‘Goed dat Raad van State naar nieuwe gronden kijkt. Burgers staan nu voorop’

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat sinds kort toe dat partijen nieuwe gronden kunnen aandragen. De Afdeling heeft daarmee de zogenoemde grondentrechter verlaten. Valt dat goed bij bestuursrechtadvocaten?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Afdeling bestuursrechtspraak verlaat grondentrechter, zet burger voorop - Mr. online
Beeld: Mohamed Hassan/Pixabay

Wat andere hogere bestuursrechters – Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven – al deden, doet de Afdeling bestuursrechtspraak nu ook: worden in hoger beroep gronden aangedragen die bij de rechtbank niet aan de orde waren geweest, dan worden die toch inhoudelijk behandeld. Dat blijkt uit twee uitspraken van de Afdeling van 9 februari. Daarvóór werden nieuw aangedragen gronden door de Afdeling steevast buiten beschouwing gelaten. Bij de rechtbank moesten alle gronden maar worden aangedragen, bij de Afdeling was het te laat.

Grondenrechter

Het verlaten van deze zogenoemde grondentrechter is goed nieuws voor burgers die zonder advocaat procederen bij de lagere bestuursrechter, zegt Esmee Wolters, vastgoedadvocaat bij Wieringa Advocaten.

Esmee Wolters (Wieringa Advocaten)

“Wij merken in onze praktijk dat burgers vaak zelf in bezwaar en beroep gaan, in het bestuursrecht geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging. Het idee daarachter is dat het bestuursprocesrecht laagdrempelig moet zijn en dat de kosten voor rechtzoekenden beperkt moeten worden gehouden. Maar daar kunnen rechtzoekenden later in de procedure nadeel van ondervinden. Voornamelijk bij het beroep en hoger beroep willen burgers een advocaat in de arm nemen. Tot voor kort kon je als advocaat dan niet veel meer doen: wat burgers bij de rechtbank aan argumenten niet hadden ingebracht, konden wij bij de Afdeling niet meer aandragen, de grondentrechter verbood dat. Nu kan dat dus wel. Dat is goed voor de burger omdat advocaten een beter inzicht hebben in de materie en beter weten wat ze moeten aandragen.”

Voor burgers die al bij de rechtbank met een advocaat opkwamen tegen een besluit van een bestuursorgaan, zal het verlaten van de grondentrechter minder invloed hebben, vermoedt Wolters. “Het idee daarachter is dat het bestuursprocesrecht laagdrempelig moet zijn en dat de kosten voor rechtzoekenden beperkt moeten worden gehouden. Maar daar kunnen rechtzoekenden later in de procedure nadeel van ondervinden.”

Rechtsbescherming

Voor Vera Textor, bestuursrechtadvocaat bij Nysingh, past deze nieuwe werkwijze van de Afdeling in de tijdgeest. “In een van die uitspraken wordt verwezen naar rechtspraak over de kinderopvangtoeslagaffaire. In die zaken werd de grondentrechter nog tegengeworpen. Het in stand houden daarvan kan ongewenste gevolgen hebben. De effectieve rechtsbescherming staat nu meer dan voorheen voorop. De Afdeling kijkt kritischer naar procedureregels die de rechtsbescherming in de weg staan, zodat burgers in hoger beroep echt een tweede kans krijgen.”

Vera Textor (Nysingh)

Voor bestuursorganen kan dit wel eens best spannend worden, vermoedt Textor. “Een overheidsorgaan denkt een rechtmatig besluit te hebben genomen en maakt op basis van beroepsgronden de inschatting: haalt dit besluit de eindstreep? Nu kunnen ze dus worden verrast met nieuw aangedragen gronden. Dat kan ook leiden tot vertragingen in de procedure. Maar de Afdeling vindt de belangen van rechtszoekenden belangrijker dan de mogelijke vertraging die het bestuursorgaan oploopt.” Dat leidt ertoe, aldus Textor, dat meer van bestuursorganen wordt gevergd: ze moeten nadrukkelijker kijken naar de rechtmatigheid van een besluit. “Daar moeten ze niet bang voor zijn.”

Minder formele lijn

Het verlaten van de grondentrechter was niet iets dat bestuursrechtadvocaat Arian de Heer (Pels Rijcken) direct had verwacht. “Als de Afdeling een conclusie vraagt, dan weet je dat er nieuwe ontwikkelingen aankomen, zoals over het evenredigheidsbeginsel. Dat was bij grondentrechter niet kenbaar. Aan de andere kant zien we wel dat de Afdeling, naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagenaffaire, een minder formele lijn hanteert.”

Arian de Heer (Pels Rijcken)

De Heer vergelijkt de werkwijze met die van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waar hij zelf vaak procedeert. “Daar staat de herkansing voorop. Worden daar nieuwe gronden aangedragen? Daar doen partijen doorgaans niet moeilijk over, die worden netjes inhoudelijk beoordeeld. De grondentrechter van de Afdeling was daarmee een vreemde eend in de bijt. Na een uitspraak van de rechtbank kan een discussie zich verdiepen of nieuwe inzichten geven. Daarnaast kan een uitspraak nieuwe (rechts)vragen opwerpen. Dan is het niet gek dat je dit ook bij de hogerberoepsrechter aan de orde wilt stellen. Ook daarom is het goed dat de Afdeling deze stap heeft gezet.”

