Bij de Eerste Kamer ligt momenteel een wetsvoorstel over de onverenigbaarheid van het rechterschap met lidmaatschap van de Eerste of Tweede Kamer of het Europese parlement. De NVvR, de Presidentenvergadering en de Raad voor de rechtspraak riepen al in 2018 op tot het wettelijk vastleggen hiervan.
Toen het wetsvoorstel in 2024 door de Tweede Kamer werd behandeld, werd een amendement ingediend om alsnog óók de combinatie van het rechterschap met lidmaatschap van de gemeenteraad of provinciale staten uit te sluiten. Hoewel de Afdeling Advisering van de Raad van State negatief adviseerde, haalde het amendement het nipt, met 73 tegen 72 stemmen.
Verschoning of wraking
De staatssecretaris vroeg vervolgens advies aan de NVvR. Die schrijft nu dat het gezien de verhoudingen in de trias politica vanzelfsprekend is dat rechters geen lid van het (Europees) parlement kunnen zijn, maar dat lidmaatschap van een gemeenteraad of provinciale staten mogelijk moet blijven. Dat is namelijk toch iets anders vindt de NVvR: de regelgevende bevoegdheid van lokale organen is beperkter en het komt zelden voor dat een rechter wordt geconfronteerd met regels waarbij hij eerder als gemeenteraadslid was betrokken. Mocht zoiets toch gebeuren, dan volstaan volgens het advies de instrumenten van verschoning en zo nodig wraking.
Voorwaarden
Dus wat de NVvR betreft kunnen rechters, die immers ook burger zijn, onder bepaalde voorwaarden lid zijn van gemeenteraad of provinciale staten. Daarbij moeten ze rekening houden met hun ambt en zich verre houden van zaken waarin die kunnen leiden tot de schijn van vooringenomenheid of belangenverstrengeling. Dit betekent bijvoorbeeld dat een rechter geen recht spreekt in de regio waarin de betrokken gemeente of provincie zetelt en geen zaken behandelt tegen die gemeente of provincie.
Politieke partij
De NVvR ziet het niet als een beletsel voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van een rechter als uit het lidmaatschap van gemeenteraad of provinciale staten blijkt van welke politieke partij hij deel uitmaakt. Het is primair aan de rechter zelf om daarmee prudent om te gaan.
Buitenlandse ontwikkelingen
De NVvR komt in haar advies dan ook tot de conclusie dat terughoudend moet worden omgegaan met onverenigbaarheden die verder gaan dan het oorspronkelijke wetsvoorstel van de regering. Voorzitter Marc Fierstra voegt daar als laatste zin nog aan toe: “Daar komt bij dat de vereniging, ook gezien ontwikkelingen in het buitenland, extra alert is op allerhande maatregelen die uiteindelijk de onafhankelijkheid van rechters verder onder druk kunnen zetten.”
