Eline Duyvis

Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?

In mijn eerste jaar van de studie was ik nogal overdonderd door de juridische taal. Ik was nooit slecht in Nederlands, maar kon dit nog wel Nederlands genoemd worden?‘Aangezien in het eindvonnis van de Rechtbank in het dictum de afwijzing van de primaire vordering van thans eiser tot cassatie was opgenomen, kon eiser van deze afwijzing niet meer in hoger beroep komen, omdat hij tegen de eindbeslissing in het tussenvonnis waarop de afwijzing is gegrond reeds tevergeefs hoger beroep (en beroep in cassatie) had ingesteld en tegen een tussenvonnis slechts eenmaal hoger beroep kan worden ingesteld’.

Uuuh, wat..? Na het lezen van de eerste arresten kreeg ik direct de neiging om mij op dyslexie te laten testen. Oefening baart kunst en de jaren erna ga ik de juridische taal steeds beter beheersen. Zo schreef ik tijdens mijn stage bij het Openbaar Ministerie brieven aan burgers met zinnen als ‘Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat uw zaak wordt geseponeerd, omdat anders dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert’. Niet bepaald jip-en-janneketaal (let op: kleine letters j) voor niet-juristen, maar natuurlijk wel heel interessant en de officier van justitie was er blij mee.  Ik werd dan ook regelmatig gebeld door boze burgers, omdat zij het niet eens waren met de beslissing of er niks van begrepen.

Blijkbaar was dit een algemeen bekend probleem, want op een dag kwam een taalbureau een cursus geven aan de medewerkers van het OM. Tijdens deze cursus werd duidelijk gemaakt dat veel bedrijven en overheidsinstanties hun brieven aan burgers in taalniveau ‘C1’ schrijven. 60% van de bevolking schijnt dit niveau niet te beheersen. Om effectief informatie aan burgers te kunnen verstrekken moet er op taalniveau ‘B1’ gecommuniceerd worden. 95% van de bevolking zal dit begrijpen, waardoor er minder vragen, miscommunicaties en frustraties zullen zijn met als gevolg tijd- en kostenbesparing voor de organisatie. Aan het einde van de cursus werd een woordenlijst uitgedeeld waarop ‘moeilijke’ woorden stonden, die vertaald waren naar ‘makkelijke’ woorden. Zo is het bijvoorbeeld beter ‘daarom’ te schrijven, in plaats van ‘derhalve’.

Op de universiteit heb je echter helemaal niks aan een dergelijke lijst met makkelijke woorden, want daar scoor je juist punten met moeilijke woorden. Helemaal wanneer je meedoet aan het jaarlijks terugkerende juridisch dictee van prof. mr. Du Perron. Ik betrad afgelopen maand vol goede moed de zaal, waar een stuk of dertig aanwezigen al klaar zaten voor het dictee. Bijna alle mannen strak in pak en de vrouwen in kokerrok. Op de faculteit doet niet alleen je woordkeuze ertoe, ook de outfit moet imponeren.

Oei, hoe schrijf je ook alweer ‘acquis communautaire’, ‘coûte que coûte’ of ‘acte de présence’? Voorafgaand aan het dictee had ik mijn Latijn nog even bijgespijkerd, maar het Frans had ik achterwege gelaten. Na afloop moest er gewacht worden op de uitslag en werd er flink geborreld. De flessen bier aan de mond stonden in schril contrast met de mantelpakjes.

De hoofdprijs van het dictee, een iPad, werd niet gewonnen door de jongens met zijscheidingen in het haar en ook niet door de dames op pumps, maar door een verlegen studente in trui en spijkerbroek achterin de zaal. Terwijl ik moest lachen om het beeld van de winnares op het podium en de zogenaamde carrièretijgers op de eerste rij, keek ik naar de 28 fout in mijn dictee en dacht ‘comme ci comme ça’. Volgend jaar beter.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Eline Duyvis

Eline Duyvis

Eline Duyvis is bezig met haar Master Civiel Recht aan de Universiteit Leiden en heeft de bachelor Communicatiewetenschap afgerond.

Recente vacatures

Recente vacatures