Goede procesorde

Maar niet elke nieuwe grond die voortaan bij de Afdeling wordt aangedragen wordt geaccepteerd, heeft de Afdeling al laten weten. De Heer begrijpt dat heel goed. “Het zou kunnen gebeuren dat een partij een paar dagen voor de zitting een nieuw stuk van twintig pagina’s aandraagt. Het bestuursorgaan kan zich dan niet altijd goed verweren. Dat is niet alleen vervelend voor die partij en de advocaat, ook voor de rechters en de griffier die de zitting goed willen voorbereiden. Goed dat dan nog steeds de goede procesorde geldt: wat te laat is ingebracht wordt niet meegenomen. Advocaten moeten hun gronden dus tijdig aanleveren en als dat niet lukt moeten ze op z’n minst tijdig aankondigen dat op een later moment nog een bepaald stuk wordt ingediend. Dat kunnen ze ook afspreken met de cliënt: we gaan in hoger beroep, kom snel met je gronden en het liefst direct met álle gronden.”

Achter de hand

Ook Textor kent de regels van de goede procesorde maar zegt dat het in de praktijk wel anders kan uitvallen. “Partijen kunnen strategisch met deze regels omgaan. Ze zien meerdere gebreken in het besluit, brengen in het beroepschrift niet alles naar voren, maar wel in hoger beroep. Ze houden iets achter de hand. Ik vraag me af hoe dit in de praktijk zal uitpakken.”

Volgens Wolters zouden bestuursorganen – en zeker hun advocaten – voorbereid moeten zijn op wat de wederpartij aan nieuwe gronden gaat inbrengen. “Je kunt deels op die argumenten anticiperen. Dat een burger voordeel heeft bij het verlaten van de grondentrechter is niet direct een nadeel voor bestuursorganen. Het zou uiteindelijk ten goede moeten komen van de besluitvorming. De situatie bij de Afdeling gaat lijken op die bij andere hoogste bestuursrechters, advocaten waren al gewend aan die praktijk.” Textor denkt niet dat bestuursrechtadvocaten het nu drukker gaan krijgen, wél dat de kans om een zaak bij de Afdeling te winnen voor burgers is toegenomen.

Omgevingsrecht

De grondentrechter blijft echter behouden voor het omgevingsrecht. Daar zijn veel derde belanghebbenden bij betrokken. Als steeds nieuwe gronden toegelaten, dan worden de wettelijke beslistermijnen in die zaken niet gehaald. Vera Textor denkt niet dat burgers die opkomen tegen een omgevingsrechtelijk besluit daardoor worden benadeeld. “Burgers weten heel goed waar de pijn zit en richten hun pijlen daarop. Er komt een weg voor je huis, dat is duidelijk: lawaai, verkeershinder, extra vervuiling. Maar bij een uitkering, een subsidie of openbare orde-besluit is het veel minder duidelijk hoe je je daartegen moet verzetten. Burgers kennen de juridische gronden dan minder. Dat is de reden dat zij bij andere hoogste bestuursrechters een tweede kans kregen.”

Die krijgen ze vooralsnog niet in omgevingsrechtelijke zaken bij de Afdeling. “In mijn praktijk zie ik dat burgers heel goed weten waarom ze het niet eens zijn met een omgevingsrechtelijk besluit en dat goed naar voren kunnen brengen. Dat doen ze al bij de rechtbank, bij de Afdeling komt maar weinig voor dat er nieuwe argumenten naar voren worden gebracht.”

Prikkel

Wolters ziet vooral voordelen – nu de grondentrechter in het omgevingsrecht in stand blijft – voor derde belanghebbenden. “Zij vormen de zwakkere partij, ook omdat zij zonder advocaat kunnen opereren. Zij kunnen beter worden beschermd omdat ze niet steeds worden overvallen met nieuwe argumenten van de wederpartij.” Voor procederende burgers ziet zij in andere zaken voordelen. “Advocaten kunnen nu iets toevoegen dat de burger in eerste aanleg heeft laten liggen. Er is dan een grotere kans van slagen, en het verlaten van de grondentrechter is ook een prikkel om in hoger beroep te gaan. Het kan best zijn dat het drukker wordt bij de Afdeling.”

Meer oog voor de burger

Opgeteld ziet Vera Textor geen directe grote verschuivingen voor de praktijk. “Maar de uitspraken van de Afdeling van 9 februari zijn wel belangrijk. Ze passen in een ontwikkeling: een bestuursrechter die meer oog heeft voor de burger en erop toeziet dat bestuursorganen dat ook moeten hebben. Bestuursorganen moet dus nog kritischer zijn op hun eigen besluitvorming.”

Ook Arian de Heer benadrukt het burgerperspectief. “Dit is een responsievere benadering van de Afdeling, minder formalistisch. Er moet kritischer naar overheden en hun besluiten worden gekeken. Dat past in de ontwikkelingen die zijn ingezet na de toeslagenaffaire. Het zegt ook iets over hoe de Afdeling naar haar rol kijkt, en dat was voorheen iets anders dan de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven die de herkansingsfunctie centraal stellen. Bij de Afdeling nam in hoger beroep de controle van rechtbankuitspraken een belangrijke plaats in. Dat is nog steeds zo, maar die controlefunctie dat gaat nu meer richting herkansingsfunctie.”

Esmee Wolters vindt het goed dat de Afdeling nu meer in lijn is met andere hoogste bestuursrechters. “Opmerkelijk eigenlijk dat dit niet eerder is gebeurd. De kinderopvangtoeslagenaffaire heeft de Afdeling wakker geschud. Nu komen er nieuwe ontwikkelingen die goed zijn voor de burger, en het verlaten van de grondentrechter is er één van.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top