Spronken (Hoge Raad): ‘Pas op met digitale zittingen’

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad Taru Spronken waarschuwt tegen te gretig gebruik van de digitale middelen waarmee de rechtspraak tijdens de coronacrisis heeft geëxperimenteerd. “Ik vind dat we voorzichtig moeten zijn met de standaardisering van digitale zittingen of telehoren,” zegt ze in het najaarsnummer van TREMA. “De rechtspraak moet geen machine worden. Het belang van een fysieke zitting mag niet worden onderschat.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Pas op met digitale zittingen
Beeld: Pixabay
Taru Spronken
Taru Spronken

Spronken: “Stel je voor dat je in een familie- of strafzaak voor het eerst in je leven naar de rechtbank moet. Direct contact is op zo’n moment voor veel mensen heel belangrijk.”

In datzelfde nummer houden hoofdofficier Michiel Zwinkels (arrondissementsparket Den Haag) en rechtbankpresident Bart van Meegen (rechtbank Overijssel) juist pleidooien vóór digitalisering. Zwinkels zegt dat verdergaande digitalisering ervoor moet zorgen dat de organisatie in de toekomst wendbaarder is en sneller kan reageren op crisissituaties.

Thuiswerkregeling

Bart van Meegen
Bart van Meegen

“Thuiswerken is een blijvertje,” verwacht Bart van Meegen. “Dat betekent dat we in elk geval een heldere thuiswerkregeling moeten krijgen. Denk aan een goede bureaustoel, een laptop, een computerscherm. De Rechtspraak moet dat zo snel mogelijk centraal regelen, vind ik.”

Spronken vindt fysieke aanwezigheid van belang voor de kwaliteit van de rechtspraak. “De rechtspraak heeft in de civiele sector de afgelopen jaren veel nadruk gelegd op de comparitie van partijen, juist om erachter te komen wat het conflict precies behelst, wie de partijen zijn en wat hun echt kan helpen om het geschil te beslechten,” betoogt ze. “In het strafrecht speelt de persoon van de verdachte en de indruk die hij op de zitting maakt een belangrijke rol bij het oordeel van de rechter. Dat is nauwelijks te vervangen door telehoren.”

Ze zegt ook: “Dat de rechtspraak investeert in digitalisering om het werk voor de medewerkers ook thuis mogelijk te maken, is heel goed. Noodzakelijk zelfs. Het is een zegen dat we niet meer zes uur hoeven te reizen voor een vergadering. Maar dat is iets anders dan een volledig gedigitaliseerde rechtspleging optuigen.”

Scannen van stukken

Bart van Meegen (rechtbank Overijssel) constateert dat in het begin van de coronacrisis vooral het gebrek aan digitale dossiers problematisch was. “De griffie was druk met het scannen van stukken en allerlei logistieke vragen rond dossiers en zittingen. Dat is het eerste wat echt moet verbeteren: we moeten haast maken met de digitalisering.” Omdat in faillissements- en bewindzaken veel processen al eerder waren gedigitaliseerd, kon bij de sector toezicht veel werk doorgaan. Van Meegen: “Die ervaring maakte de keuze voor verdergaande digitalisering nog logischer.”

Michiel Zwinkels
Michiel Zwinkels

Hoofdofficier Michiel Zwinkels (Arrondissementsparket Den Haag) wil door een enquête onder de medewerkers te weten komen welke keuzes mensen willen maken bij thuiswerken, en wat daarvoor nodig is. “Ik verwacht dat de manier waarop wij werken fundamenteel verandert,” zegt Zwinkels. “Een paar dagen per week thuiswerken zal vanzelfsprekender worden. Maar er zullen ook mensen zijn die juist naar kantoor willen.”

Wendbaarder en sneller

Hij vindt ook dat de werkprocessen niet wendbaar genoeg zijn. “In  de keten van de strafrechtspleging bleken systemen niet of slecht op elkaar aangesloten. Daarom moet verdergaande digitalisering ervoor zorgen dat de organisatie in de toekomst wendbaarder is en sneller kan reageren op crisissituaties, meent de hoofdofficier. Digitale zittingen en digitale verhoren van verdachten, al dan niet in voorlopige hechtenis, zullen veel gebruikelijker worden. “Ik vraag me nu wel eens af waarom we al die jaren verdachten in busjes heen en weer hebben vervoerd om ze vervolgens uren in het cellencomplex van de rechtbank te laten zitten. Dat zal echt veranderen.”

Maar niet dat alle verhoren zullen voortaan via een beeldscherm verlopen. Zwinkels: “We moeten strenger selecteren: wanneer is een fysiek verhoor echt nodig, wat kan digitaal? Maar dat er meer digitaal gewerkt gaat worden staat voor mij als een paal boven water. Dat er nog steeds stukken worden uitgeprint, vind ik echt niet meer kunnen.”

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top