(Post)coronaire beslissingen?

De Hoge Raad kondigde eind mei via een nieuwsbericht aan dat Vincent van den Brink, vooruitlopend op zijn benoeming tot vicepresident per 1 september, al op 1 juni Willem van Schendel opvolgde als voorzitter van de strafkamer. Volgens het bericht vond deze wisseling plaats ‘met het oog op te nemen (post)coronaire beslissingen’. Wat zijn dat eigenlijk, (post)coronaire beslissingen?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
(Post)coronaire beslissingen?

“In de afgelopen maanden bleek het voor de Hoge Raad wel en niet eenvoudig een weg te vinden na de ingrijpende verstoring van onze vaste werkwijzen door de coronamaatregelen. Een enorm voordeel was dat al onze dossiers − voor zover het gaat om de processtukken in cassatie − volledig digitaal toegankelijk zijn. Al sinds vele jaren worden alle inkomende papieren processtukken ingescand. Daardoor was de harde en abrupte omschakeling naar thuiswerken voor het overgrote deel van onze werkwijzen niet zo heel problematisch. Notities konden worden opgesteld en conceptuitspraken konden worden voorbereid op de digitale werkplek aan de keukentafel of in de studeerkamer. Daarbij konden we leunen op onze zeer adequate bibliotheekvoorzieningen, die alle mogelijke literatuur en rechtspraak ook thuis voor ons ontsloot.

Een ander groot voordeel en onmisbaar in coronatijd, bleek het digitaal procederen voor procesdeelnemers, dat inmiddels bij de Hoge Raad mogelijk is in alle drie de rechtsgebieden. Juist ook in de rechtsgebieden waarin dit niet verplicht is, bleek voor alle procesdeelnemers hoe belangrijk het is die stap naar digitalisering te zetten.

Business as usual, maar dan thuis

Op twee punten bleek dit model van ‘business as usual maar dan thuis’ minder goed mogelijk. Aan de ingang van onze zaaksdoorloop is fysieke dossierbewerking nodig om ervoor te zorgen dat aangebrachte zaken als digitale dossiers verder kunnen worden behandeld. Een groot deel van de administratief medewerkers heeft daarom vanaf het eerste begin van de crisis doorgewerkt in het gebouw van de Hoge Raad. Op die manier hebben zij ervoor gezorgd dat het schip niet alleen bleef drijven, maar ook bleef varen. Omdat hun werkplekken − ondanks de ruimte die ons gebouw biedt − niet voldeden aan de anderhalvemetereis, werden de kamers van de afwezige raadsheren herverdeeld onder de medewerkers van de administratie, en moest iedere raadsheer die echt iets dringends te doen had in zijn of haar kamer, eerst toestemming vragen om daar te mogen verblijven.

Harder praten in de raadkamer

Vincent van den Brink
Vincent van den Brink (foto: Hoge Raad)

Waar het ineens ook geen business as usual was, was aan de uitgang, waar ons werk uitmondt in een uitspraak die de wereld in kan. Die laatste etappe van de weg van een concept naar een uitspraak is al bijna tweehonderd jaar de raadkamer − de fysieke raadkamer wel te verstaan. Die vaste wekelijkse regelmaat moest worden onderbroken en worden vervangen door elektronische hulpmiddelen om ervoor te zorgen dat de gedachten over zaken die beraad nodig hadden, konden worden uitgewisseld. Gelukkig hebben inmiddels alle kamers het fysieke gezamenlijke raadkameroverleg kunnen hervatten – in een zaal die groot genoeg is om alle leden van de kamer er op meer dan anderhalve meter van elkaar een plaats te geven. Dat betekent wel dat we nu wat harder moeten praten om elkaar te verstaan en soms zelfs even goed naar elkaar moeten turen om te zien of een luisterende collega aan de overzijde nu welwillend glimlacht of vol afgrijzen het hoofd schudt.

Hoe verder?

Onze ervaringen in de afgelopen maanden leiden tot de vraag hoe wij verder willen in de komende tijd, met de nog geldende beperkingen, en hopelijk op enig moment ook zonder iedere beperking. Het aanstaande zomerreces is een natuurlijk moment om bij die vraag stil te staan. Beslissingen daarover kunnen we aanduiden als ‘(post)coronair’, dus met gebruik van onze ervaringen in de coronatijd.

Hangmat

En ikzelf? De eerste weken kostte het mij moeite mijn draai te vinden, thuis. Maar nadat ik had ontdekt dat ik noodzakelijke stukken ook − digitaal of zo nodig in print − naar mijn hangmat in de tuin kon meenemen, lukte het mij steeds beter ook de zonzijde van dit onvermijdelijke nieuwe werken te zien. Sinds 1 juni ben ik weer wat vaker op de Hoge Raad aanwezig. Met plezier, omdat ik daar mag meewerken aan een mooie, (post)coronaire toekomst.”

Bekijk alle afleveringen van de rubriek Coronarecht.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl