Uitbreiding art. 22b Sr: nieuwe alles-of-niets-benadering in een strafrechtelijk jasje

Geweld tegen hulpverleners is over de afgelopen jaren toegenomen. Zware mishandeling van opsporingsambtenaren is tussen 2018 en 2019 zelfs bijna verdubbeld. Een nieuw wetsvoorstel van minister Grapperhaus en minister Dekker strekt ertoe om de huidige taakstrafbeperking van art. 22b Sr uit te breiden naar mishandelingen die gepleegd worden tegen personen met een publieke taak welke ziet op de handhaving van de orde en veiligheid, zoals politieagenten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op dit moment is het strafrechtelijk zo geregeld dat er op grond van art. 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: art. 22b) al een taakstrafbeperking geldt bij misdrijven welke worden bedreigd met een gevangenisstraf van zes jaren of meer en dat het gepleegde misdrijf een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. Hierbij is de ernst van de inbreuk op de lichamelijke integriteit bepalend of al dan niet volstaan kan worden met het opleggen van een taakstraf. Met dit nieuwe wetsvoorstel wordt beoogd het taakstrafverbod van art. 22b uit te breiden naar de mishandelingsvormen in de artikelen 300 t/m 303 Sr, indien deze mishandeling is gepleegd tegen hulpverleners, zoals politieagenten en ambulancepersoneel. Een ‘kale taakstraf’ is volgens de ministers in al die gevallen per definitie niet voldoende.

Maatwerk

Hoewel dit voorstel nobel klinkt, zit het venijn hem in de staart. De wet biedt namelijk al voldoende mogelijkheden om deze categorie mishandelingen strenger te straffen dan louter het opleggen van een taakstraf. Omdat bij mishandelingszaken rechterlijk maatwerk geboden is, dient een rechter deze mogelijkheden ook te hebben. Sterker nog, de wet zelf eist dat de rechter bij de strafoplegging rekening houdt met alle omstandigheden van het concrete geval, waarbij de grenzen uiteraard door de wetgever worden aangegeven, maar waarbinnen de rechter vervolgens maatwerk dient te leveren. Dit maatwerk wordt op dit moment onder andere mogelijk gemaakt door de bestaande rechterlijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het LOVS, waarin deze specifieke soort mishandeling met 33% tot 100% hoger gestraft kan worden. Ook de richtlijn voor strafvordering mishandeling van het College van procureurs-generaal biedt deze mogelijkheid voor een officier van justitie: deze specifieke soort mishandeling kan de strafeis doen verhogen met 200%. De rechter kan in het geval er een politiemedewerker mishandeld wordt dus gewoon een gevangenisstraf opleggen, iets wat in de praktijk ook gebeurt. Tegelijkertijd kan de rechter zich binnen de huidige wettelijke kaders ook beperken tot het opleggen van een taakstraf wanneer er bijvoorbeeld sprake is van zéér gering geweld, zoals het licht duwen van een opsporingsambtenaar.

Geen menselijke maat

In het nieuwe wetsvoorstel wordt dit maatwerk volledig weggenomen: “Elke vorm van fysiek geweld, ongeacht de ernst van de gevolgen en ongeacht de context.” Fysiek letsel is daarbij ook geen voorwaarde. Word jij bijvoorbeeld door een opsporingsambtenaar aangehouden en verzet je je daarbij met een licht duwtje? Dan bega je een strafbaar feit, namelijk mishandeling van een persoon met een publieke taak, die toeziet op de orde en veiligheid. En daarmee kan je een gevangenisstraf tegemoet zien. Hetzelfde geldt wanneer jij je bijvoorbeeld emotioneel verzet tegen een aanhouding van je jongere broertje. De gevolgen die de gevangenisstraf kan hebben, zijn mogelijk niet te overzien. Of je nu al een strafblad had of niet. De menselijke maat in het wetsvoorstel ontbreekt en een uitdrukkelijke aanpassing is op zijn plaats.

Op het destijds ingediende wetsvoorstel van art. 22b, welke in 2012 in werking is getreden, bestond al veel, breed gedragen kritiek. Toentertijd werd al één hand van de rechter gebonden, zo luidde de kritiek. Desondanks heeft de politiek het voorstel doorgezet. In de praktijk kon de rechter nog gebruik maken van een ontsnappingsroute, art. 22b lid 3, waarbij het voorarrest gebruikt werd als een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, waardoor het opleggen van een taakstraf alsnog mogelijk was. Bij dit nieuwe wetsvoorstel lijken álle handen en voeten van de rechter vastgebonden te worden. Opvallend: ook nu weer was er een meerderheid in de Tweede Kamer. Waar na de toeslagenaffaire de politieke partijen hun mond vol hadden van de problematische alles-of-niets-benadering, lijkt deze opgedane kennis alweer vergeten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top