Ontslag op de e-grond

Een arbeidsovereenkomst kan op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden beëindigd. Dit wordt ook wel de e-grond genoemd. Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor ontslag op de e-grond niet is vereist dat dit een laatste redmiddel is.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat ontslag op de e-grond berust op verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Indien het ontslag berust op het handelen en nalaten van de werknemer, moet het de werknemer wel van tevoren duidelijk zijn geweest wat wel of niet door de werkgever toelaatbaar is, op evidente zaken na. Verder moeten de eisen die de werkgever hieraan stelt, gangbaar en niet onredelijk zijn.

Belangenconflict

Onlangs is er uitspraak gedaan over een zaak die gaat over de e-grond. Betreffende werknemer is werkzaam als directeur bij Holding X en heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarnaast is hij bestuurder van stichting X. De werknemer is verantwoordelijk voor onder meer diverse taken met betrekking tot het beleid van de vennootschap en voor het beheer van de financiële zaken. Samen met zijn broer is hij eigenaar van het bedrijfspand waarin Holding X is gevestigd. Hij heeft dus een persoonlijk belang bij de verhuur van het bedrijfspand.

Bijzondere algemene vergadering

Op een gegeven moment vindt de verplichting tot uitbreiding van de huur van een gedeelte naar het gehele bedrijfspand plaats. Er is in het onderhavige geval sprake van een belangenconflict, nu de werknemer enerzijds een persoonlijk belang had als verhuurder en anderzijds als algemeen directeur van de vennootschap. De werknemer had Holding X hierover moeten inlichten en transparant moeten zijn omtrent het belangenconflict. In een bijzondere algemene vergadering van Holding X wordt het ontslag van de werknemer aangezegd als bestuurder. Hij is het hier niet mee eens en geeft aan dat in het criterium van artikel 7:669 lid 3 sub 3 BW besloten ligt dat de werkgever moet aantonen dat het ontslag het laatste redmiddel is en dat niet kan worden volstaan met lichtere disciplinaire maatregelen.

Oordeel

Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat er terecht is overgegaan tot ontbinding van de tussen werknemer en Holding X bestaande arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. De onderneming  kon niet in redelijkheid de arbeidsovereenkomst laten voortduren. De Hoge Raad oordeelt daarnaast dat de werknemer uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, namelijk dat een ontslag op de e-grond alleen mogelijk is als laatste redmiddel. Hierbij faalt de klacht van werknemer.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top