Openbare oefenrechtbank Amsterdam succes

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

De rechtbank Amsterdam heeft maandag geexperimenteerd met een openbare ‘oefenrechtbank’. Doel van de oefenrechtbank was het publiek te laten kennismaken met de gang van zaken tijdens een strafzitting. Tijdens de oefenrechtbank werd een proces gesimuleerd met een een rechtbank- en een publieksgericht requisitoir en pleidooi.

De oefenzitting werd nagespeeld door deelnemers uit het veld (rechters, officieren en advocaten). Ook het aanwezige publiek kreeg diverse rollen toebedeeld, zoals die van verdachte, echtgenote van verdachte en ouders van het slachtoffer. In de fictieve zaak stond de verdachte primair terecht voor poging tot doodslag en subsidiair voor zware mishandeling. De verdachte – eigenaar van een avondwinkel – had het slachtoffer op heterdaad betrapt toen deze een greep uit de kassa deed. De verdachte ging de jongen achterna en sloeg hem tweemaal met een honkbalknuppel. Hieraan hield deze een complexe beenbreuk en een schedelbasisfractuur over. Zijn been kan hij nog maar voor 75% gebruiken en zijn spraakvermogen wordt nooit meer hetzelfde. Het slachtoffer was niet in staat zelf bij de zitting aanwezig te zijn.

Na afloop werd de aanwezigen gevraagd hoe zij beide invalshoeken hebben ervaren. De rechtbankgerichte variant ervoeren de betrokkenen en ook het publiek als onpersoonlijk, te juridisch en daardoor voor leken onbegrijpelijk. Daarentegen bevatte de publieksgerichte variant weinig jargon en daar waar het wel naar voren kwam, werd dit direct uitgelegd. Verder werden geen wetsartikelen genoemd en werd niet verwezen naar jurisprudentie. Als bewijsmateriaal werd de honkbalknuppel en camerabeelden uit de winkel ter terechtzitting getoond.

Verder kenmerkte de publieksgerichte variant zich door het dat de officier veel aandacht besteedde aan het slachtoffer als persoon en zich duidelijk emotioneel betrokken voelde. In zijn requisitoir noemde hij het slachtoffer bij zijn voornaam wat het eveneens persoonlijk maakte. Daarnaast richtte hij zich met naam en toenaam tot de verdachte. Dit gaf de verdachte echter het gevoel alsof hij reeds veroordeeld was. Op de andere betrokkenen kwam deze variant wel prettig over. Zij voelden zich meer betrokken nu tegen hen en over hen met emotie werd gesproken en dit in heldere taal was.

Deze variant van het requisitoir blijkt ook het meest aan te sluiten bij de huidige praktijk. Het publieksgerichte pleidooi was eveneens erg persoonlijk van aard. Veel aandacht werd besteed aan de verdachte als persoon waarbij de advocaat zich richtte tot het publiek als ware het een jury. Dit leek veel van de aanwezigen echter te ver te gaan. Tijdens de oefenrechtbank werden beide varianten in extreme vorm uitgevoerd, maar hierdoor kwamen wel duidelijk de verschillen naar voren.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top