‘Recht wordt steeds meer met financieringsbril bekeken’

Te vaak gaan aandeelhouders er na een faillissement met het geld vandoor en blijven zwakke schuldeisers met lege handen achter. Zó was en is het insolventierecht niet bedoeld, zegt hoogleraar en advocaat/curator Rolef de Weijs (Universiteit van Amsterdam/Houthoff) in een interview in het nieuwe nummer van Mr. Hij is dan ook blij met de Wet homologatie onderhands akkoord, die hij een ‘echte gamechanger’ noemt.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Voor Rolef de Weijs is het insolventierecht het meest dynamische rechtsgebied. Het gaat er hard tegen hard, waarmee het ook ethisch beladen is. Hij zegt het zo: als er genoeg is, dan is de verdeling een logistiek vraagstuk voor bedrijfskundigen. Is er te weinig, dan heb je een ethisch dilemma voor juristen. Daarmee is het insolventierecht ‘de lakmoesproef van het vermogensrecht’. En hij constateert: het insolventierecht keert zich nu tégen de schuldeisers, en met name tegen de zwakkere handelspartijen. Professionele clubs – banken, aandeelhouders – zijn zich steeds meer gaan indekken voor het geval het misgaat met het bedrijf waarmee ze zaken doen of waar ze in zitten. De niet-professionele partijen – de toeleveranciers – trekken dan aan het kortste eind.

Studies

Advocaat, curator en bovenal hoogleraar: Rolef de Weijs ís faillissementen en herstructureringen. Dat hij die richting is ingegaan komt tijdens zijn studies in Groningen tot wasdom: hij studeert er rechten, enkele jaren economie, later ook filosofie en Japans (in Leiden). Na zijn afstuderen vertrekt De Weijs met een Houthoff-beurs naar Harvard, en daarna gaat hij bij Houthoff aan de slag. Maar na vier jaar wil hij ook weer academisch bezig zijn en vertrekt dan voor vier dagen per week naar de Universiteit van Amsterdam, waar hij promoveerde en nadien hoogleraar werd. Bij Houthoff zit hij nu één dag in de week.

Economische waarde

Vanuit beide posities herkent De Weijs een ‘instrumentalisering’ van het recht, en het insolventierecht loopt daarin voorop. “Bij een insolventie staat steeds minder de juridische aanspraak van een partij voorop, en steeds meer de economische waarde van die juridische aanspraak. Die laatste bepaalt de kracht van de juridische claim. We zijn steeds meer met een financieringsbril naar het recht gaan kijken, en met name het insolventierecht. De Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa) is daarin de volgende stap.”

Kredietrisico

In dat krachtenveld gaan professionele partijen steeds beter hun positie bewaken. Banken vooral, die kunnen het kredietrisico voorzien en bouwen zekerheden in. Maar zo komt het kredietrisico langzaam maar zeker bij andere partijen te liggen: de toeleverancier, de consument. “Iedereen moet steeds op zijn tellen passen”, zegt De Weijs. Tegenover die ontwikkeling plaatst hij een eigen geluid: meer bescherming voor de zwakke partijen en minder voor de sterkere partijen. Het kredietrisico hoort immers te liggen bij de aandeelhouders en de banken. “Het geld dat aandeelhouders in een onderneming stoppen moet risicodragend zijn. Gaat het goed, dan pakken zij de winst. Gaat het mis, dan komen zij achter de andere schuldeisers. Maar dat hebben we in ons recht niet expliciet gemaakt. We gaan er vanuit dat de aandeelhouder de upside heeft, maar we hebben nog steeds niet geregeld hoe aandeelhouders verliezen moet dragen.” Andere landen – Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Verenigde Staten – doen dat wel.

Gamechanger

Toch staat het recht niet stil; de paradigmawijziging (meer kijken naar passiva dan naar activa) heeft geleid tot de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa). De Weijs noemt deze wet een ‘echte gamechanger’. “Je kunt insolventie op twee manieren adresseren. De oude reactie is de activazijde van de balans opbreken, dus de eigendommen liquideren en dan verdelen. De Whoa herordent juist de kapitaalstructuur, via de passivazijde: de partijen die hebben geïnvesteerd in het bedrijf in moeilijkheden. Dat is een nieuwe manier van denken, wat vergt dat we veel meer als bedrijfseconoom naar het insolventierecht kijken.” De Whoa gaat volgens hem een grote vlucht nemen.

Bedrijfswaardering

Nodig is wel dat insolventiejuristen financieel beter moeten worden onderlegd. Ze moeten echt aan de bak om bedrijfswaardering beter in de vingers te krijgen. Dat gaat verder dan balanslezen, en het is onvoldoende om daarvoor externe deskundigen in te huren. “Mensen uit de corporate finance-hoek hebben er belang bij dat zo moeilijk mogelijk te maken. Die vluchten in complexiteit, ze moeten ook een boterham verdienen. Wij moeten als juristen niet toestaan dat we de bedrijfswaardering als een black box voor waar aannemen.”

Exportproduct

Ook Brexit zal gevolgen hebben voor het insolventierecht, denkt De Weijs. De positie van Londen als restructuring hub gaat deels verloren. “Londen werd de bankruptcy brothel van Europa genoemd. Voor Nederland is het een kans om in dat gat te springen. De seinen staan op groen: we zijn geografisch goed gepositioneerd, we beschikken over talenkennis, de kwaliteit en betrouwbaarheid van de rechterlijke macht staan zeer hoog aangeschreven en we hebben uitstekende insolventieprofessionals.” Net als Engeland voor ons deed, gaan we dan het Nederlandse insolventierecht exporteren, door insolvente bedrijven te importeren. Als insolvente bedrijven hier naartoe komen (voor de herstructurering), dan wordt het Nederlandse insolventierecht steeds belangrijker in Europa. Een dergelijke ontwikkeling stelt hoge eisen aan ons recht. “Om die hub te worden moeten landen concurreren op kwaliteit van de professie en het rechtsstelsel, niet op net wat soepelere regels voor aandeelhouders of andere zekerheidsgerechtigden. We moeten geen softe en al te aantrekkelijke regels creëren voor juist de sterkste partijen.”

Lees hier het volledige interview.

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Gemeente Pijnacker-Nootdorp zoekt een

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top