Yeşilgöz: geen nadere wettelijke grondslag nodig voor procesafspraken

Procesafspraken tussen Openbaar Ministerie en verdachte kunnen plaatsvinden onder het huidige wettelijk regime, zegt minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid in antwoord op Kamervragen. Daarmee schaart zij zich achter het OM, dat deze werkwijze graag wil voortzetten. “Erg risicovol!”, volgens strafrechtgeleerde Laura Peters.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
dilan-yesilgoz-353b4018-e1919eeb
Dilan Yeşilgöz (foto: ministerie EZK)

Procesafspraken, afspraken tussen het OM en de verdediging over de omvang en het verloop van de strafprocedure, staan al enige tijd in de belangstelling en kennen in Nederland een stormachtige recente geschiedenis.

Procesduur

Procesafspraken kunnen onder meer gaan over de procedeerwijze, bewijspositie, de ten laste te leggen strafbare feiten en de strafeis. Ook kunnen bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over het beperken van door de verdediging in te dienen verzoeken om nader onderzoek, zoals getuigenverhoren. Dergelijke overeenkomsten kunnen de procesduur flink drukken, is de theorie.

Zeperd

Het OM wil al een tijdje vaker procesafspraken maken om jarenlange strafrechtelijke procedures in te korten. In 2019 liep die aanpak uit op een zeperd in de Cymbal-zaak. Daarin nam de Zwolse rechtbank de procesafspraak in overweging en gebruikte deze voor de bewijsvoering, maar kon zij zich geenszins vinden in de overeengekomen strafeis. De opgelegde straf viel dan ook vele malen hoger uit, tot ontsteltenis van aanklager en verdediging.

Het project, dat in de categorie ‘eens maar nooit weer’ leek te gaan vallen, werd in december 2021 echter nieuw leven ingeblazen door de rechtbanken Limburg en Rotterdam, die in drie zaken uitspraken deden geheel conform de gemaakte procesafspraken.

Geen handjeklap

Daarover is het OM alvast zeer verheugd. “Een gouden kans”, noemt officier van justitie Ellemieke van Doorn het in het recentste nummer van OM-blad Opportuun. Procureur-generaal Theo Hofstee typeert de werkwijze daarin als “een manier om zaken die zich ervoor lenen efficiënter en sneller af te doen doordat de rechtszitting daarmee kan worden toegespitst op hetgeen OM en verdediging nog verdeeld houdt. En dat loont.” Maar volgens de PG is er uitdrukkelijk geen sprake van ‘handjeklap’: de onafhankelijkheid van het rechterlijke oordeel zou onaangetast blijven.

Grondslag?

De drie rechtszaken van eind vorig jaar waren aanleiding voor Kamervragen van Joost Sneller (D66). Hij legde de minister in februari de vraag voor of de inzet van procesafspraken geen wettelijke grondslag behoeft, daarbij verwijzend naar het proefschrift van Laura Peters (Rijksuniversiteit Groningen). Peters stelt daarin dat die grondslag nodig is, onder meer “om de rechtsbescherming, rechtsgelijkheid en openbaarheid te kunnen waarborgen”.

Daarop antwoordt Yeşilgöz nu ontkennend. De grondslag vindt volgens haar reeds een basis in “het vervolgingsmonopolie, het opportuniteitsbeginsel en de grondslagleer.” Binnen deze “fundamentele, in de wet verankerde uitgangspunten van het Nederlandse strafprocesrecht” zou het de OvJ vrijstaan om binnen de kaders van de wet procesafspraken te maken.

Groen licht

Het OM krijgt zo vooralsnog groen licht van het ministerie om het ingeslagen pad te blijven bewandelen. Eenduidigheid en transparantie moeten daarbij natuurlijk worden gewaarborgd. Op het moment wordt intern nog een niet-openbare conceptaanwijzing gehanteerd, maar volgens PG Hofstee zal hierover in gesprek worden gegaan met de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en met de minister van J&V. Inwerkingtreding wordt verwacht vóór de zomer.

Risicovol

Laura Peters zal het ondertussen met argusogen volgen. “Erg risicovol!”, zegt de strafrechtdeskundige in reactie op de brief van de minister. Peters waarschuwt dat de rechtsontwikkeling ten aanzien van een fundamenteel onderdeel van de rechtsstaat in handen van het OM komt, en dat bovendien een aantal aspecten van procesafspraken ongeregeld blijft en daarmee belangrijke rechtswaarborgen ontbreken. Wel geeft ze aan inmiddels vernomen te hebben dat er een vordering tot cassatie in het belang der wet is ingesteld.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top