Ronselpraktijken: hoe collegiaal zijn advocaten?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Gedetineerde cliënten sigaretten of geld beloven wanneer zij andere cliënten aanbrengen, cliënten van andere advocaten influisteren dat hun advocaat écht onvoldoende juridische kwaliteit levert, of ongevraagd gedetineerde cliënten van een andere advocaat bezoeken in de PI.

Het zijn mogelijke acties om in tijden van crisis een eventueel teruglopend aantal cliënten tegen te gaan. Maar een dergelijke handelwijze blijft doorgaans niet onopgemerkt en een beroep op de vrije advocaatkeuze zal niet snel slagen in een daaropvolgende tuchtrechtelijke procedure. “De advocaat behoort zich te onthouden van elke poging om een cliënt van een andere advocaat tot zijn cliënt te maken”, luidde gedragsregel 31 uit de gedragsregels 1980. Tot 1992 was het bovendien expliciet niet toegestaan om zich in onheuse of krenkende termen over andere advocaten uit te laten.

Bij de wijziging in 1992 zijn de verboden van regel 31 en 34 geschrapt. Er werd verondersteld dat kon worden volstaan met gedragsregel 17, de regel die welwillendheid en vertrouwen voorschreef in de verhouding tussen advocaten.

Die regel bleek echter kennelijk niet voldoende. Met enige regelmaat moest de tuchtrechter eraan te pas komen wanneer advocaten er niet in slaagden de overname van cliënten op een goede wijze te regelen. In een uitspraak uit 2014 merkt de tuchtrechter fijntjes op: “Het komt opmerkelijk vaak voor dat verweerder van een derde – bijvoorbeeld een medegedetineerde – het verzoek ontvangt een zaak over te nemen.” Ronselen onder gedetineerden leek niet ongebruikelijk.

Uit uitspraken van tuchtrechters in de periode tussen 2010 en 2015 komt een vaste maatstaf naar voren die werd gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of de overnemende advocaat zorgvuldig te werk was gegaan.

  1. De overnemende advocaat dient voorafgaand aan de overname behoorlijk overleg te voeren met de advocaat van wie hij of zij de zaak wenst over te nemen.
  2. Bij dat overleg moet daadwerkelijk informatie en standpunten uit worden gewisseld.
  3. Voorts moet de advocaat wiens zaak wordt overgenomen de mogelijkheid hebben bij zijn cliënt na te gaan of deze inderdaad een andere advocaat wenst.

Was een overnameverzoek afkomstig van een derde, dan moest de advocaat toestemming vragen voor het bezoeken van de cliënt in de PI. Stond de toegevoegde advocaat dit niet toe, dan moesten de advocaten overleggen over een oplossing en waar nodig advies vragen aan de deken.

Sinds 2018 is het ‘ronselverbod’ opnieuw onderdeel van de gedragsregels geworden. Daarin zijn de door de tuchtrechter geformuleerde maatstaven teruggekomen. Duidelijk is in elk geval dat het initiatief voor de overstap bij de cliënt moet liggen. Een advocaat mag niet ongevraagd zijn diensten aanbieden wanneer er al een advocaat in beeld is. Wordt een overnameverzoek daadwerkelijk gedaan, dan bestaat er een verplichting bij de overnemende advocaat om contact te leggen en overleg te voeren met de toegevoegde advocaat. Er kan niet worden volstaan met een enkele telefonische poging om de toegevoegde advocaat te bereiken of met een faxbericht waarin de overname wordt medegedeeld.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top