Rechtsbijstand: ministerie omarmt Wolfsen

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Naar verwachting zal het ministerie van Veiligheid en Justitie nog voor de zomer met concrete voorstellen komen over het hervormen van (en bezuinigen op) de gefinancierde rechtsbijstand. Waar draait dit op uit? En wat is de oplossing voor de veelgebruikers? De redactie van Mr. peilde de meningen van Mies Westerveld (UvA) en Bernard de Leest (NOvA/Zumpolle).

Wie krijgt de poortwachtersfunctie voor de gesubsidieerde rechtsbijstand? Oftewel: wie verleent de rechtzoekende toegang tot het stelsel? Dat is een groot punt van verschil tussen de commissies- Barkhuysen en –Wolfsen die zich vorig jaar al hebben gebogen over het stelsel. Na een conferentie met stakeholders in februari en ambtelijke bijeenkomsten in april is nu het ministerie aan zet.

Mies Westerveld

Mies Westerveld

Volgens Wolfsen moet het Juridisch Loket de poortwachter zijn, maar Barkhuysen wijst de advocaat aan. Tijdens een conferentie op 15 februari constateerde de advocatuur al dat het departement op de hand van Wolfsen is. Hoogleraar sociale rechtshulp Mies Westerveld, die aanwezig was op 15 februari, deelt die conclusie: “Ik denk niet dat de overheid de poortwachtersfunctie aan de advocaten gaat geven. Dan geef je de advocatuur een blanco cheque.”

Westerveld (UvA) voorspelt wel dat de minister het oorspronkelijke wetsvoorstel enigszins zal aanpassen aan de wensen van de advocatuur. “De minister heeft de advocaten ook nodig.”

Eerstelijnsjuristen

Hoe dat voorstel er uit komt te zien, is lastig te voorspellen, zegt Westerveld. Er moet in elk geval een knoop worden doorgehakt over het voorstel van Wolfsen om het Juridisch Loket en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) te laten samengaan. De advocatenorde is mordicus tegen zo’n ‘Buro voor Rechtshulp-nieuwe stijl’ en Westerveld denkt dat de minister de advocatuur daarin tegemoet zal komen. “Het is vanuit organisatorisch perspectief een begrijpelijk voorstel, maar ik denk niet dat dit het gaat halen.”

Een ander heet hangijzer is de vraag of het Juridisch Loket straks door het inzetten van eerstelijnsjuristen werk van de sociale advocatuur kan overnemen. In vaktermen: bescheiden zaaksbehartiging. Ten slotte is een eventuele eigen bijdrage voor het Juridisch Loket een twistpunt.

High Trust

Bernard de Leest

Bernard de Leest

Ook Bernard de Leest (portefeuillehouder rechtsbijstand bij de Nederlandse Orde van Advocaten – NovA) denkt dat de uitgangspunten van Wolfsen voor het departement leidend zijn. En daar wordt De Leest (Zumpolle Advocaten) niet blij van. “Wij zien er als NOvA geen heil in het oude Buro voor Rechtshulp nieuw leven in te blazen. Het werkte vroeger onvoldoende, en dat zal nu niet anders zijn.”

Ook ziet de NOvA de eerstelijnsadvocaten voor het Juridisch Loket niet zitten. “Het is duur. Je doorbreekt de bestaande netwerken van de advocaten. Wolfsen realiseert zich te weinig dat het loket maar één van de spelers is.”

De Leest verwijst naar de monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2014 van de RvR waaruit blijkt dat meer dan 300.000 cliënten spontaan komen of via een verwijzing. “Dat is 90 procent. Als je die via een poortwachter wilt sturen, krijgt die een enorme stroom van klanten. Dat moet je niet willen.”

Volgens De Leest moet het uitgangspunt zijn: een duurzaam systeem, waarin de rechtzoekende rechtshulp krijgt en de advocaat wordt betaald. “Daarvoor hoef je de wet niet aan te passen. Die problemen los je op door de High Trust-relatie met de RvR (High Trust is een systeem waarin de RvR en advocaten samen verantwoordelijk zijn voor het toekennen van toevoegingen – red.) verplicht te stellen voor advocaten. Dat wordt de werkwijze van de RvR.”

Wolfsen, meent De Leest, heeft ten onrechte geen hoge pet op van de High Trust. “Kantoren die meedoen zeggen allemaal dat controle door de RvR streng is, en dat ze er veel profijt van hebben. Bovendien moeten alle advocaten aan kwaliteitsbevordering doen. Zo bereik je je doel, namelijk dat advocaten zorgvuldig omgaan met gefinancierde rechtsbijstand. Dat doe je door een goede samenwerking tussen RvR en NOvA, goed toezicht en meer nadruk op kwaliteit en specialisatie. Dat is genoeg.”

O-toets

Verder kan De Leest zich voorstellen dat er een zogeheten O-toets komt voor veelgebruikers, een idee uit de koker van de commissie-Wolfsen. Uit cijfers van de RvR over 2014 blijkt dat er toen 310 mensen waren met meer dan twaalf toevoegingen per jaar. Ze kregen samen 4735 toevoegingen, dus gemiddeld vijftien per persoon.

De O-toets is bedoeld om te kijken of voor veelgebruikers van toevoegingen een geïntegreerde aanpak meer geschikt is en of ze beter naar een ander type hulpverlener kunnen gaan. Zo ja, dan wordt de toevoeging geweigerd. Een punt is nog wel dat hiervoor de wet veranderd moet worden.

De Leest: “Als iemand elke maand een toevoeging aanvraagt, kan ik me voorstellen dat de advocaat vraagt: wordt hier een probleem opgelost, of zijn we een probleem aan het maken? Zelf heb ik nog nooit voor een klant elke maand een toevoeging aangevraagd. Ik kan me geen advocaat voorstellen die daarin meegaat. Ik heb wel klanten bij wie het fors misgaat, en dan heb je inderdaad een andere aanpak nodig.”

Sociaal raadslieden

Mies Westerveld zegt dat ook de RvR de veelgebruikers op de korrel heeft. Ze verwijst naar de conferentie over de multiproblematiek in maart, ter gelegenheid van het afscheid van voormalig RvR-directeur Peter van de Biggelaar. “Er is behoefte aan meer differentiatie. Er zijn zoveel verschillende soorten groepen. Sommige mensen trek je nooit uit de ellende, maar er zijn mensen met wie je iets kunt bereiken als je ze goed bejegent. Die zijn gebaat bij een ander soort hulpverlening, en daarover is de RvR volop in gesprek met het Instituut Sociaal Raadslieden, schuldhulpverlening en dergelijke instanties. Dat is één van de redenen dat het ministerie de advocaten uit dit domein wil wegmanoeuvreren. Aan de andere kant staan advocaten wel voor de rechtstaat. Ze bekommeren zich ook om deze mensen omdat niemand anders het doet.”

De Leest verwacht hoe dan ook dat V&J bereid is te luisteren naar argumenten uit de praktijk en aanpassingen te doen op het voorstel van Wolfsen. “We willen allemaal een duurzaam stelsel. Ik denk dat het ministerie en wij niet zo ver uit elkaar liggen.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top