De Raad van Discipline Amsterdam oordeelde in mei 2025 dat oud-advocaat Bart Stapert zich verwijtbaar had gedragen ten opzichte van zijn oud-cliënt Nabil B., maar van schending van zijn geheimhoudingsplicht was volgens de Raad geen sprake. Daarom bleef het bij een waarschuwing. Tegen deze uitspraak ging Stapert – die in 2020 raadsheer werd, eerst in ’s-Hertogenbosch en sinds 2022 in Den Haag – in hoger beroep. Dat had hij misschien beter niet kunnen doen.
Kroongetuigendeal
Uit de – geanonimiseerde – uitspraak van het Hof van Discipline blijkt dat Stapert persoonlijke informatie van zijn cliënt met het Openbaar Ministerie (OM) deelde, zonder dat hij daarvoor toestemming had. Net voor zijn overstap naar de rechtelijke macht onderhandelde Stapert, samen met de later vermoordde advocaat Derk Wiersum, over de voorwaarden van de kroongetuigendeal voor hun cliënt Nabil B. Die wilde later alle communicatie tussen Stapert en het OM inzien omdat hij vond dat Stapert ‘te solistisch’ had opgetreden en hij recht dacht te hebben op meer dan alleen de halvering van de strafeis. Die communicatie betrof meer dan vierhonderd WhatsApp-berichten tussen Stapert en een officier van justitie die over de kroongetuigendeal ging. Daarin ging Stapert volgens zijn cliënt ‘te ver’.
Laakbaar
In de tijd dat Stapert B. bijstond, kon zijn cliënt die appjes niet inzien. Ook stemde Stapert zijn werkwijze niet aantoonbaar af met B. In de app-berichten staan, zo stelt het hof vast, mededelingen die de belangen van B. raakten en waarvan hij kennis had moeten kunnen nemen. Gezien het vertrouwelijke karakter van die berichten had Stapert deze vóór verzending naar het OM met B. moeten bespreken, zodat B. kon beslissen of de appjes wel of niet konden worden verstuurd. Dat Stapert dit niet deed acht het hof laakbaar want B. was volledig afhankelijk van zijn advocaat.
Geheimhoudingsplicht
Door deze wijze van communiceren met het OM overtrad Stapert niet alleen de gedragsregels die gelden voor advocaten – hij handelde in strijd met de kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid – maar schond ook zijn geheimhoudingsplicht. Daarmee heeft Stapert volgens het hof ‘het vertrouwen in de advocatuur geschaad’ en is een berisping op zijn plaats.
