David de Knijff

Waarom er advocaten zijn op aarde

Die vraag stelde ik al eerder, niet in de Mr. maar in het Advocatenblad. Aanleiding was het in 2017 verschenen WODC-rapport over juridische beroepen in de toekomst. Daarin wordt rechtshulp een commodity. Hoe kan de advocaat zich van andere dienstverleners onderscheiden? Wat is – om een lelijke term uit het rapport te gebruiken – hun unique selling point?

Dat die vraag wordt gesteld, is op zichzelf al verontrustend. Gesteld vanuit het perspectief van de diensteneconoom, geeft deze blijk van een eenzijdige benadering. Het gaat niet om de verhouding tot andere dienstverleners, maar om de verhouding tot de rechtsstaat. De wetgever heeft de advocaat aangewezen om de vrijheid van de burger te verdedigen en om de toegang tot de rechter en het recht op een eerlijk proces te waarborgen. De advocaat is aangewezen als de deskundig raadsman, tot wie de burger zich moet kunnen wenden met de zekerheid dat deze uitsluitend zijn belang behartigt en met de zekerheid van absolute geheimhouding. Die opdracht maakt het beroep van advocaat tot een ambt, en niet (zozeer) een dienst. Zijn domein vormt het tegenwicht tegen macht van de overheid, van instituties en instellingen en in private verhoudingen tussen burgers en bedrijven onderling. In volstrekte onafhankelijkheid. Geen commodity, maar een verantwoordelijkheid die de samenleving van advocaten verlangt. Zonder welke de rechtsstaat niet behoorlijk kan functioneren.

De trend van het marginaliseren van de advocaat is onmiskenbaar. Zo wil de minister af van de vanzelfsprekendheid dat gefinancierde rechtshulp door een advocaat wordt verleend. Het procesmonopolie ligt onder vuur. Procederen wordt ontmoedigd. En dan de discussie over het verschoningsrecht. Advocaten zouden daarvan misbruik maken en facilitators zijn van criminelen. De geheimhouding zou de waarheidsvinding in corruptie- en fraudezaken in de weg staan.

Waarschuwingen dat deze marginalisering de rechtsstaat kan aantasten, lijken bij politici en beleidsmakers niet aan te komen. Iets voor dictaturen uit het verleden of voorbij onze landsgrenzen. Dat getuigt van een gebrek aan voorstellingsvermogen. Kijk naar Polen en Hongarije. Zij blokkeerden Timmermans omdat hij waagde zich kritisch uit te laten over hun gebrek aan rechtsstatelijkheid. Of naar Italië. Tijdens mijn vakantie daar las ik verontrustende krantencommentaren over meneer Salvini. De populistische revolutie in de VS en Brazilië. Het kan verkeren. En sneller dan velen gedacht hadden.

Voor wie dit allemaal te abstract is? Wat te denken van de berichten over het parket waarin de Eindhovense vermogensbeheerder Box verzeild is geraakt. Dankzij een oud-werknemer die een brief van de IRS, de Amerikaanse belastingdienst, aan de FIOD in elkaar had geknutseld, met ernstige beschuldigingen van fraude en witwassen. De FIOD deed invallen en startte een onderzoek. De ‘klokkenluider’ gaf al snel toe dat hij de melding verzonnen had. Daarmee wilde hij de FIOD bewegen tot onderzoek naar de werkelijke misdrijven van zijn voormalig werkgever. Het OM blijft ook bijna tien jaar later volhouden dat daarvan sprake zou zijn. In de zaak tegen de oud-werknemer vinden de rechters dat weinig aannemelijk. De advocaten van Box, die bij toeval de brief onder ogen kregen, zagen direct dat het om een amateuristische vervalsing ging. Zij wilden weten waarom de FIOD heeft kunnen menen dat deze echt van de IRS afkomstig was. Zij wilden ook onderzoek doen naar de omvang van de inbreuk op hun verschoningsrecht. De FIOD had namelijk ook digitale bestanden bij Box in beslag genomen met daarop geheimhoudersinformatie. De rechter heeft de advocaten toegestaan onder de FIOD bewijsbeslag te leggen omdat Box vreesde dat de bestanden door de FIOD zouden worden vernietigd. Box krijgt van de rechter ook de gelegenheid om bij het onderzoek betrokken ambtenaren als getuigen te horen. De staat vordert opheffing van het beslag, maar vangt in twee instanties bot. Rechtbank en hof oordelen dat inbreuk is gemaakt op het verschoningsrecht. De staat gaat in cassatie. In het getuigenverhoor beroepen de ambtenaren zich op hun geheimhouding. Dat wordt door de rechter niet geaccepteerd. Ook daarvan gaat de staat in beroep.

In een andere zaak werd een advocaat jarenlang achtervolgd als vermeende facilitator. Het OM is door de rechtbank niet ontvankelijk verklaard vanwege een ontoelaatbare inmenging in zijn verschoningsrecht. Ook tegen dat vonnis is beroep aangetekend.

 

 

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

David de Knijff

David de Knijff

David de Knijff (Ekelmans & Meijer advocaten, Den Haag), schrijft vanuit zijn ervaring als advocaat, onder meer bij de Hoge Raad, en als voormalig deken van de Haagse orde. Als expert op het gebied van het vermogens- en procesrecht wordt hij vooral ingeschakeld door advocaten, curatoren en andere juridische professionals.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand