatsrechtelijke misser van de eerste orde”, “zelfbeklag” en “borrelpraat” zijn enkele van de gehoorde geluiden.

Volgens Van Schie verstikt de democratie door de uitdijende rechterlijke macht. Politici zouden daarom rechterlijke uitspraken stelselmatig moeten controleren om zo het evenwicht der machten weer in balans te brengen.

Eddy Bauw

fotograaf:
Jeroen Oerlemans

Eddy Bauw, hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dat uit het stuk een enorm zelfbeklag spreekt. “Het beeld dat Van Schie creëert is dat van arme politici die in de wielen worden gereden door op macht beluste rechters met een politieke agenda. In een rechtstaat hebben wij goddank een echte onafhankelijke rechter. Wij lijken tegenwoordig nog maar weinig te beseffen welk een groot goed dat is. Dat de rechter soms uitspraken doet die politici niet bevallen is ‘all in the game’. De essentie van de rechtstaat is dat ook de overheid aan die uitspraken is gebonden. In de betreffende zaak is dat het laatste woord. Ik ga er vanuit dat Van Schie niet voorstelt om een soort hoger beroep bij het parlement in te stellen, want dan zouden wij ophouden een rechtstaat te zijn.”

Corrigerende werking

In een democratische rechtstaat dienen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht met elkaar in evenwicht te zijn. Als een van deze machten steevast het laatste woord heeft, is er iets scheefgegroeid, schrijft Van Schie. Tegenover Mr. zegt hij: “Het gaat mij er niet om dat rechters over elke individuele uitspraak verantwoording afleggen, maar er moet op worden toegezien dat het recht zoals dat wordt toegepast en geïnterpreteerd wel spoort met wat de samenleving wil. Een democratisch gekozen parlement moet zich niet door rechters de wet laten voorschrijven.”

Van Schie beweert dat rechters wetten en verdragen (vaak bewust) anders interpreteren dan het parlement beoogt. Rechters zouden daadoor nogal eens politiek bedrijven. Van Schie benadrukt dat hij niet alleen een verwijt jegens de rechterlijke macht maakt, maar ook richting politici. “Politici vinden het soms wel makkelijk om details niet zelf te hoeven regelen en het doorhakken van knopen aan rechters over te laten. Het is daardoor onvermijdelijk dat rechters aan eigen interpretaties gaan doen. Daarom is het des te nodiger dat de politiek zich over rechterlijke uitspraken buigt en haar corrigerende werking niet verzuimt. Als het recht geen gevolg meer is van een bewuste afwegingsprocedure van onze volksvertegenwoordigers maar van uitspraken van rechters die niet democratisch gekozen zijn en ook geen verantwoording hoeven af te leggen dan leidt dat tot erosie van onze democratie.”

Borrelpraat

Hans den TonkelaarHans den Tonkelaar, hoogleraar rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen, noemt het artikel van Van Schie een ‘staatsrechtelijke misser van de eerste orde’. “De opvatting van Van Schie zou inhouden dat degene die een overeenkomst/verdrag moet nakomen daaraan zelf de gewenste invulling mag geven. Dat is natuurlijk helemaal niet liberaal, want daarmee zet je je contractspartner in de kou die vrijelijk met jou een overeenkomst aangegaan is.” Hij vervolgt: “Verdragen eisen evenals overeenkomsten vaak uitleg, omdat het de mensheid nu eenmaal niet lukt iets zo op papier te krijgen dat je het altijd zonder uitleg kunt toepassen. Een rechtstaat huurt voor deze uitleg rechters in. Zolang we de trias politica nog omarmen – voor mij zitten de verlichting en het liberalisme dicht bij elkaar, maar ik ben ouderwets, hoor – zullen we die met rust moeten laten. En als parlementariërs andere afspraken willen, tornen ze niet aan de uitleg, schaffen ze de rechters niet af en morren ze niet, maar sluiten ze een nieuw verdrag. Dat is de weg die bewandeld moet worden.”

Willem KonijnenbeltVolgens Willem Konijnenbelt (wetgevingsadviseur, emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-staatsraad) getuigen de stellingen van Van Schie niet van een groot inzicht in de materie. “Dat rechters wetten vaak bewust anders interpreteren dan het parlement heeft bedoeld, is gewoon borrelpraat. Ik ken geen enkel serieus onderzoek waaruit dat blijkt. Als een wet is vastgesteld, is de wetgever is uitgesproken. Als een lid van de wetgevende macht (parlementariër, minister) vindt dat de rechter een wettelijke bepaling verkeerd heeft geïnterpreteerd, dan kan hij het initiatief nemen om de bepaling zo te formuleren dat de ‘gewenste’ bedoeling er zonneklaar uit blijkt. Komt de nieuwe bepaling tot stand, dan hebben we een nieuwe uitspraak van de wetgever en die zal de rechter zeker respecteren! Althans, zolang ze niet in strijd komt met recht van de EU of met verdragsrecht. Er bestaat uitbundige literatuur over rechterlijke interpretatie van de wet, en over de hoofdlijnen van de interpretatieleer bestaat vrijwel eenstemmigheid. Misschien wil Van Schie daar eens kennis van nemen?”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven