Procesfinanciers zien toekomst in Nederland

Delen:

Beeld bij Hoofdnieuws procesfinancieringToen hij nog advocaat was bij RESOR, ervoer Rein Philips regelmatig de spanning die iedere advocaat voelt als een zaak langer duurt dan gepland. “Je hebt van te voren een kostenraming gemaakt, maar soms komt onvermijdelijk het moment dat er toch nog een getuigenverhoor nodig is of een onverwacht tussenvonnis wordt gewezen, waardoor een zaak toch duurder wordt.”

Dat risico, zegt Philips, zit nu eenmaal ingebakken in het systeem van uurtje-factuurtje dat usance is in de advocatuur.  Het risico bestaat dat die cliënt gefrustreerd achter blijft, met een hoge declaratie voor een tegenvallend resultaat.

Philips zag dat bedrijven graag willen investeren in hun core business maar weinig zin hebben om te geld te stoppen in dure juridische procedures met een ongewis resultaat. Vanuit de ondernemingen kwam daarom regelmatig de vraag: kunnen we dat risico niet overdragen? Toen Philips ging rondvragen of procesfinanciering een kansrijke business zou zijn, kreeg hij vaak te horen: vooral doen.

Daarom richtte hij, samen met de advocaten Sijmen de Ranitz en Ilan Spinath, het bedrijf Redbreast op, dat alleen voor de zakelijke markt werkt. Redbreast financiert claims vanaf 5 miljoen euro, in ruil voor een percentage van de opbrengst.  Een claim moet drie toetsingen doorstaan. Eerst kijkt het management van Redbreast ernaar, en daarna moet het voorstel nog langs het eigen investeringscomité en langs de investeerders zelf. In ruil voor financiering vraagt Redbreast een percentage van de opbrengst. Gemiddeld is dat 35 procent. Maar dat kan hoger zijn als het risico groot is, of juist lager bij een harde vordering.

Procesfinanciering is oorspronkelijk afkomstig uit Australië, en heeft later in de hele Angelsakische wereld voet aan de grond gekregen. In Nederland leven nog bezwaren tegen deze werkwijze. Onder een stuk in het FD werden de initiatiefnemers van Redbreast vorige week nog uitgemaakt voor ‘parasieten’ maar ook meer genuanceerde geesten plaatsen kanttekeningen bij Third Party Litigation Funding. Zoals hoogleraar W. van Boom en advocaat J. Luiten in het Rechtsgeleerd Magazijn THEMIS van mei 2015. Na geconstateerd te hebben dat procesfinanciering de toegang tot het recht kan vergroten en tevens een gelijk speelveld kan creëren tussen partijen, vragen de schrijvers aandacht voor de nadelen: juridisering en claimcultuur en het risico dat de klant met lege handen achterblijft na een bankroet van de procesfinancier. Plus: belangentegenstellingen tussen de eigenaar van de claim, de advocaat en de procesfinancier.

Maar volgens procesfinancier Liesker Legal uit Breda zal het zo’n vaart niet lopen. “Als we een claim financieren, doen we dat alleen op zakelijke gronden,” zegt de voormalige advocaat Chris Liesker die het bedrijf in 2011 oprichtte met zijn eveneens uit de advocatuur afkomstige dochter Sara. “We zeggen alleen ja als we denken dat een zaak kansrijk is. In de meerderheid van de zaken die we binnenkrijgen is dat niet het geval. De cliënten zijn dan meestal dankbaar: het bespaart hun een lange en dure procedure.” Liesker wil maar zeggen: procesfinanciering zal eerder leiden tot minder dan tot meer claims. Dochter Sara ziet het risico op een faillissement van de procesfinancier niet: “We zijn goed gekapitaliseerd.”

Liesker Legal neemt claims vanaf 150.000 euro in behandeling, en incasseert 30 procent. Vader en dochter zijn optimistisch over het bestaansrecht van deze constructie in Nederland.  “De klant houdt het financieel risico buiten de deur, en de advocaat weet zeker dat zijn factuur wordt betaald.”

Rein Philips denkt dat het risico op tegenstrijdige belangen tussen cliënt en financier wel meevalt. “Als je van te voren afspreekt dat je afkoerst op een bepaald resultaat binnen een bepaalde tijd, en er is een schikking die aan die voorwaarden voldoet, dan ligt die oplossing toch voor de hand?”

In hun artikel in THEMIS pleiten Van Boom en Luiten voor een gedragscode voor procesfinanciers. Philips ziet voor Nederland geen aanleiding om daar nu tijd en energie in te steken: “De partijen die nu op de markt zijn, zijn te goeder trouw en gedegen.”

Sara Liesker meent dat de markt nog te jong is. “Tot vorige week waren wij de enige actieve partij op de Nederlandse markt. Laat marktwerking eerst zijn werk doen. Zelfregulering is pas zinvol als er een bepaalde kritieke massa van aanbieders is.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven