‘Stoffig imago cassatieadvocaat onterecht’

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
MR2002_SrJr PelsRijcken_4228_fotoGeertSnoeijer_INHOUD (Klein)
Hans van Wijk en Paul Tanja (foto: Geert Snoeijer)

Cassatie saai? Integendeel, zeggen Hans van Wijk (Pels Rijcken) en Paul Tanja (BarentsKrans). Materieelrechtelijk is cassatie heel breed. Het is als een ruime paraplu waar verschillende rechtsgebieden onder vallen. Ze vertellen in het nieuwe nummer van Mr. in een aflevering van de serie Senior/junior over hun praktijk.

“Tot de Urgenda-zaak had ik me nog nooit in klimaatverdragen verdiept”, zegt Hans van Wijk, advocaat bij Pels Rijcken sinds 1990. “Dat is het interessante van civiele cassatie: je hebt steeds met andere rechtsgebieden te maken. En ook met cliënten die je eigen kantoor normaal gesproken niet bedient. Want je treedt ook op in opdracht van correspondenten, advocaten van andere kantoren. Met hen werk je dan samen, soms ook al in hoger beroep.”

Goede middenvelder

Van Wijk studeerde in 1990 cum laude af in Utrecht. Paul Tanja, sinds 2015 advocaat bij BarentsKrans, studeerde 25 jaar later af, ook in Utrecht en ook cum laude. Maar je hoeft voor de cassatiepraktijk niet per se een studiebol te zijn. “Wel moet je je snel iets nieuws eigen kunnen maken. Materieelrechtelijk is cassatie heel breed”, zegt Van Wijk. Tanja illustreert die afwisseling met een greep uit de onderwerpen waarin hij zich heeft verdiept: “Medicijnen tegen kaalheid bij mannen, dat ging over een octrooirecht. Rentederivaten, dat is financieel recht. Duikscholen in het Caribisch gebied – een duikleraar stelde een andere duikleraar aansprakelijk.” Een brede generalistische basis is dan ook belangrijk om cassatie te kunnen doen. Je leert het cassatievak in de praktijk. “En je moet ook in de feitelijke praktijk hebben gewerkt, met je poten in de modder hebben gestaan”, zegt Van Wijk. “Een cassatieadvocaat bedient als een goede middenvelder het hele veld”, beaamt Tanja. Verder is analytisch vermogen belangrijk. Voor zowel Van Wijk als Tanja was de belangstelling voor taal medebepalend voor de keuze voor de rechtenstudie. Die belangstelling komt bij cassatie goed van pas. Van Wijk: “Je moet goed kunnen analyseren. Wat zegt het hof nu eigenlijk? Je zit aan het eind van een vaak lange procedure, de dossiers zijn dik. En natuurlijk moet je het burgerlijk procesrecht in je vingers hebben om te kunnen beoordelen of iets zich leent voor cassatie.”

Rechtsontwikkeling

Vroeger konden alleen Haagse advocaten, maar dan wel álle Haagse advocaten, bij de Hoge Raad procederen. Decennialang was de cassatiepraktijk in de deskundige handen van een paar grotere kantoren en een aantal eenpitters. “Toen anderen zich ook op het cassatieterrein gingen begeven, dreigde de rechtsgang verstopt te raken met kansloze cassatieberoepen”, vertelt Van Wijk. “De Raad kon zaken al wel afdoen met artikel 81 RO, dat voorziet in een afdoening met verkorte motivering als de klacht ongegrond is en er geen rechtsvraag hoeft te worden behandeld, maar zo’n zaak doorliep wel de hele procedure. Toen is onderzoek gedaan hoe de cassatierechtspraak kon worden versterkt, met meer aandacht voor de rechtsontwikkeling. Dat is een van de drie taken van de Hoge Raad, naast rechtsbescherming en rechtseenheid.”

De Commissie Versterking Cassatierechtspraak onder voorzitterschap van Fred Hammerstein concludeerde in 2008 dat een substantieel deel van de zaken die bij de Hoge Raad terechtkomen, daar niet thuishoort. Het advies mondde uit in de Wet versterking cassatierechtspraak, in werking getreden in 2012. Sindsdien kunnen advocaten van binnen of buiten Den Haag zich aansluiten bij de cassatiebalie, mits zij aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, vastgelegd in de Verordening op de advocatuur. Deze bestaan onder meer uit een mondeling examen, een proeve van bekwaamheid, het bijhouden van het vak door opleiding en het maken van ‘vlieguren’. Verder is een nieuw artikel ingevoerd: art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie, op grond waarvan de Hoge Raad zaken die niet ontvankelijk zijn aan de poort kan afdoen. Een derde belangrijke vernieuwing, voortvloeiend uit het rapport van de Commissie-Hammerstein, is de mogelijkheid om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Dit gebeurt zo’n tien keer per jaar, zeggen de advocaten. “Bijzonder is dat ook derden schriftelijke opmerkingen kunnen indienen”, zegt Tanja. “De gedachte daarachter is dat de Hoge Raad op die manier feitelijke informatie krijgt over de mogelijke gevolgen van uitspraken voor de praktijk. Momenteel liggen prejudiciële vragen voor in een procedure van een vrouw wier borstimplantaten zijn gaan lekken. De vraag van het hof aan de Hoge Raad is: kun je een ziekenhuis aansprakelijk stellen voor schade door lekkende implantaten, terwijl het ziekenhuis en de arts niet konden weten dat de implantaten ondeugdelijk waren? Het antwoord heeft gevolgen voor de toepassing van allerlei hulpmiddelen in de zorg. Ik dien daarom opmerkingen in namens een aantal overkoepelende beroepsverenigingen voor artsen en ziekenhuizen.” Ook een kantoorgenoot van Van Wijk bij Pels Rijcken dient schriftelijke opmerkingen in over deze zaak, namens enkele verzekeraars.

Een vleugje tropen

Van Wijk kwam via een studentenstage bij Pels Rijcken terecht. “Ik was toen al gefascineerd door de Hoge Raad en dan moest je dus in Den Haag zijn. Die fascinatie ontstond toen ik het boek De Hoge Raad van onderen van Freek Bruinsma las. Zaken bezien vanuit het perspectief van de rechtzoekende, heel interessant. Ik ging werken voor A.W. Kist, die van Loeff kwam en bij ons de ondernemingsrechtpraktijk ging vormgeven en ook cassaties deed. Ook werkte ik veel met Joan de Wijkerslooth, toen landsadvocaat, en Bert-Jan Houtzagers, zijn opvolger.”

Na drie jaar stage ging Van Wijk twee jaar naar een kantoor op Curaçao waarmee Pels Rijcken samenwerkt. “Ik was jong, en dat leek me wel wat. Ik kreeg er een gevarieerde praktijk: ondernemingsrecht, bouwrecht, contractenrecht. Het was een mooie tijd, waaruit ik nog steeds contacten onderhoud. Het geeft een vleugje tropen aan mijn Haagse praktijk, want van een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de appelrechter in het Caribische deel van het Koninkrijk, kun je in cassatie bij de Hoge Raad.”
Terug in Den Haag pakte Van Wijk zijn oude liefde voor de cassatiepraktijk weer op, eerst naast een feitelijke praktijk. De laatste tien jaar houdt hij zich vrijwel volledig met cassatie bezig. Niet alleen voor de Staat en andere cliënten van zijn kantoor, maar ook voor cliënten van correspondenten uit heel Nederland. Zo schakelt een aantal Zuidaskantoren hem in voor onder meer ondernemingsrechtelijke cassaties.

Ook Paul Tanja kwam via een studentenstage bij zijn kantoor terecht. Hij doet een combinatiepraktijk: deels feitelijk, deels cassatie. Dat zijn moeder raadsheer in de Hoge Raad is, heeft geen invloed gehad op zijn studie- en beroepskeuze. “Natuurlijk praatten mijn ouders weleens over hun werk, maar invloed? Nee. Mijn broer is naar de zeevaartschool gegaan, ik ging rechten doen. Er zijn trouwens meer raadsheren wiens kind cassatieadvocaat is. Raadsheren beslissen of praten niet mee in zaken die familieleden of hun kantoorgenoten behandelen. Ze doen dus ook niet mee aan het raadkameren over zo’n zaak.”

Imago

Er zijn ongeveer 100 cassatieadvocaten, schatten Van Wijk en Tanja; onder hen weinig jongeren. Dat komt deels door de noodzaak eerst ervaring in de feitelijke praktijk op te doen, maar het heeft zeker ook te maken met het imago, denken ze. “Dat stoffige imago is niet terecht”, zegt Tanja. “In de procesvoering loopt de Hoge Raad juist voorop. Geheel digitaal. Met een procesinleiding in plaats van een dagvaarding. Een aantal elementen uit KEI is bij de Hoge Raad succesvol ingevoerd. En je zit van week tot week in een ander rechtsgebied, heel afwisselend.”

Voor jongere advocaten heeft Van Wijk een paar adviezen: “Doe wat je leuk vindt en waar je goed in bent, en breng focus aan in wat je doet. Dat biedt de meeste kans op succes, ook commercieel. Ten tweede: blijf ook generalist, zodat je verbanden blijft zien. Dit geldt zeker in de cassatiepraktijk. En belangrijk: bewaar een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van je cliënt. Juist als je de cliënt een eerlijke spiegel voorhoudt, en niet bang bent om hem tegen te spreken, win je aan gezag. Dat is mijn ervaring. Ten slotte: blijf nieuwsgierig en kritisch.

Hans van Wijk (1966) studeerde in 1990 af aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien is hij advocaat bij Pels Rijcken, vanaf 1999 partner. Zijn cassatiepraktijk bestrijkt een breed civielrechtelijk terrein, met de nadruk op ondernemingsrecht, insolventierecht, overheidsprivaatrecht en aansprakelijkheidsrecht. Tevens is hij gespecialiseerd in Caribische zaken. Opmerkelijke cassatiezaken waarbij hij was betrokken, zijn die over de overnamestrijd ABN AMRO (2007), de vuurwerkramp Enschede (2010), het recht op vrije advocatenkeuze bij rechtsbijstandverzekering (2014), de nationalisatie van SNS en de enquête naar het beleid en de gang van zaken van SNS (2015 en 2017), de splitsing van de energiebedrijven (2015), de reddingsoperatie Fortis (2016), de strijd Boskalis/Fugro over het agenderingsrecht van aandeelhouders (2018) en klimaatzaak Urgenda (2019).
Van Wijk was voorzitter van de Vereniging van Civiele Cassatieadvocaten, is raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en heeft diverse publicaties op zijn naam staan.

Paul Tanja (1992) studeerde in 2015 af aan de Universiteit Utrecht. Tijdens zijn studie werkte hij als buitengriffier bij het gerechtshof Den Haag.
In 2015 begon Tanja als advocaat bij BarentsKrans, waar hij deel uitmaakt van de secties commerciële contracten en cassatie. Zijn opmerkelijkste cassatiezaak tot nu toe: een zaak over de oplegging van het alcoholslotprogramma door het CBR (ECLI:NL:HR:2017:58).

Tanja is tevens universitair docent internationaal contractenrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij heeft meerdere publicaties op zijn naam staan.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top