Wijzigen bestuurlijk standpunt over daderschap in beroepsfase niet toegestaan in tweepartijengeschil

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt in haar uitspraak van 8 april 2026 dat het college van burgemeester en wethouders in de beroepsfase geen gewijzigd standpunt mocht innemen ten aanzien van de vraag of wederpartij kwalificeert als functioneel overtreder van het in de lokale Huisvestingsverordening opgenomen verbod om zonder omzettingsvergunning een woning in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning.
beeld: Depositphotos

Aanleiding voor dit oordeel van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2026:1942) was een geschil over de bestuurlijke boete die het college aan wederpartij had opgelegd in diens hoedanigheid van eigenaar van de verhuurde woning. In hoger beroep was het college opgekomen tegen het in beroep gegeven oordeel van de rechtbank dat het college weliswaar bevoegd was om de geconstateerde overtreding te beboeten, maar niet toereikend had aangetoond dat de wederpartij als functioneel pleger van de overtreding kon worden aangemerkt.
De Afdeling gaat mee in dit oordeel en benadrukt dat, hoewel het college voorafgaand aan de beslissing op bezwaar weliswaar wist dat wederpartij huurovereenkomsten had gesloten met drie personen die samen geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren, het daarin geen aanleiding zag om zich ten tijde van het bestreden besluit op het standpunt te stellen dat wederpartij daardoor feitelijk pleger van een overtreding is. Naar het oordeel van de Afdeling mocht het college zich na de beslissing op bezwaar, in het verweerschrift in beroep, niet alsnog op dit (ten opzichte van de beslissing op bezwaar gewijzigde) standpunt stellen.  

Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het in dit geval gaat om een tweepartijengeschil over het opleggen van een boete en er voor het college geen belemmering bestond om het pas in beroep ingenomen standpunt al van meet af aan in te nemen. Het onnodig uitstellen van het innemen van dit standpunt zou wederpartij volgens de Afdeling onevenredig belasten en een efficiënte rechtsgang belemmeren.

Deze uitspraak dwingt bestuursorganen voorafgaand aan de beroepsfase heel goed na te denken over de grondslag van een bestuurlijke boete. Dat is terecht heel streng nu het gaat om bestraffend overheidsoptreden dat voor betrokkenen behoorlijk belastend kan zijn. 

Wilt u vanaf nu elke maand een samenvatting van alle snelrechtartikelen van Mr.-Online in uw mailbox? Klik hier

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven