Dat blijkt uit de tuchtrechtelijke uitspraak die de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden onlangs publiceerde. De zaak draaide om een echtscheidingsverzoek, waarbij onder meer vraagstukken rondom partneralimentatie en de verdeling van gemeenschappelijke goederen op tafel lagen, waaronder een dure Mercedes. De cliënt maakte zich al in aanloop naar de digitale zitting ernstige zorgen, zo blijkt uit de weergave van de ingediende klachten, en werd uiteindelijk door de rechter ook op veel punten in het ongelijk gesteld.
Hoewel de Raad niet kan beoordelen of de zaak inhoudelijk wellicht anders was afgelopen als de bewuste advocaat de zitting beter had voorbereid, ziet men in de gang van zaken wel aanleiding voor een formele waarschuwing. Die heeft vooral betrekking op het gebrek aan afstemming tussen advocaat en cliënt, hoewel ook de wijze waarop de advocaat uiteindelijk ter zitting verscheen, niet heel professioneel overkomt.
Vertraagde verbinding
Zo kwam de advocaat te laat aanzetten tijdens de digitale zitting, terwijl de cliënt geen idee had waar zijn advocaat bleef. Toen de advocaat eenmaal was aangesloten, bleek de videoverbinding dusdanig slecht dat effectieve communicatie lastig was. De verbinding haperde en had te kampen met ernstige vertragingen.
De cliënt was daarover zeer ontstemd, niet in de laatste plaats omdat hij in een eerder stadium al had aangegeven graag samen met zijn advocaat vanaf één locatie deel te willen nemen aan de zitting. “Ik ben ongerust over het feit dat, anders dan de rechtbank voorstelt, wij apart van elkaar aan de zitting deelnemen terwijl de tegenpartij ongetwijfeld wél vanaf één locatie ter (online) zitting verschijnt”, zo schreef de cliënt kort voor de zittingsdatum aan de advocaat. “Behalve dat we daardoor mijns inziens al meteen op achterstand staan, lijkt het me een kleine moeite om hiervoor een passende oplossing te bedenken.”
Communiceren
Volgens de Raad had de advocaat gedurende het gehele traject beter met de cliënt moeten communiceren. Zo bleek pas tijdens de tuchtrechtelijke procedure wat volgens de advocaat het bezwaar was om samen aan de online zitting deel te nemen: de ‘te kleine werkkamer’ van de advocaat, en de ‘onbetrouwbare internetverbinding’ op locatie. “Verweerder had dit echter voorafgaand aan de online zitting in reactie op de e-mail van klager met klager moeten communiceren.”
De Raad neemt het de advocaat kwalijk dat die te laat kwam, maar bovendien dat de wensen van de cliënt om gezamenlijk aan de zitting deel te nemen niet serieus zijn genomen. “Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door er niet (tijdig) voor te zorgen dat klager en verweerder de zitting samen online zouden kunnen bijwonen. Daardoor is de mogelijkheid tot communicatie van klager met verweerder tijdens de zitting in negatieve zin beïnvloed.”
De advocaat ontvangt voor dat alles een formele waarschuwing, en moet bovendien alle proceskosten en een vergoeding à vijftig euro aan de cliënt betalen. Het zal een schamele pleister op de wond betekenen, want de zaak is voor de cliënt dus grotendeels verloren gegaan.
