NS-topman Huges bemoeide zich met onderzoek De Brauw

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Beeld bij Kritiek op advocatenkantoor De B BDe NS-topman Timo Huges bemoeide zich als opdrachtgever intensief met het onderzoek dat advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek uitvoerde naar onregelmatigheden bij de spoorvervoerder. Dit terwijl Huges zelf werd verdacht van integriteitschendingen. Dat blijkt uit het rapport van voormalig Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer naar het onderzoekswerk dat De Brauw deed voor de NS.

Alex Brenninkmeijer concludeert dat er een aantal onzuiverheden kleven aan de uitvoering van het onderzoek, meldt het Financieele Dagblad. Dat heeft ertoe geleid dat ‘de schijn van partijdigheid die bij de totstandkoming van het eerst rapport ontstaan is, niet is opgeheven,’ schrijft hij. Hij deed het onderzoek in opdracht van minister Dijsselbloem van Financiën. Volgens Brenninkmeijer moeten er duidelijker gedragsnormen komen voor dit soort onderzoek door advocaten.

Voormalig rechter Wil Tonkens, die in opdracht van De Brauw een second opinion opstelde, is milder. Maar ook zij concludeert dat De Brauw zelf beter de regie had moeten voeren bij de organisatie van de gesprekken met de betrokkenen. Zij veroordeelt vooral dat het NS-bestuur zich bemoeide met het oproepen van bestuurders voor de gesprekken en hen bovendien persoonlijk naar de interviewruimte begeleidde.

Aanleiding voor de rapportage van Brenninkmeijer was het onderzoek van De Brauw naar vals spel van de NS bij de aanbesteding van een vervoersopdracht in Limburg. In het rapport stond dat de directie van de NS niet op de hoogte was van de onregelmatigheden. Later bleek dat niet te kloppen en moest NS-topman Timo Huges vertrekken. Verder bleek dat De Brauw niet alleen door de NS als onderzoeker was ingeschakeld, maar in dezelfde zaak ook de positie van de NS tegenover mededingingstoezichthouder ACM verdedigde, en tevens de NS bijstond in de ontslagzaken die het gevolg waren van het onderzoek. Die verschillende rollen leidden tot de verdenking van dubbele petten.

Brenninkmeijer constateert onzuiverheden bij de meerdere rollen van De Brauw. Verder stelt hij vast dat De Brauw onvoldoende regie had in het onderzoek, waardoor ongewenste beïnvloeding door Huges kon plaatsvinden. Ook heeft de voormalige NS-CEO zich ‘intensief met de wijze van verslaglegging bemoeid’. Tenslotte concludeert Brenninkmeijer dat ook de betrokkenheid van de NS bij de ontslagzaken van de NS-bestuurders het onderzoek in de weg heeft gezeten.

Brenninkmeijer start zijn rapportage met de vaststelling dat De Brauw bij de NS een lastig onderzoek moest doen. In de eerste plaats omdat binnen de NS-organisatie integriteit en compliance niet goed geregeld waren. Toen opdrachtgever Huges zelf werd beschuldigd van gesjoemel, werd dit probleem opgelost door de Raad van Commissarissen tot opdrachtgever te benoemen. Dat neemt niet weg dat het kantoor gedurende een groot deel van het onderzoek heeft gehandeld in opdracht van Huges. En ook toen de opdracht officieel in handen kwam van de commissarissen, heeft Huges zich nog een maand lang (van begin mei tot begin juni) intensief bemoeid met de rapportage.

Uit de rapportage van Brenninkmeijer blijkt verder dat De Brauw zich heeft verzet tegen openbaarmaking van het voorlopige rapport op 28 april. De commissarissen waren bang dat de inhoud van de bevindingen langs andere weg uit zou lekken en dwongen publicatie af.

In het voorlopige rapport schreef De Brauw dat er geen aanwijzingen waren voor betrokkenheid van de raad van bestuur van de NS bij de onregelmatigheden in Limburg. De zin is op grond van verklaringen van andere betrokkenen omstreden en is de belangrijkste reden dat twijfel bestaat aan de onpartijdigheid De Brauw. Brenninkmijer zegt dat door deze zin:  “De schijn ontstaat dat De Brauw zijn loyaliteit jegens de RvB met de CEO in een sleutelpositie nog heeft laten gelden.” Terwijl er op dat moment al signalen waren dat Huges betrokken was bij het oneerlijke spel in Limburg.

Een ander punt van kritiek op het rapport van De Brauw is dat het kantoor bij het onderzoek niet voldoende onderscheid heeft aangebracht tussen de onregelmatigheden als zodanig en de rol van de verschillende betrokken personen. Die kritiek geldt zowel voor het voorlopige rapport uit april als het definitieve rapport dat in augustus is voltooid. Het definitieve rapport blijft volgens Brenninkmeijer steken in elkaar tegensprekende meningen. Daardoor wordt niet duidelijk wie nou precies wat heeft gedaan.

Brenninkmeijer trekt de kritiek op de onderzoeksactiviteiten van De Brauw aan het einde van zijn rapportage ook breder. Volgens hem zijn de gedragsnormen voor advocaten bij het uitvoeren van dit soort onderzoek nu ‘globaal en niet specifiek’. ‘Gelet op het grote belang van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van onderzoek door advocaten in deze tijd is meer duidelijkheid wenselijk.’ Hij wil vooral meer duidelijkheid op het cruciale punt van de ‘dubbele petten’, dat wil zeggen de vermenging van de rol van partijdige advocaat die zijn cliënt steunt bij juridische procedures en die van de advocaat die onderzoek doet.

Wil Tonkens stelt in haar rapportage vast dat er geen aanwijzingen zijn dat De Brauw geen objectief of onafhankelijk beeld heeft gegeven in het verslag van zijn onderzoek. Ook ziet zij geen aanwijzingen voor beïnvloeding door het NS-bestuur. Maar Tonkens vindt de combinatie van onderzoek en het optreden in de ontslagzaken niet handig. Zij stelt tenslotte vast dat De Brauw in zijn onderzoeksrapport niet had moeten schrijven dat er geen aanwijzingen waren voor de betrokkenheid van de directie.

In een reactie schrijft Martijn Snoep, de managing partner van De Brauw, dat hij het op een aantal punten niet eens is met het rapport van Brenninkmeijer. Maar hij zegt ook dat De Brauw lessen heeft getrokken uit de affaire. Het kantoor gaat door met het verrichten van onderzoeken voor zijn cliënten, maar werkt niet meer mee aan de publicatie daarvan in het kader van publieke verantwoording. De rapporten zijn in de toekomst dus alleen voor intern gebruik. De Brauw wil ook niet meer optreden in ontslagzaken die het gevolg zijn van de door het kantoor uitgevoerde onderzoek.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top